Een vloeder tussen Anna's en Jannen

Jeugdtheater: 1. Vuur! door Rosa Sonnevanck. Regie/tekst: Helmert Woudenberg. Spel: Marit van Bohemen. Vanaf 12 jaar. Gezien: 28/1 Akademietheater Utrecht. Tournee t/m 5/5. Inl. 053 4315400. 2. Faëton naar Joost van den Vondel door Maccus. Regie/tekst: Jos van Kan. Spel/tekst: Edo Brunner. Vanaf 8 jaar. Gezien: 31/1 Maccustheater Delft. Aldaar nog 14/2 en 19/2 in Theater de Lieve Vrouw in Amersfoort. Inl. 015 2122977.

Zacht uitgedrukt zijn de drie verhalen die Marit van Bohemen tijdens de voorstelling Vuur! vertelt zonderling. Ze spelen zich af in een ongedefinieerd hoog noorden, waar vrouwen Anna heten en mannen Jan. Zelf is zij Anna de Wit, die na een verblijf van dertig jaar op de zeebodem levend en wel weer boven is komen drijven. Ze is gebleekt door al het zoute water en niemand herkent haar.

In het tweede deel van de voorstelling koopt deze Anna van een marskramer een 'kittig klein bolletje van haar': een zogenaamde 'vloeder'. De vloeder vernietigt alles wat je maar wilt. Anna stuurt de vloeder af op de lelijke torenspits van een kerk waarin mensen God loeiend aanbidden. De hele kerk wordt met de grond gelijk gemaakt.

Als echtgenoot Jan vraagt waar het vakantiegeld gebleven is, 'Vloeder? Me reet!', is Anna binnen de kortste keren weduwe.

De van absurditeiten aan elkaar hangende tekst van Vuur! is van Helmert Woudenberg, die de gedurfde solovoorstelling van Marit van Bohemen ook regisseerde. Haar spel blijft lange tijd boeien en wordt gelukkig niet zweverig of pseudo-diepzinnig. Anna de Wit is ondanks alles een nuchter type, een stoer wijf dat met haar handen op haar heupen weleens even komt vertellen wat haar zoal overkomt. 'En daar keek ik wel van op', roept ze relativerend, of 'Ja, wat nou weer, dacht ik.'

Door dit soort commentaar doet de voorstelling aan een conference denken. Van Bohemen speelt expressief met haar hele lichaam. Moeiteloos neemt ze alle Anna's en Jannen, die met haar hoofdpersonage in contact komen, voor haar rekening.

Maar als die ene vrouw die geen Anna heet, het monkelende stokoude vrouwtje Mie Kerkhofs, is ze toch wel het meest onderhoudend. Mie voorziet en begrijpt alles. Ze wappert met haar kromme handjes: 'Nou, nou, nou, wat een nare situatie.'

Vuur! duurt ruim een uur en dat is te lang. Na twee vergezochte, uitgesponnen verzinsels is de derde er een teveel. De Anna's en Jannen zitten op een dag zonder vuur. Dan ineens denk je: ze zoeken het maar uit, daar in het hoge noorden.

De zieleroerselen van de zonnegod Helios daarentegen, in de bewerking van Vondels Faëton voor achtjarigen bij de Delftse jeugdtheatergroep Maccus, blijven boeien. Regisseur Jos van Kan en acteur Edo Brunner, die net als Van Bohemen een solovoorstelling speelt, bewerkten samen de tekst. Het klinkt nog ouderwets: 'Wat oorzaak bracht jou hier? (-) Zulk een zware reis!' De alliteraties bleven behouden. Een draak is een 'gruwzaam gedrocht': 'schuimbekkend stormde hij op me af.'

Brunner dribbelt, schoorvoet en dreunt door de ruimte. Met zijn grote ronde buik naar voren is hij de krachtige Helios, maar trippelend op zijn tenen is hij net zo goed de kokette, slinkse Hera. Helios' zoon Faëton is buiten het huwelijk geboren, en daar houdt Hera niet zo van. De meeste kinderen zullen haar afkeer niet doorgronden, maar wel begrijpen hoe krachtig die is.

Onder harde lampen, op een kale vloer tussen drie zwarte gordijnen roept Brunner hele werelden op. Haast voelbaar is het lijden van de aarde - de bergen krimpen, de zeeën zinken - wanneer Faëton er overmoedig langs raast in de zonnewagen. Zeus heeft geen keuze en doodt hem. Pas als Faëton vanuit de dood komt zeggen dat de zon weer moet schijnen, keert Helios zijn lange zwarte rouwmantel. De voering is roze, rood en goud gekleurd. Brunner heft het hoofd, en straalt.