Meeste Tijger-kandidaten komen ook dit jaar uit Azië

ROTTERDAM, 4 FEBR. Voor het derde achtereenvolgende jaar kent het International Filmfestival Rotterdam een competitiesectie. Tegen de traditie in besloot de vorige directeur Emile Fallaux elk jaar drie gelijkwaardige zogenaamde Tiger Awards toe te laten kennen door een internationale jury.

Zo zou de aandacht enigszins kunnen verschuiven van de Nederlandse premières van grotere, later gewoon in de bioscoop uitgebrachte hits van andere festivals, naar de werkelijke kracht van Rotterdam: internationale premières van kleinere, vaak vernieuwende films van beginnende regisseurs.

Vooral de regel dat alleen films kunnen meedingen die niet elders al vertoond zijn geweest, zorgt ervoor dat de kwaliteit van de competitiefilms tot nu toe beperkt is gebleven tot meer of minder geslaagde curiosa. Evenmin is het gelukt om de publiciteit te richten op de vraag wie dit jaar een Tijger in de wacht zal slepen. In het Hiltonhotel of de Rotterdamse schouwburg wordt eerder gepraat over de dagelijkse verschuivingen in de top 10 van de publieksenquête; de winnaar van het algemeen klassement krijgt zaterdag de Citroën Award. Na het weekeinde rijdt in de gele trui de Australische film Shine van Scott Hicks, een lekker weghappend portret van een tot waanzin vervallen concertpianist, dat vanaf donderdag al in vele Nederlandse bioscopen te zien is.

Ook onder de festivalroutiniers zullen slechts weinigen spontaan de namen van de zes voorgaande winnaars van de Tiger Award kunnen reproduceren. Beide eerdere jaren gingen de onderscheidingen telkens naar een Europese film, een uit Japan en een onafhankelijke en maatschappijkritische, mede met steun van het festival voltooide Chinese film. Dat patroon zou zich dit jaar wel eens kunnen gaan herhalen. De verwachtingen omtrent de donderdag voor het eerst te vertonen, onder het pseudoniem Wu Ming (letterlijk: Geen Naam) geregisseerde, uit China gesmokkelde en in Nederland gemonteerde Frozen (Jidu hanleng) zijn hoog gespannen. Er is ook weer een voor de hand liggende Japanse tijgerkandidaat: Suzaku, het debuut van de 27-jarige Naomi Kawase, een van de weinige vrouwelijke regisseurs in Japan, vertelt in verstilde, soms aan Ozu of Zen-ascetisme herinnerende beelden, van de economische teloorgang van een plattelandsfamilie. Het scenario is soms raadselachtig gecondenseerd, maar Kawase geeft blijk van veelbelovend talent.

Voor de derde Tijger resteert slechts één echte Europese kanshebber, de Tsjechische regisseur David Ondricek (zoon van de fameuze cameraman Miroslav Ondricek). Zijn debuut Whisper (Septej) over een meisje dat naar de grote stad lift, werd op deze plaats al eerder in positieve zin gesignaleerd. Maar het is ook denkbaar dat dit jaar alle Tijgers uit Azië komen. Amir Karakoelov (31) uit Kazachstan en Chang Tso-chi (35) uit Taiwan leveren met respectievelijk Last Holiday (Poslednije kanikoeli) en Ah Chung (Chung Tsai) niet de geringste bijdragen aan de competitie. En dan is er nog het sterke debuut The Day a Pig Fell into the Well (Daijiga umule pajinna) van de Zuid-Koreaan Hong Sang-soo (35), waarin een weinig succesvolle romanschrijver tussen twee vrouwen zwalkt en fijntjes getekende portretten van de man, zijn minnaressen en de echtgenoot van de oudste, de indruk vestigen van een maatschappij in geestelijke crisis.

De jury van de Tiger Awards bestaat onder anderen uit de Nederlandse actrice Ariane Schlüter, de Tunesische regisseuse Moufida Tlatli en haar Belgische collega Chantal Akerman, van wie Rotterdam het schitterende zelfportret in fragmenten uit haar films (Chantal Akerman par Chantal Akerman) vertoont. Juryvoorzitter is Kim Dong Ho, de directeur van het filmfestival van Poosan in Zuid-Korea. De voornaam Dong Ho schijnt in het Koreaans 'Tijger uit het Oosten' te betekenen.