De gegijzelde van het Internet

De belastingen brachten in 1996 ruim vijf miljard gulden méér op dan het bedrag waarop schatkistbewaker Zalm eerder rekende.

Dat is goed nieuws voor burgers die zich zorgen maken over het tekort op de rijksbegroting en over de groei van de staatsschuld. Hogere belastingopbrengsten leiden immers tot een kleiner tekort en minder schuld, tenzij politici geen weerstand kunnen bieden aan de altijd aanwezige aandrang de 'meevaller' te gebruiken voor verhoging van de overheidsuitgaven. De 'paarse' coalitie heeft de afgelopen twee jaar een groot nummer gemaakt van lastenverlichting voor burgers en bedrijven. Het regeerakkoord trekt voor dit doel negen miljard gulden uit. Paarse pleitbezorgers van extra uitgaven voor de minima en de gezondheidszorg lijken gemakshalve te vergeten dat een meevaller voor de schatkist hetzelfde is als een onverwachte lastenstijging voor burgerij en bedrijfsleven, die de bij gelegenheid van de kabinetsformatie afgesproken verlaging van de belasting- en premiedruk voor een belangrijk deel ongedaan maakt.

Berichten over rijkelijk vloeiende belastingbaten versluieren dat de positie van de schatkist op langere termijn wordt bedreigd door de opkomst en toepassing van nieuwe informatie- en communicatietechnologie (ICT), zoals het Internet. Tal van diensten en financiële produkten kunnen tegenwoordig waar ook ter wereld worden voortgebracht en afgenomen. Daarvoor is slechts vereist dat zij kunnen worden 'gedigitaliseerd'. Ook betalingen kunnen elektronisch worden afgewikkeld. Deze ontwikkeling heeft grote gevolgen voor producenten en consumenten. Bedrijven kunnen veel van hun produkten nu ontwerpen en voortbrengen via een netwerk van toeleveranciers. Zij kiezen hun partners voortaan in landen waar de kosten het laagste zijn. Verder zullen ondernemers een toenemend deel van hun diensten en eindprodukten vanuit verre landen aanbieden.

Vanouds spelen territoriale grenzen bij de belastingheffing een zeer belangrijke rol. Op de economische snelweg zijn alle tolborden en grenspalen evenwel opgeruimd. Dit maakt het steeds moeilijker om de landen aan te wijzen die bevoegd zijn belasting te heffen over de winst van ondernemingen. Gebruikelijk is dat de heffing van winstbelasting aanknoopt bij de plaats waar bedrijven statutair of feitelijk zijn gevestigd. ICT maakt het voor ondernemingen steeds eenvoudiger hun winsten te laten neerslaan in landen met in verhouding lage tarieven. De fiscus in landen met hoge tarieven heeft het nakijken. Anderzijds dreigt het gevaar dat de belastingdienst van twee of meer betrokken landen probeert een graantje van een en dezelfde economische activiteit mee te pikken, wat kan leiden tot (drie)dubbele belastingheffing.

Heffing van omzetbelasting (btw) heeft plaats waar goederen en diensten worden geleverd. Door toepassing van ICT kunnen goederen en diensten vanuit derde landen aan Nederlandse afnemers worden geleverd, zonder dat voor btw-heffing een gemakkelijk aangrijpingspunt bestaat.

Voor een goed verloop van de belastingheffing dient de overheid zicht te hebben op transacties waarbij geld en goederen worden geruild. Bijkomende voorwaarde is dat transacties zich hoofdzakelijk binnen de landsgrenzen afspelen. Aan de laatstgenoemde voorwaarde is straks dus steeds minder voldaan. Ons belastingstelsel staat bepaald nog niet op springen. Het lijkt er echter op dat als gevolg van toegenomen mobiliteit en de opkomst van ICT de heffingsbasis in toenemende mate dreigt te ontvallen aan bepaalde belastingen, die sinds de oorlog onze fiscale structuur hebben gestut. Een mooi voorbeeld is de heffing van btw bij bellen met het buitenland via een callback service in de Verenigde Staten. Zeer onlangs heeft de Europese Commissie passende maatregelen aangekondigd om te garanderen dat in dit geval belasting in de lidstaten van de Unie wordt geheven. Uitvoeringstechnisch zal dit niet eenvoudig zijn te verwezenlijken. Grootgebruikers die eigen lijnen gebruiken zijn helemaal ongrijpbaar.

Zulke complicaties zijn nog maar een voorproefje van wat mogelijk komen gaat. Informatievoorziening, amusement, bemiddeling en diensten van banken en verzekeraars zullen in de toekomst veelal geheel elektronisch kunnen worden afgewikkeld. Voor fraudeurs breken gouden tijden aan, tenzij de verdere technische ontwikkeling het mogelijk maakt gebruikers van het Internet afdoende te identificeren. Transacties die via computernetwerken worden afgehandeld zijn hoe dan ook lastig traceerbaar en hebben zo snel plaats dat belastingautoriteiten moeilijk effectieve controle op die transacties kunnen uitoefenen. Steeds meer goederen en diensten krijgen zo een voor de fiscus moeilijk of onmogelijk grijpbaar karakter. Gaan consumenten er in toenemende mate toe over elektronisch te betalen, dan ontvalt op de lange duur aan het geld de functie van betaalmiddel. De nu gebruikelijke vormen van belastingheffing staan daarmee op losse schroeven.

De groeiende mobiliteit van produktiefactoren en individuen en de opkomst van ICT zou belastingautoriteiten in de volgende eeuw kunnen dwingen de samenstelling van de belastingmix grondig te wijzigen. De nadruk komt dan te liggen bij heffingen op arbeid van weinig mobiele werknemers en bij belastingen op plaatsgebonden consumptie (bijvoorbeeld woondiensten, zorg, voeding en de auto). Het bezit of gebruik van onroerende zaken blijft zich ook in het elektronische tijdperk goed als basis voor belastingheffing lenen. In vroeger eeuwen was het niet anders. Destijds betaalden woningbezitters haardgeld, lokale accijnzen drukten zwaar op spijs en drank, en de rijken droegen bij naar rato van het aantal paardekrachten vóór het rijtuig. Dank zij het Internet gaan we fiscaal terug naar de Middeleeuwen.