Druilerig

Al kan het 's zomers ook wel eens zulk weer zijn, druilerig, toch is de winter er onbetwist kampioen in: nooit wordt het meer licht, alles buiten is nat terwijl het niet regent en het lijkt wel of er iets aan je ogen mankeert, je blik komt nergens doorheen. Geen kleur te bekennen, bomen zijn stakerig zwart en mensen lopen gebogen met een das om hun mond; iedereen lijkt op elkaar, maar je zou niemand herkennen.

Wat een troost om dan 's avonds de krant op te slaan en daar in één woord te vinden wat de hele dag om je heen hing: Druilerig. Links onderaan, zwart op wit, in een stevige letter - voor het eerst vandaag iets om het hartgrondig mee eens te zijn.