Open brief aan de trainer van PSV; Frénk van der Linden is medewerker van NRC Handelsblad.

Een kerel die weleens wakker ligt van een kopstoot, iemand voor wie het begrip fair play nog telt, een nuchter vakman aan wie Michels' schuimbekkerige wijsheid 'Voetbal is oorlog' niet is besteed - zo heb ik u lange tijd gezien. Ten onrechte, begrijp ik nu. Afgelopen zaterdag bleek in deze krant dat uw bijnaam 'de kleine generaal' niet uit de lucht is komen vallen. U verdedigt geweld op het veld, u ontpopt zich als advocaat van de duivel.

In 1993 interviewde ik de antivoetballer Jan Wouters: “Ik kan me voorstellen dat mensen zeggen: die gast is een gangster”, merkte hij op. Wouters bekende binnen de lijnen regelmatig te veranderen in een misdadiger. Met een waas voor zijn ogen deelde hij doodschoppen uit, zaagde hij achillespezen door, en ruïneerde hij met vliegende tackles de enkels van spitsen. Over de elleboogstoot waarmee hij in Oranjeshirt het jukbeen van het Engelse enfant-terrible Paul Gascoigne brak, zei hij in NRC Handelsblad: “Ik voelde me opgefokt. Je gaat er fors in, onbehéérst fors. En vervolgens schrik je je te pletter.”

Aan het eind van zijn loopbaan gaf u Jan Wouters een centrale rol in het elftal van PSV, meneer Advocaat. U houdt van wat in het jargon eufemistisch 'een karaktervoetballer' wordt genoemd. Daarom hebt u onlangs ook de Belgische prof Gilles de Bilde naar Eindhoven laten overkomen. Dat hij eind vorig jaar een tegenstander vol in het gezicht sloeg (de speler in kwestie heeft het zicht in één oog nog steeds niet helemaal terug en lijdt aan chronische hoofdpijn) acht u niet bezwaarlijk. “Als je daar heel moeilijk over zou doen, zou de helft van Nederland nooit meer kunnen voetballen”, zei u afgelopen zaterdag in deze krant. “Zulke overtredingen gebeuren nu eenmaal.”

De laatste jaren maken steeds meer mensen zich zorgen over spelverruwing en het mogelijke effect daarvan op het publiek. Organisaties als de UEFA en de FIFA, scheidsrechters, sportjournalisten, verantwoordelijke politici: iedereen vraagt zich af hoe de geweldspiraal kan worden doorbroken. Zonder de betrokkenheid van trainers lukt dat niet. Als u coach was van de amateur derde klasse 'De Beuk Erin' zou ik me niet opwinden. Maar u werkt voor een gerenommeerde club, u leidt een team dat bovenaan de eredivisie staat, u bent voormalig coach van het Nederlands elftal - u zet de toon. Ik ben benieuwd of u tevreden bent over uw eigen voorbeeldwerking. En nog benieuwder ben ik naar de wijze waarop u spelers in kleedkamers opzweept. Als u in het openbaar al zo laconiek bent over bloed aan de paal, hoe uit u zich dan achter gesloten deuren? Bepleit u daar de toepassing van knieën in het kruis, ijzeren noppen in dijbenen en karateslagen in de nek?

U maakte dit weekeinde nog een andere nonchalante opmerking: “Er zijn zoveel overtredingen geweest die na één dag al niet meer besproken worden. Ik noem alleen al het geval met Wouters en Gascoigne.” Was de wens de vader van uw gedachte? Tot op de dag van vandaag wordt aan die elleboogstoot gerefereerd als de Ultieme Overtreding. Ik haal nog één keer Wouters aan: “Ik zit ermee. Ik was honderd procent verantwoordelijk voor wat ik tegen Gascoigne deed. Ik heb mijn les geleerd.”

Nu u nog, meneer Advocaat.

Met sportgroet