Op vechtmarkt banken past geen sector-CAO

HOOFDDORP, 4 FEBR. Eén CAO voor alle banken in Nederland? Met gelijke afspraken voor alle ruim 100.000 bankmedewerkers? “Daar geloof ik niet meer in”, zegt bestuurder Ton de Leeuw den Bouter van de Dienstenbond CNV.

De bedrijfstak-CAO voor de banken loopt volgens hem op zijn laatste benen. De Nederlandse banken opereren in een vechtmarkt, collegiale verhoudingen hebben plaats gemaakt voor felle concurrentie. Een gelijk pakket arbeidsvoorwaarden voor iedere bank past niet meer in die cultuur.

In de bankensector is de strijd om de CAO vorige maand in volle hevigheid losgebarsten, met het naar de media 'gelekte' voorstel van bankwerkgevers om per groep personeel aparte pakketten arbeidsvoorwaarden af te spreken. Dit 'doelgroepenbeleid' houdt - kort samengevat - in dat er een speciale regeling komt voor hoge, gespecialiseerde kernfuncties, een verlaagd basissalaris met verhoging naar prestatie voor het middenkader en een 'marktconforme' regeling voor lage functies als bewaking en schoonmaak.

De vakbonden reageerden woedend: wat tot dan toe slechts informeel aan de orde was gesteld, leek voor de werkgevers al een vaststaand feit. Tussen de bonden en de werkgeversvereniging voor het bankbedrijf (WGVB) ontstond een kregelige briefwisseling. Volgens voorzitter J. Ruiter van de WGVB was het tumult nergens voor nodig: het doelgroepenbeleid bevindt zich nog in de brainstorm-fase, schreef hij de bonden, en er is geen sprake van dat de werkgevers al zover zijn in de gedachtenvorming dat zelfs maar sprake zou zijn van een nota over zo'n nieuw variabel beloningssysteem.

“Wij zijn op zichzelf helemaal niet tegen prestatiebeloning”, zegt De Leeuw den Bouter. “En we willen daar ook best over praten, maar niet op het niveau van de bedrijfstak. Zulke onderwerpen moet je per onderneming bespreken.” Evenals zijn collega-bondsbestuurders vreest de CNV'er dat een bedrijfstak-CAO met flexibele beloning de banken een vrijbrief in handen geeft om zo'n regeling later - zonder inmenging van de bonden - naar eigen believen in te vullen.

“Zo gaat het wat ons betreft dus niet. Maar ik zou me wel kunnen voorstellen dat we centraal vastleggen dat prestatiebeloning mág, maar dat het decentraal ingevuld moet worden.”

Formeel streven zowel vakbonden als bankwerkgevers nog naar één CAO voor de hele bedrijfstak. Door steeds meer onderwerpen over te hevelen naar ondernemingsniveau verandert het karakter van de afspraken echter automatisch. “Tussen de bonden wordt gesproken over een mogelijk nieuw model waarbij op het niveau van de bedrijfstak alleen standaardregelingen worden afgesproken. Banken die zich niet kunnen vinden in de standaardregeling zouden dan met de vakbonden kunnen overleggen over een regeling voor hun eigen bedrijf. Komen ze er niet uit, dan treedt de standaardregeling in werking”, aldus De Leeuw den Bouter.

De CNV-bestuurder is positief gestemd over zo'n systeem. “Je kunt de afspraken veel beter afstemmen op het soort werkgever. Bij de Rabobank gaan ze op een andere manier met de zaken om dan bij ABN Amro bijvoorbeeld. De ene werkgever misbruikt de ruimte in afspraken niet, bij de ander moet je er als bonden veel meer bovenop zitten.”

De vakbonden krijgen het in zo'n systeem drukker, omdat ze per bank moeten onderhandelen over de inhoud van de CAO. Tegelijkertijd profiteren ze van het feit dat de werknemers duidelijker zien wat de vakbond voor hen doet. “Je wordt veel herkenbaarder.”

Bonden en werkgevers kunnen nog ruim een jaar nadenken over de ideale overlegvorm voor collectieve arbeidsvoorwaarden. De huidige CAO, waarmee de bonden twee jaar geleden furore maakten door een vierdaagse werkweek van 36 uur binnen te slepen, loopt pas af per 1 april 1998. Binnen de verschillende banken wordt echter al maanden driftig nagedacht over een nieuwe aanpak. Vooral financiële concerns als ING, Fortis en Achmea, met zowel bank- als verzekeringsactiviteiten, ergeren zich aan het feit dat hun personeel onder verschillende CAO-regelingen valt. Achmea praat al met de vakbonden over een eigen ondernemings-CAO, Fortis en ING doen nog interne studies.

Welke vorm het CAO-overleg ook krijgt, het belangrijkste onderwerp staat vast: meer geld in het loonzakje. In ruil voor de 36-urige werkweek hebben de bankmedewerkers begin 1995 afgezien van collectieve loonsverhogingen. Pas per 1 oktober van dit jaar krijgt het personeel 2 procent meer op de salarisrekening bijgeschreven.

“We hebben ons gehouden aan het akkoord in de Stichting van de Arbeid en tijd in plaats van geld geëist. Nu willen de werknemers dat inhalen”, aldus De Leeuw den Bouter. Het bankpersoneel heeft de laatste jaren veel veranderingen over zich heen gekregen - als gevolg van reorganisaties, maar ook als gevolg van de invoering van de vierdaagse werkweek - en wil nu geen lastige onderhandelingen met moeilijke onderwerpen. De Leeuw den Bouter: “Ze willen gewoon even rust.”

    • Marcella Breedeveld