FRANS SWARTTOUW 1932-1997; Mr. Fokker

ROTTERDAM, 4 FEBR. 'Mr. Fokker' noemden ze hem. Frans Swarttouw, zoon uit een vooraanstaand Rotterdamse havengeslacht, bereikte het toppunt van zijn faam als ondernemer bij de inmiddels failliet verklaarde vliegtuigbouwer.

Hardwerkend, kleurrijk en recht voor zijn mening uitkomend, verwierf hij zich binnen Fokker een status die daarvóór misschien alleen de stichter van het bedrijf, Anthony Fokker, had bezeten. Veel Fokker-werknemers gingen in de jaren tachtig voor Swarttouw door het vuur, omdat ze zagen dat ook de topman zelf zich dag en nacht voor de ook toen al ernstig bedreigde fabriek inzette. Veel en langdurig moest Swarttouw onderhandelen, niet alleen met klanten en potentiële partners, maar vooral met ministers en hoge ambtenaren.

Toen hij aantrad, trof Frans Swarttouw een onderneming (zelf sprak hij vaak liefkozend over 'die tent') aan die “geplaagd en verward” was. Fokker had net een mislukt fusie-avontuur met het Duitse VFW achter de rug. Swarttouw restte de ondankbare taak van het ontvlechten. Maar Fokker, zoveel was hem ook snel duidelijk, kon niet op eigen benen overleven. Al na enkele jaren bereikte hij een akkoord over samenwerking met de Amerikaanse vliegtuigfabrikant McDonnell Douglas. Ook dat draaide op een teleurstelling uit: de partners bleken niet bij elkaar te passen. In Swarttouws ogen waren de Amerikanen slechts uit op Fokkers kennis en binnen een jaar werd het huwelijk verbroken.

Fokker stond er inmiddels belabberd voor: de bestaande vliegtuigprogramma's liepen op hun eind. Er moest iets nieuws komen. Dan maar twee nieuwe vliegtuigen - de Fokker 50 en de Fokker 100 - tegelijk ontwikkelen, was Swarttouws oplossing, een krachttoer waaraan het bedrijf bijna bezweek. “Het kan eigenlijk niet, maar we doen het toch”, zei hij binnenskamers. Het lukte, maar niet nadat Fokker langs de rand van de financiële afgrond scheerde. “Eigenlijk waren we in 1986 al failliet”, herinnerde een van Swarttouws collega's zich. De overheid kwam eraan te pas met een steunoperatie van enkele honderden miljoenen. Toen ook de aanloopproblemen met de produktielijnen waren overwonnen ging het spoedig beter, met als Swarttouws meest glorieuze moment het binnenhalen van de miljardenorder van American Airlines (75 Fokkers-100 plus 75 opties).

Swarttouw ondervond op dat moment al veel fysieke problemen, die zijn vertrek bij Fokker bespoedigden. Als commissaris van Fokker verzette hij zich tot het laatst tegen een overname door het Duitse DASA. Uit protest gaf hij uiteindelijk zijn commissariszetel op.

In zijn Fokker-tijd is Swarttouw zijn optreden naar buiten en zijn soms grove taalgebruik af en toe zeer kwalijk genomen. Een berucht radio-interview kostte hem bijna zijn baan. Maar de toenmalige raad van commissarissen, onder leiding van bankier Harry Langman - de man die hem naar Fokker had gehaald en met wie hij bijna elke zondag over zijn tobbende Fokker praatte - gaf hem het voordeel van de twijfel.

Vorig jaar, kort na Fokkers faillissement, was de teleurstelling de toen al ernstige zieke Swarttouw van het gezicht te lezen. 'Dood- en doodzonde' betitelde hij de ondergang.