Patiënten met reuma leiden artsen op

DEN HAAG, 4 FEBR. Reumapatiënten gaan huisartsen opleiden, zodat die eerder de aandoeningen in het bewegingsapparaat kunnen signaleren. Daartoe is vanmorgen het project 'Patiënt Partners in reuma', waaraan speciaal opgeleide reumapatiënten aan meedoen, in Den Haag begonnen.

Volgens de Nederlandse Vereniging voor Reumatologie hebben ruim drie miljoen mensen wel eens last van reumatische klachten. Daarvan zijn ongeveer een kwart miljoen mensen daadwerkelijk reumapatiënt. Volgens de vereniging is het van belang dat artsen snel een diagnose stellen om blijvende beschadigingen aan gewrichten te voorkomen. Huisartsen zouden symptonen van reuma niet adequaat genoeg herkennen en bijscholing nodig hebben.

De Nederlandse Vereniging voor Reumatologie, de Reumapatiëntenbond en geneesmiddelenfabrikant Searle hebben daarom het initiatief genomen om artsen te laten bijscholen door speciaal voor dit doel opgeleide reumapatiënten. Die zullen aan de hand van hun eigen gewrichten zoals de hand, pols, en knie artsen trainen in lichamelijk onderzoek. Daarnaast informeren de 'patiënt partners' huisartsen over de gevolgen van de chronische ziekte voor patiënten in het dagelijks leven.

Het project is enkele jaren geleden ontwikkeld aan de universiteit van Texas. In de Verenigde Staten, Canada en de Scandinavische landen wordt het project inmiddels al uitgevoerd.

Reuma ontstaat doordat het immuunsysteem van het lichaam eigen cellen of eiwitten aanvalt. Het lichaam produceert daarbij antistoffen. Uiteindelijk raken hierdoor gewrichten geïrriteerd of beschadigd. De behandeling van de ziekte is de laatste tien jaar sterk verbeterd, maar kan nog steeds niet voorkomen of genezen worden. De meest ernstige vorm van reuma is reumatoïde artritis. Volgens prof. J.W.J. Bijlsma, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Reumatologie, is het van belang dat de behandelingsmethode van reumatoïde artritis agressiever wordt. “Voorheen begonnen we met niet al te zware medicijnen en stapten pas over naar zwaardere middelen wanneer dat nodig bleek te zijn. Het is echter gebleken dat een nieuwe agressieve behandeling de verwoestende gevolgen aanzienlijk beperkt. De huisarts moet dat dus snel kunnen herkennen”, aldus Bijlsma.