Verpaupering door massale leegstand in noorden

Het huurhuis is uit de gratie. Gebieden in Groningen, Friesland, Drenthe en Zeeland hebben te kampen met leegstand van huurwoningen. Verpaupering van hele wijken dreigt.

WINSCHOTEN, 4 FEBR. De huizen zijn grauw. Deuren zijn dichtgetimmerd. In de schuurtjes ontbreken bakstenen. De stoeptegels zijn overwoekerd door onkruid. In de Otterlaan en Hamsterlaan in Winschoten-Noord staan hele blokken eengezinswoningen leeg. De straten maken een verloederde indruk. De familie Van der Laan kijkt in de Otterlaan uit op tien leegstaande huizen. Maar mevrouw Van der Laan zit er niet mee. “Lekker rustig. Dit is beter dan dat er aso's wonen.”

Even verderop woont een jonge vrouw. Zij heeft anderhalf jaar geleden met haar man het huis van de woningbouwvereniging gekocht. Ze hadden gedacht dat dit met de huurwoningen aan de overkant ook wel snel zou gebeuren. Maar dat valt tegen. “Er zijn wel eens kijkers aan de overkant.” Ze maakt met haar armen een duwend gebaar. “Ik wil ze d'r zo wel indrukken.”

Gebieden in Groningen, Friesland, Drenthe en Zeeland hebben te kampen met structurele leegstand van huurwoningen. De koopwoning is door de lage rentestand nog nooit zo populair geweest als nu, zo concludeerde de Nederlandse Vereniging van Bouwondernemers (NVB) vorige week in een rapport. Het huurhuis is uit de gratie. Woningbouwcorporaties krijgen in toenemende mate te maken met een overschot van huurwoningen.

Staatssecretaris Tommel (Volkshuisvesting) rapporteerde in november de Tweede Kamer over de leegstand in de sociale sector. Op landelijke schaal is er volgens hem geen sprake van een probleem. Van de 2,5 miljoen sociale huurwoningen staan er vijfduizend zes maanden of langer leeg, ofwel 0,22 procent van de voorraad. Regionaal en lokaal doen zich wel moeilijkheden voor, met veel situatiegebonden aspecten, aldus Tommel.

Volgens recente cijfers van Volkshuisvesting is de leegstand in Groningen met 0,94 procent van de sociale woningvoorraad het grootst. Plaatsen als Delfzijl, Stadskanaal, Winschoten en Veendam hebben al enige jaren te maken met onverhuurbare eengezinswoningen, die in hoofdzaak in de jaren zeventig zijn gebouwd. Door nieuwbouwprojecten dreigen in deze plaatsen 'gouden randen' met daarbinnen verpauperde oudere wijken te ontstaan. Zo heeft woningbouwvereniging Acantus in Winschoten en Veendam van de zevenduizend huurwoningen er nu vierhonderd leegstaan. “Dat is veel te veel”, zegt Acantus-directeur J.S. Hoefsloot.

In de provincie Groningen is de bevolkingsomvang stabiel en wordt volgens Hoefsloot te veel nieuwbouw neergezet. Elk dorp heeft wel zijn eigen uitbreidingsplan. Gemeenten voeren te veel een onevenwichtig woningbouwbeleid. Ze kiezen vaak de gemakkelijkste weg, zegt Hoefsloot. “Gemeenten annexeren een weiland en bouwen dat maar vol. Dat levert lekker veel geld op.” Maar dat betekent kapitaalvernietiging in de bestaande wijken.

Bij een rondgang door de Rivierenbuurt in Winschoten wijst hij in elk woningblok wel één leegstaande woning aan. Sommige huizen lijken bewoond, want er hangen vitrages en gordijnen. “Die hebben we zelf maar opgehangen.” Hij vindt dat de rijtjeswoningen van zijn eigen woningbouwvereniging er maar grauw en grijs uitzien. “Dat mag ik als directeur misschien niet zeggen. Maar ik kan het moeilijk ontkennen.” Hij vindt dat de buurt in een gevarenzone verkeert. Een neerwaartse spiraal van verpaupering dreigt als er niets gebeurt.

Hoefsloot leidt mensen met meer plezier rond in het Scheepskwartier in Veendam. “Hier reed ik vijf jaar geleden met schaamte doorheen. Maar moet je nu eens zien!” Uit de lange blokken rijtjeshuizen zijn woningen weggehaald, zodat twee-onder-een-kap-woningen zijn ontstaan. Er zijn garages tussen gebouwd. “De mensen willen hun stuk blik nu eenmaal naast de deur”, zegt Hoefsloot. De gemeente heeft een vijver aangelegd en de straten opgeknapt. De wijk kent geen leegstand meer.

Sloop, ombouw en nieuwbouw binnen bestaande wijken vormen de oplossing van de leegstand, zegt Hoefsloot. Maar dan moeten gemeenten en corporaties daar wel in durven te investeren. Dat is gebeurd in het Scheepskwartier in Veendam. Van de 350 huurwoningen van Acantus zijn er 58 gesloopt en ruim tachtig verkocht, veelal aan de huurders. De woningen brachten maximaal 145.000 gulden per stuk op. “Voor hetzelfde geld zouden ze een nooit zo'n groot nieuwbouwhuis kunnen kopen. Deze verbouwde huizen zijn bovendien van goede kwaliteit.”

De opknapbeurt van het Scheepskwartier kostte vijftien miljoen gulden. Daarvan betaalde de gemeente Veendam twee miljoen gulden. Acantus legde er volgens Hoefsloot zeven miljoen gulden op toe. De woningbouwvereniging moest daarvoor de reserves aanspreken. Voor de komende vijf jaar wil Acantus de woningvoorraad van zevenduizend terugbrengen tot minder dan zesduizend. “Dat kost ons dertig miljoen gulden. Dan zijn we door ons geld heen. En dan hebben we nog lang niet onze woningvoorraad opgeknapt.”

Voor het opknappen van naoorlogse wijken stelt het ministerie van VROM jaarlijks 65 miljoen gulden beschikbaar. De helft daarvan is voor de grote steden en twintig miljoen gulden voor de 23 middelgrote steden. De 12,5 miljoen die overblijft is voor de regio. Als dat bedrag met vele andere gebieden verdeeld moet worden, is dat voor Oost-Groningen een druppel op de gloeiende plaat, vindt Acantus-directeur Hoefsloot. De leegstandproblematiek begint volgens hem langzaam door te dringen bij de overheid. Maar te langzaam. Er moet volgens hem meer geld bij van het Rijk en de provincie, anders komen woningcorporaties als de zijne onherroepelijk in nood. Ook ontwikkelaars van nieuwbouwprojecten zouden moeten meebetalen aan de sloop van woningen.

De weinige overgebleven huurders in Otterlaan en Hamsterlaan maken zich nauwelijks druk over de deplorabele toestand van hun straat. “Met al die drugsoverlast en ruzies was het vroeger veel slimmer”, mompelt R. Everts. Hij is een van drie bewoners van een blok van veertien huizen. De buurt opknappen vindt hij niet nodig. Dan gaat de huur, nu 620 gulden per maand, vast omhoog. “Dan ben ik weg. Zal het wel een flatje worden.”