Droploos en bierarm

Nederland telt een groot aantal universiteiten waar een ontelbaar aantal colleges wordt gegeven door 2450 professoren. Wie zijn zij? Waar hebben zij het over? En wat kunnen wij van hen leren? Twee nieuwsgierige academici terug in de collegebanken.

“Wie in de zaal weet eigenlijk zijn bloeddruk?” vraagt professor Katan, terwijl hij zijn sheets ordent.

Aarzelend gaan enkele handen de lucht in.

“Eh ja, u daar, hoeveel is die bij u?”

“Ongeveer 125 over ...” probeert de studente, maar voordat ze kan uitspreken, onderbreekt de professor: “Mag ik u vragen even te gaan staan?”

Licht blozend voldoet de studente aan het verzoek.

“Hoe hoog zei u ook alweer dat uw bloeddruk was?”

“Normaal zo'n 125 ...”

“Trekt u daar eens 17 van af. Heeft u dat? En daarvan nog 'ns 17! En dan nog maar 'ns 17! Hoeveel is dat?”

Met een rood hoofd rekent de verbouwereerde studente: “Ja, wacht 'ns even ... eh ... 74 misschien?”

“En hoe hoog denkt u dat uw bloeddruk nu is?” vraagt Katan lachend.

De studente begrijpt het en gaat verlegen zitten.

“Trouwens, goeiemorgen allemaal. Kijk, je kan bloeddruk wel een getal geven, maar dat is slechts een momentopname. Je bloeddruk heeft alles te maken met wat je doet. Gaan staan, het middelpunt van de aandacht zijn of de stress van rekenen veroorzaken al een behoorlijke verhoging, maar dat had u al begrepen. Toch spreken we dan niet over hoge bloeddruk of hypertensie, want die geldt alleen wanneer uw bloeddruk in rust permanent te hoog is. Vanochtend wil ik me op die permanente hoge bloeddruk concentreren met als belangrijkste vragen voor ons vakgebied: Hoe kom je eraan? Wat krijg je ervan? En wat kan voeding daaraan doen?”

Het gebouw Biotechnion van de Landbouw Universiteit staat verscholen in een rustige woonwijk van het landelijke Wageningen. Op de derde étage, achter enkele jerrycans met zoutoplossingen en een eenvoudige laboratorium-opstelling, vinden we de professor in voedingsleer. Martijn Katan is een tengere, energieke man die tijdens het zetten van een kopje décafé - “ooit deed ik mee aan een caffeïne-onthoudingsonderzoek, vandaar” - vertelt over hoe hij als moleculair bioloog in Wageningen terecht is gekomen.

“Mijn leermeester professor Piet Borst vroeg me ooit om te helpen bij een onderzoek naar vitamine A tekort als oorzaak van blindheid bij kinderen op Sumatra. Zo raakte ik bekend met de effecten van voeding op de gezondheid. En voor ik het wist had ik een baan hier in Wageningen en stond ik op mijn eerste dag voor 60 proefpersonen boterhammen met extra vezels uit te tellen. Om daarna een vertrek binnen te komen waar men serieus aan het praten was over het effect op spinazie als je het kookt in een metalen pan. Geweldig!”

“De laatste jaren houd ik mij voornamelijk bezig met voeding van de mens in relatie tot hart- en vaatziekten. Permanent te hoge systolische bloeddruk, bovendruk, is een veroorzaker van veel hartinfarcten. Maar dat niet alleen, hypertensie geeft ook een verhoogde kans op een hersenbloeding, nierafwijkingen of de zogenaamde etalageziekte, daarbij krijg je na honderd meter lopen pijn in je benen. Daarom is het voorkomen van hoge bloeddruk zo belangrijk. Het probleem is alleen om de werkelijke oorzaak van hypertensie te achterhalen. In vijf procent van de gevallen is dat een andere ziekte, maar in de overige 95%, die we essentieel noemen, is de oorzaak onbekend.”

Terug in de collegezaal. Katan: “Stel een patiënt heeft een te hoge bloeddruk. Hoe kan je nou een hartinfarct in de toekomst voorkomen?”

“Met bloeddruk-verlagende medicijnen”, oppert een student.

Katan: “Precies, dat heeft men ook gedaan en inderdaad ging het aantal hartaanvallen omlaag. Maar het betekent wel dat miljoenen mensen levenslang die medicijnen moeten gebruiken. Dat is duur, en geeft bovendien vervelende bijwerkingen zoals misselijkheid, slapeloosheid, impotentie en koude handen en voeten.”

Terwijl Katan doceert verschijnen naast de sheets allerlei dia's met afbeeldingen van patiënten.

“Hoge bloedruk is een serieus gezondheidsprobleem van onze welvaartsmaatschappij. Naarmate mensen ouder worden, stijgt hun bloeddruk met alle kwalijke gevolgen voor de persoon én voor de maatschappij. De kosten voor de gezondheidszorg zijn enorm. Alleen onder hoger-opgeleiden komt hoge bloeddruk minder voor. Hoe kan dat?”

Studente: “Verschillen in voedingsgewoonten?”

Katan: “Dat is me te vaag.”

Student: “Alcoholgebruik?”

Katan: “Nee, drinken doen we allemaal.”

Studente: “Hoger-opgeleiden eten meer magere produkten?”

Katan: “Bedoelt u overgewicht bij lager-opgeleiden?”

“Eh...ja”, antwoordt de studente aarzelend.

Katan: “U heeft gelijk, wat eten betreft is overgewicht bloeddrukverhoger nummer één.” Op het scherm verschijnt een dia van een man met een enorme, appelvormige buik.

“Daarna volgen het eten van veel zout, het drinken van veel alcohol en...het eten van veel drop!”

Studente: “Drop?”

Katan: “Ja, als je tenminste één ons drop per dag eet, zal het glycyrrhetinezuur dat in drop zit je hormoonhuishouding beïnvloeden en dat zal op zijn beurt je bloeddruk weer verhogen.”

“Ik moet dus vetloos, zoutloos, bierloos en droploos gaan leven”, verzucht een student hardop.

Katan: (lacht) “Neehoor, u hoeft alleen maar vetarm, zoutarm, bierarm en droparm te gaan leven. Het effect van alcohol begint pas bij drie tot vier glazen per dag, en er bestaan nieuwe soorten zout die de bloeddruk niet verhogen.”

Student: “Maar wat is nou de conclusie van de voedingsdeskundige?”

Katan: “Voor iemand met een hoge bloeddruk zal het effect van gezond eten minder spectaculair zijn dan een bloeddrukverlagende pil. Maar dit geldt uitsluitend voor het individu. Als voedingsdeskundige moet je leren om niet te kijken naar individuen, maar naar een hele bevolking. Als minister Borst van Volksgezondheid verordonneert dat iedereen gezonder moet gaan eten, dan heeft dat per persoon een beperkt effect, maar op nationaal niveau kan je er uiteindelijk meer beroertes mee voorkomen dan met medicijnen.”