Politieagenten moeten veel verduren

Politiemensen lijken steeds vaker het doelwit te worden van molestaties, bedreigingen en beledigingen. Dat is een onontkoombare constatering voor wie regelmatig de rechtbankrollen van een aantal arrondissementen doorneemt. Bijna elke week worden in een willekeurig arrondissement zulke delicten berecht. Twee recente voorbeelden.

Voor de Utrechtse politierechter, mevrouw mr. R. Jansen, moet zich de 33-jarige taxichauffeur Ernst Wentelaar verantwoorden. Wentelaar heeft zijn moeder en zijn vrouw meegenomen, want hij kan wel enige morele bijstand gebruiken.

Op een dag in november 1996 wilde Wentelaar met zijn auto een straat indraaien die voor verkeer was afgesloten. Dat was gebeurd in verband met het permanent autovrij maken van een groot deel van het Utrechtse centrum. Een politieagente gaf Wentelaar het stopteken. Er ontstond vervolgens een discussie door het geopende autoraampje, waarbij de agente uitlegde dat taxi's geen ontheffing hebben. Wentelaar had dat trouwens kunnen weten, want de taxibedrijven waren per folder ingelicht.

“Ik ga er tóch door”, had Wentelaar koppig gezegd.

En hij gaf gas. Weinig, maar genoeg om stapvoets door te rijden. Een getuige zei later: “Het had iets van: nu heb ik lang genoeg gepraat, bekijk het maar. Het was uitgesproken onbeschoft gedrag.”

De auto raakte de knie van de agente die Wentelaar door het raampje bij zijn schouder pakte. Ze liep enkele meters mee, maar moest hem loslaten toen hij verder naar links draaide en haar arm bijna klem kwam te zitten. Wentelaar verhoogde toen fors zijn snelheid en stoof de straat uit. Een agent die het zag gebeuren, ging hem achterna, maar kon hem niet inhalen: hij schatte de snelheid op 75 km per uur. Een dag later kon Wentelaar alsnog worden opgepakt.

Nu moet hij terechtstaan voor een poging tot (zware) mishandeling, al kwam de agente er met een blauwe plek op haar knie nog goed af. De consternatie op het politiebureau was groot geweest: als politiemensen niet eens meer veilig zijn voor taxichauffeurs, wat staat hun dan nog meer te wachten?

“Werd u kwaad?” vraagt de rechter.

“Nee. Ik ben wel gauw driftig, maar juist toen was ik het niet.”

“Dacht u: ze is gek?”

“Daar komt het wel op neer. Ik wilde haar niet aanrijden. Ik verwijt me achteraf dat ik ben doorgereden.”

“Waarom deed u het?”

“Pas na honderd meter besefte ik dat het fout was.”

“Als je iemands been raakt, dan schrik je toch?”

“Het ging allemaal zó snel. Ik moest naar een hotel om een klant op te halen. Maar toen ik daar was aangekomen, dacht ik: wat heb ik gedaan, en ik reed door.”

Wentelaar is al eerder in aanraking gekomen met justitie: voor een klap die hij een lastige klant had gegeven, en voor het niet voldoen aan het bevel van, alweer, een politieagent die hem sommeerde zijn auto voor een broodjeszaak weg te halen.

“Een kwalijk delict, gelet op zijn professie”, zegt de officier van justitie, mr. R. Terpstra, over de poging tot mishandeling van de agente. Hij eist een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes weken - om te zetten in tachtig uur dienstverlening - en een voorwaardelijke rijontzegging van zes maanden.

“Ik laat het hem liever in zijn portemonnee voelen”, zegt de rechter, en zij veroordeelt hem tot een boete van 1.500 gulden en zes weken voorwaardelijk.

Voor een andere Utrechtse politierechter, mr. P. Broekhoven, moet de 25-jarige Jan Zanter terechtstaan, een jongensachtige man die bij een uitzendbureau werkt. Zijn vriendin durft niet mee naar binnen, wat voor Zanter één groot voordeel heeft: zij kan nu niet de grove beledigingen horen die hij een Turkse politieagent zou hebben toegevoegd, nadat hij voor dronken rijden naar het bureau was gebracht.

Volgens drie aanwezige agenten had Zanter tegen de agent gezegd: “Ik vind niet dat het Nederlandse rechtssysteem door buitenlanders gehandhaafd kan worden. Kan jij Nederlands spreken? Volgens mij niet. Wat vind jij van die Turken, Marokkanen en van die zwarten bij de politie? Ik vind het maar niks hoor, al die gasten bij de politie. Jullie zijn allemaal vieze homo's. Het stinkt steeds meer in Nederland met al die vieze buitenlanders. Jij hebt een kont als een rugzak. Ben jij een voorvechter van die stinkende buitenlanders?”

De rechter kijkt de verdachte aan. “Die agent voelde zich zeer beledigd. Kunt u zich dat voorstellen?”

“Ja. Als ik dat gezegd zou hebben, zou ik me kapot schamen. Maar ik heb het niet gezegd.”

“Drie politiemensen hebben dit onder ambtseed verklaard.”

“Bij de inschrijfbalie heb ik ontzettend gescholden, maar die discriminerende taal heb ik niet gebruikt.”

“Ik kan me niet voorstellen dat ze het verzonnen hebben om u een loer te draaien. Er zal wel iets gebeurd zijn.”

“Het enige wat in die richting ging, was mijn opmerking dat ze in Turkse gevangenissen aan zulke praktijken doen, maar niet in Nederlandse. Dat zei ik nadat hij me had neergeslagen.”

“Waarom sloeg hij u?”

“Ik had gezegd: je sperma zit in je snor, pisnicht.”

De schaarse aanwezigen in de rechtszaal kijken een beetje bevreemd naar de zo keurig ogende Zanter, tot dusver levend met een blanco strafblad.

Jullie zijn allemaal vieze homo's.

Het stinkt steeds meer in Nederland met al die vieze buitenlanders.

Je sperma zit in je snor, pisnicht.

Wat is er loos met types als Jan Zanter? Wat zit hun dwars? Door wie voelen ze zich tekortgedaan? Waarom háten ze zo?

“U was een beetje doorgedraaid, hè?” vraagt de rechter.

“Ja.”

“Hoe kwam dat zo?”

“Ik had gedronken.”

“Ik krijg hier gevoelens van walging van”, zegt de officier van justitie, mr. R. Eigeman. “U was opgefokt en u heeft dingen gezegd die absoluut niet kunnen. Hier kan niet genoeg tegen worden opgetreden.” Hij eist voor dronken rijden en voor belediging van een groep mensen (of de agent) wegens hun ras een boete van 1.750 gulden, twee weken voorwaardelijk en een onvoorwaardelijke rijontzegging van drie maanden.

De rechter acht niet de belediging van een groep bewezen, maar wel die van déze Turkse agent. “De eis is passend. Ik vind 'm bepaald niet te hoog, het had best meer kunnen zijn.”

De namen van de verdachten en getuigen in deze rubriek zijn om redenen van privacy gefingeerd.