Gesprek met premier Rau van Noordrijn-Westfalen; 'Europa kan niet zonder belastingunie'

Premier Johannes Rau van de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen brengt deze week een bezoek aan Nederland om het 'economisch wonder' in de Lage Landen te bestuderen. Morgen ontmoet hij premier Kok, minister Van Mierlo van Buitenlandse Zaken, minister Borst van Gezondheid en de koningin.

BONN, 4 FEBR. Johannes Rau hoeft geen seconde na te denken. Wat hij na achttien jaar nog leuk vindt aan zijn baan? “Die Leute”, zegt de minister-president van Noordrijn-Westfalen beslist, “de mensen, daar houd ik het meest van.” Als hij onder de mensen is, heeft hij plezier in de politiek.

Hij kent zijn deelstaat als zijn broekzak. Hij is er geboren, in Wuppertal, en woont er al 66 jaar. Rau heeft een goede antenne voor de mensen, en zij begrijpen hem, vindt hij. Jarenlang regeerde Rau alleen met zijn sociaal-democratische SPD. Sinds de laatste verkiezingen moet hij de macht delen met de Groenen.

Als hij onder het volk is, zoals het afgelopen weekeinde toen hij de mijnwerkers in Dinslaken opzocht, weet de Landesvater de juiste toon aan te slaan. Terwijl hij de kompels moed insprak in hun strijd om subsidies uit Bonn, konden enkele vrouwen hun tranen niet meer bedwingen. “Hij is onze grootste hoop”, zei een van hen.

Sinds september 1978 is Johannes Rau minister-president van de deelstaat die meer mensen telt dan Nederland (18 miljoen). Rau is een SPD-er, al veertig jaar. Een wilder Sozi was hij nooit. 'Broeder Johannes' - Rau is overtuigd gereformeerd - zingt liever Loof de Heer dan de Internationale.

Na achttien jaar zijn ambt te hebben vervuld, is hij nog steeds onvermoeibaar. Tot verdriet van zijn tegenstanders en sommige kritici in de partij die vinden dat de 'herfst' van de patriarch is aangebroken. Rau kan het roer beter uit handen geven aan de 'nieuwe generatie', menen zij.

Maar dan vergissen zij zich. De Strukturwandel van Noordrijn-Westfalen is in volle gang. Ooit was dit deel van Duitsland de drijvende kracht achter het Wirtschaftswunder. Als het aan Rau ligt, blijft Noordrijn-Westfalen een deelstaat mèt kolen en staal, maar ook met nieuwe speerpunt-industrieën zoals hightech, computers, amusement, media, film. De trend naar een vrije-tijdsmaatschappij houdt aan, weet Rau. “Het is een winstgevende bedrijfstak, maar je mag je niet vergissen. Als mensen geen geld verdienen gaan ze nergens heen.” De werkloosheid in de deelstaat is hoog, twaalf procent.

Daarom wil hij Nederland bezoeken, licht de minister-president toe, in de glazen 'ambassade' van zijn deelstaat in Bonn aan de Rijn. Ditmaal schijnt het economisch wonder zich in de Lage landen te voltrekken. Daar wil hij alles van weten, zegt Rau, die als scholier nog het Nederlandse volkslied heeft geleerd. Hij citeert het Wilhelmus; van het Duitse volkslied krijgt hij de eerste twee strofen nog altijd moeilijk over de lippen.

Rau wil meer weten van de economische en financiële politiek van Nederland die “buitengewoon succesvol” schijnt te zijn. Hoe is het buurland, dat vaak met Noordrijn-Westfalen wordt vergeleken, erin geslaagd de werkloosheid te verminderen? Waar komt de groei in de economie vandaan? De Nederlandse belastingpolitiek zal daar zeker een bijzondere rol bij spelen, meent Rau. Daar wil hij met Kok over praten.

De Duitse regering ergert zich al langer aan onder andere het Haagse belastingbeleid in de Europese Unie, omdat welgestelde tv-sterren en topsporters via voordelige belastingconstructies in Nederland hun geld vrijwel onbelast doorsluizen naar tropische eilanden. Eind vorig jaar werd Noordrijn-Westfalen onaangenaam getroffen door de agressieve manier waarop Gelderland het Nederlandse belastingbeleid uitdraagt.

Zo probeerde de Gelderse Ontwikkelings Maatschappij Koreaanse ondernemingen in Noordrijn-Westfalen te lokken met belastingvoordelen die de Nederlandse wet biedt. Waarom zouden zij in Duitsland investeren? “Dat was geen reclame meer, het leek eerder op het wegkopen van bedrijven”, zegt Rau. Hij vond het een poging om Duitsland als vestigingsplaats in een negatief daglicht te plaatsen. Zijn minister van economische zaken, Wolfgang Clement (ook getipt als opvolger van Rau), noemde deze vorm van concurrentievervalsing vorige maand in een interview met Elsevier “onaanvaardbaar”.

“Als een land betere condities kan aanbieden, wijs ik dat niet af”, zegt Rau. “We mogen echter niet onder de prijs gaan zitten, dat geldt voor beide partijen.” Dat bedrijven elkaar beconcurreren vindt hij normaal. Maar het stoort hem dat overheden of staatsinstellingen elkaar de loef afsteken. Het probleem zal worden aangepakt, verwacht de minister-president. “Als we op den duur in Europa een monetaire unie hebben, is ook een belastingunie nodig. We moeten gelijkluidende regels krijgen.” Maar Ärger? Nee, tussen Nederland en Noordrijn-Westfalen bestaat helemaal geen irritatie. “We hebben aan Nederland een buitengewoon beminnelijke buur”. Zelfs het bekritiseerde Nederlandse drugsbeleid levert geen wrevel op. “Dat er in Nederland verschillende opvattingen over de aanpak van het drugsprobleem bestaan dan in Duitsland is duidelijk”, meent Rau. “Maar die zijn er in Duitsland zelf ook ten aanzien van het drugsbeleid in de verschillende deelstaten.”

De minister-president is er nog niet uit wat de beste aanpak is. In het legaliseren van hard-drugs ziet hij niets. Zijn partijgenoot Vosscherau, burgemeester van Hamburg, wil dat artsen en apotheken officieel heroïne gaan verstrekken. 'Dokters in plaats van dealers' is zijn slogan. Rau onderzoekt of dit voor zijn deelstaat een 'oplossing' is. En wat hij van het fenomeen coffeeshop moet vinden? De Duitse politicus weet het nog niet, maar tijdens zijn bezoek zijn drugs zeker geen zwaartepunt, verzekert Rau.

Duitsland wil hij niet de 'zieke man' van Europa noemen. Uit de export blijkt dat de Duitse economie goed presteert. Het handelsoverschot is het grootste in de geschiedenis. Rau: “Het probleem is de combinatie van globalisering en rationalisering. Het antwoord kan alleen maar zijn: een andere verdeling van arbeid.” De regeringspolitiek in Bonn vindt hij verkeerd, arbeid wordt steeds duurder gemaakt. Volgens het nieuwe belastingplan moet voortaan ook over de verdiensten van nachtarbeid en werk op zon- en vrije dagen belasting worden betaald. “Werknemers zullen dat verhalen op hun werkgever, die dan nog hogere lonen moet betalen. Dat is niet de goede weg.”

De SPD wel? “Wij willen in ieder geval werk goedkoper maken zodat werklozen aan de slag komen. Er kan veel meer deeltijdwerk worden geschapen”, vindt Rau. Daarnaast moeten de lage en modale inkomens extra koopkracht krijgen. “Dat kan natuurlijk niet als de topinkomens ontlast worden door afschaffing van de particuliere vermogensbelasting.”

Het vernietigende rapport dat een adviesbureau uit Hamburg recentelijk over de organisatie van de SPD heeft geschreven baart Rau amper zorgen. Het is een brisant document waarin staat dat het de SPD-fractie in de Bondsdag “aan leiding en doelen ontbreekt”. “Ik kijk er slechts als buitenstaander tegenaan, ik hoor er niet bij”, reageert Rau die de indruk wekt als zou het om een andere partij gaan.

Veelstemmigheid noemt Rau nog een zwak punt van de SPD. “We moeten meer eenheidspartij worden, geslotener optreden”. Dat vindt hij met het oog op de verkiezingen het belangrijkste. Of hij dat als minister-president nog zal meemaken? Er wordt gefluisterd dat hij in 1999 een gooi naar het presidentschap zal wagen. Rau: “Ik weet niet of ik over twee jaar nog zin heb in de politiek.”