Verhoren tonen wanboel Belgische justitie aan

BRUSSEL, 4 JAN. Telkens als Jean-Marie Berkvens, procureur des konings (officier van justitie, red.), moet toegeven dat als gevolg van een opeenstapeling van fouten kansen zijn verspeeld om de in 1995 ontvoerde meisjes An Marchal en Eefje Lambrecks levend terug te vinden, vertrekt zijn gezicht gegeneerd.

Maar als de verantwoordelijkheid van het Centraal Bureau Opsporingen van de rijkswacht - dat niet onder zijn competentie valt - aan de orde komt, is hij de strenge magistraat. De rijkswacht is in zijn ogen “zwaar in de fout gegaan”. Met de kennis die de rijkswacht bezat, had “in 1995 al de link tussen Dutroux en de meisjes moeten worden gelegd”. De 19-jarige An Marchal en de 17-jarige Eefje Lambrecks werden pas vorig jaar december vermoord teruggevonden als slachtoffers van de bende van Marc Dutroux.

Berkvens werd gisteren onder ede gehoord door de commissie-Dutroux, de parlementaire enquêtecommissie die sinds vorig jaar oktober onderzoekt welke fouten gemaakt zijn door politie en justitie bij het speuren - of het nalaten daarvan - naar ontvoerde kinderen. Deze week wil de commissie de verhoren afronden. Dat betekent dat er een einde komt aan maandenlange rechtstreekse televisieuitzendingen, die soms tot in de avonden doorgingen. Eerst zond alleen de Franstalige televisie de verhoren integraal uit over de manier waarop de justitie de ontvoering in 1995 behandelde van Julie Lejeune en Mélissa Russo - beiden acht jaar oud en vorig jaar vermoord aangetroffen - en van de spoorloze negenjarige Loubna Benaïssa, de 13-jarige Sabine Dardenne en de 14-jarige Laetitia Delhez, die vorig jaar augustus levend werden aangetroffen in een cel die ontvoerder Marc Dutroux onder zijn woning in het Waalse Marcinelle had gemaakt.

Sinds de parlementaire commissie enkele weken geleden begon met het verhoren van de justitie- en politiefunctionarissen die verantwoordelijk waren voor het onderzoek naar de uit Limburg afkomstige An en Eefje, is de Nederlandstalige televisie ook met directe uitzendingen begonnen. Honderdduizenden kijkers hebben maandenlang aan de televisie gekluisterd gezeten. Toen in december de onderzoekscommissie tot laat in de avond zes elkaar tegensprekende functionarissen van politie en justitie met elkaar confronteerde, keek een half miljoen Belgen mee.

Opzienbarende nieuwe feiten heeft de enquêtecommissie niet aan het licht gebracht. Dat kon ook moeilijk anders. Maar liefst zes onderzoeken waren al uitgevoerd voordat de enquêtecommissie vorig jaar oktober met de werkzaamheden begon. Al die onderzoeken hadden één nadeel. Ze waren uitgevoerd door personen die relaties hadden met politie en justitiemensen die anderen gaarne van nalatigheden wilden beschuldigen, maar zichzelf bij voorkeur vrijpleitten. De Luikse procureur-generaal Thily produceerde een rapport dat vernietigend was voor de rijkswacht. Het Vast Comité van Toezicht op politiediensten, mysterieus aangeduid als Comité P., deed in opdracht van minister van Justitie Stefaan de Clerck ook een onderzoek waarin de vloer werd aangeveegd met de Luikse onderzoeksrechter Martine Doutrewe.

De parlementaire enquêtecommissie heeft onder leiding van de scherp en streng ondervragende voorzitter Marc Verwilghen het al langer bekende fundamentele probleem van de Belgische politie en justitie in alle huiskamers gebracht: de kwestie van de competentiestrijd tussen rijkswacht, gerechtelijke politie en gemeentepolitie, die bij hun pogingen om onderzoeken in eigen hand te houden de als concurrenten beschouwde politiediensten fundamentele informatie hebben onthouden, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Deze kwestie omvat ook de zaak van rechters van onderzoek die er geen idee van hebben waar de onder hun verantwoordelijkheid opererende politiediensten precies mee bezig zijn. Verder behelst de kwestie ook de verbazingwekkende simpelheid van magistraten met uitspraken als die van rechter van onderzoek Peter Buyse uit Brugge gisteren voor de parlementaire commissie: “Je mag ervan uitgaan dat als je een opdracht geeft, die ook wordt uitgevoerd.”

Het gaat hierbij ook om de verbijsterende onmenselijkheid van de in bureaucratische bolwerken opgesloten magistraten. De bewering van de Luikse rechter van onderzoek Martine Doutrewe dat zij niet op de hoogte was van de verdenking dat Marc Dutroux ontvoerder van kinderen was, toen zij besloot een vakantietochtje langs de kastelen van de Loire te maken - zonder haar dossier over te dragen - klonk redelijk overtuigend. Dat ouders van ontvoerde kinderen klagen dat zij bij de justitie geen gehoor vonden en niet werden ingelicht over wat er gedaan werd om hun kinderen terug te vinden, wekt na de verhoren van Doutrewe geen verwondering.

'De ijskoningin' is de Luikse rechter van onderzoek genoemd. Die benaming dankt ze aan de wijze waarop ze haar eigen positie heeft ondergraven. Ze heeft de normaal traag en slecht functionerende politie met grote snelheid tot huiszoekingen weten te bewegen toen zaken over haar uit justitiedossiers naar de pers uitlekten. Daar waren foto's bij van haarzelf in bikini aan de rand van het zwembad van een dubieuze vriend van haar echtgenoot. Ze is zelfs in actie gekomen tegen de in haar ogen te harde aanpak door de voorzitter van de enquêtecommissie, de Vlaamse liberaal Verwilghen, die daarom zijn objectiviteit gisteren moest verdedigen tegenover de voorzitters van de Kamerfracties. Dat gebeurde op verzoek van de Waalse liberalen, de partij die bekend staat als de kruiwagen voor Doutrewes benoeming tot rechter van onderzoek. De opwinding over de bemoeienis van politici met de benoeming van magistraten, die vorig najaar hevig was tijdens de 'witte mars' in Brussel tegen de manier waarop ontvoeringszaken worden behandeld, was alweer zover weggeëbd dat dit niet tot echte beroering leidde.

Toch staat die 'ijskoningin' niet alleen. De Brugse rechter van onderzoek Peter Buyse zei gisteren tegen de parlementaire enquêtecommissie dat een magistraat niet is opgeleid voor 'psychologische ondersteuning'. Daarom had hij het contact met de ouders overgelaten aan commissaris Luc van Tieghem van de gerechtelijke politie. Niet dat die wel was opgeleid voor 'psychologische ondersteuning'. Hij beklaagde zich vorige week nog eens over de vader van de vermoorde An, Paul Marchal, die ondanks al het politiewerk vond “dat we niet ver genoeg gingen”.

Bij de hoorzittingen van de enquêtecommissie zijn ouders van vermoorde en verdwenen kinderen voortdurend aanwezig geweest. Marchal is van hen de meest opvallende. Hij is verbeten. Hij rust niet voordat hij zijn gelijk krijgt. Hij zegt dat hij een monument voor zijn vermoorde dochter wil oprichten. Hij kan zich er niet bij neerleggen dat zijn dochter wellicht mede is omgekomen als gevolg van een falend justitieapparaat. Hij is het tegendeel van de vader van Eefje Lambrecks, die geen gelijk zoekt, die met een bedroefd gezicht aanhoort wat allemaal is misgelopen in een wereld die nu eenmaal zo is. Hij heeft via de rechter bedongen dat Marchal de naam van zijn dochter Eefje niet meer mag gebruiken voor een stichting die voor de belangen van verdwenen kinderen moet opkomen. Om deze stichting te financieren, had Marchal T-shirts laten bedrukken en een cd laten maken waarvan hij hoopte dat die de top-tien zou bereiken. De uitspraak van de rechter heeft hem een financiële tegenslag bezorgd, omdat hij die niet meer namens een stichting 'An en Eefje' mag verkopen. Maar hij blijft bezig, omdat zijn dochter volgens hem gered had kunnen worden als de justitie anders had geopereerd.

Half maart komt de commissie met eerste bevindingen. De rijkswacht, de gemeentepolitie, de gerechtelijke politie, de rechters van onderzoek en de procureurs des konings hebben zich al verschanst om hun posities tot het laatst te verdedigen.