Onweerstaanbare toneelmémoires

Mary Dresselhuys heeft gisteravond de eerste van drie voorstellingen gespeeld, waarin ze toneelherinneringen vertelt en antwoord geeft op vragen van Paul Haenen. Het is haar laatste optreden op het toneel: “Ik zou de spanning niet meer aan kunnen.”

Herhalingen: 24/2 en 10/3, Nieuwe de la Mar-theater, Amsterdam.

“Heerlijke jaren waren het,” zegt Mary Dresselhuys met een verzaligd gezicht, sprekend over haar toneelcarrière die ruim zestig jaar omspant. Nu speelt ze geen toneel meer, maar wel liet ze zich overhalen twaalf dagen na haar negentigste verjaardag iets nieuws te beginnen: een avond waarop ze voorleest uit de herinneringen die ze de afgelopen jaren heeft geschreven. De bedoeling was dat twee keer te doen, maar de kaartverkoop bij het Nieuwe de la Mar-theater in Amsterdam gaf inmiddels al aanleiding er nog een derde avond aantoe te voegen. En zelf maakte de actrice gisteravond op zijn minst de indruk, dat haar dat geen enkele moeite zal kosten.

Haar eerste verhaal gaat over de auditie, die ze in 1929 samen met haar vriend Joan Remmelts deed bij de toneelleider Cor van der Lugt Melsert, na het eindexamen aan de Amsterdamse toneelschool. Het was bar koud, en Van der Lugt zei: “Houden jullie je jas maar aan, ik zie het talent er wel doorheen.” Na drie minuten onderbrak hij de ingestudeerde eenakter en nam het tweetal aan. Remmelts kreeg al meteen een heuse rol, in Julius Caesar, maar zijn vriendin kwam niet verder dan figuratie. Niettemin werd ze vermeld in een recensie, naamloos, maar niet onopgemerkt: “Wij zullen nog wel van haar horen.”

Met een treffend geheugen voor schilderachtige details, een scherp oor voor lachwekkende zinnetjes en het vermogen om maximaal effect te halen uit absurde situaties, dist Mary Dresselhuys zulke verhalen op - over de kleuterjaren van de televisie, een gruwelijk mislukte Molière in Almelo (omdat collega Mien Duymaer van Twist haar décolleté had bedekt met een ferme Jago-sjaal) en een tournee naar Nederlands-Indië in 1947, waar de artiesten wegens de schaarste boerenkool met beige worst uit blik geserveerd kregen in plaats van de rijsttafels waarvan ze hadden gedroomd. Ze zijn mooi en raak opgeschreven, met een Carmiggelt-achtige ironie soms, en leiden door haar droogkomische voordracht tot vrolijkheid.

Zeven jaar geleden, na de dood van haar echtgenoot, publiceerde Mary Dresselhuys het bundeltje Jons, waarin ze verhalen schreef met een sterk particulier karakter. Het is te hopen dat haar anekdotische toneelmémoires op den duur ook zullen worden gepubliceerd.

Tussen de verhalen door fungeert Paul Haenen als een voorbeeldig ceremoniemeester, die een paar vragen stelt, een glaasje serveert en onder zijn vingercamera de oude foto's schuift die vervolgens op het projectiescherm te zien zijn. Een obligaat overzicht van leven en werken stond hem kennelijk niet voor ogen; het gaat om de leuke verhalen, die de actrice in overvloed in voorraad heeft, en om de quasi-verstrooide terzijdes die haar onweerstaanbaar maken.

De laatste vraag luidde gisteravond of ze het toneel mist. “Nee,” antwoordde ze. “Ik zou het niet meer kunnen, twintig of dertig avonden per maand. Ik zou de spanning, de onzekerheden en de verantwoordelijkheid niet meer aan kunnen.” Maar het stormachtige slotapplaus moet haar hebben beroerd, dat kan niet anders.