Isabel Perón voor Spaanse rechter

MADRID, 4 FEBR. Terwijl Evita Perón op het witte doek triomfen viert over de hele wereld, moest Isabel Perón, tweede vrouw van de Argentijnse dictator Juan Perón het gistermiddag op de stoep van het gerechtshof in Madrid stellen met rotte eieren en woedende mensen die haar voor moordenaar uitmaakten.

María Estela Martínez de Perón, beter bekend als Isabel Perón, werd gedurende vijf uur verhoord door rechter Baltasar Garzón over de “vuile oorlog” in Argentinië, die duizenden politieke tegenstanders van het Argentijnse generaals-regime het leven kostte in de jaren zeventig en het begin jaren van de jaren tachtig.

Isabel Perón is de eerste van 97 getuigen die is opgeroepen in het onderzoek dat door de Spaanse jusititie is gestart naar de massale verdwijningen onder de vroegere Argentijnse junta. Perón, die in 1974 haar overleden man opvolgde en gedurende twee jaar als president van Argentinië fungeerde, ontkende dat zij ooit geweten heeft van het “anticommunistische” doodseskader AAA dat gedurende haar regeerperiode werd georganiseerd. Volgens Perón (66) werd zij door de Argentijnse generaals behandeld als een “marionet”.

Onderzoeksrechter Garzón opende vorig jaar het onderzoek naar de doodseskaders in Argentinië. In de periode 1976 tot 1983, gedurende de militaire dictatuur, zijn volgens mensenrechtenorgansaties zeker 30.000 personen opgepakt en spoorloos verdwenen. Daaronder bevinden zich 333 Spanjaarden. Op getuigenlijst van de Spaanse justitie staan onder andere Jorge Videla, de leider van de generaals-coup die Isabel Perón afzette, en de marine-officier Adolfo Scilingo. De laatste getuigde twee jaar geleden dat duizenden ontvoerden uit een helicopter boven zee werden gegooid. Of de Spaanse onderzoeken daadwerkelijk tot een proces zullen komen is de vraag. De huidige Argentijnse president, Meném, kondigde in 1990 een algemeen pardon af voor militairen die bij de 'vuile oorlog' betrokken waren geweest. Isabel Perón noemde haar komt naar Madrid “beleefd ten opzichte van het land wat mij heeft opgevangen.”