BOHUMIL HRABAL 1914-1997; Prachtige dorst naar echt leven

Het was zo'n mooi idee dat iemand als Bohumil Hrabal (1914) nog levend over deze aarde liep, de bijzondere Tsjechische schrijver van de uitbundigste en langste zinnen ter wereld, een schrijver over wie je alleen met glanzend oog en half verliefd kan praten, van wie je houdt, moet houden zodra je je in zijn proza stort of eigenlijk stort zijn proza zich op jou en moet je maar zien dat je nog adem blijft halen in die branding.

Nu is hij dood, uit het raam van een ziekenhuis gevallen. Een hoogst eigenaardige dood. Hij wilde de vogeltjes voeren, zei de arts, hij voelde zich goed de laatste dagen.

In Tsjechoslowakije zag men destijds al snel dat Hrabal een groot schrijver was, en ook daarbuiten is dat wel opgevallen, maar het is in Nederland niet zo heel goed gelukt. Ondanks het prijzenswaardige initiatief van uitgeverij Bert Bakker die in 1988 het weemoedige Al te luide eenzaamheid begon te vertalen en daarna om de paar jaar een boek van hem uitgaf, bleef de rare naam van deze schrijver niet in Nederlandse oren hangen en verdwenen zijn boeken geregeld in de ramsj. En dat ligt niet aan de vertalingen van Kees Mercks want die zijn schitterend.

Hrabal was een fameus bierdrinker, waaraan hij de laatste jaren enige roem ontleende, omdat Bill Clinton met een televisieploeg op zijn hielen even in het Praagse café is binnen geweest waar Hrabal al vele jaren lang elke dag emmers bier naar binnen werkte. Een van zijn personages zegt het zo: “ik heb (-) zoveel pils gedronken dat je wel een vijftig meter zwembad, een ruime kuip voor kerstkarpers, met dit lagerbier kunt vullen.” De novelle Gekortwiekt speelt zich, net als Het stadje waar de tijd stil is blijven staan, af op een bierbrouwerij en ook daarin wordt zo aanstekelijk bier gedronken 'met een zo prachtige dorst' dat ook de niet-bierdrinkende lezer begint te snakken naar een pul 'oranjekleurig bier, een pul bezet met allemaal druppels neergeslagen damp'. Hrabal weet trouwens alles zo te beschrijven dat je mee wilt ruiken en voelen en proeven, bijvoorbeeld van de met heerlijkheden gevulde kameel die opgediend wordt aan de Keizer van Abessinië in Ik heb de koning van Engeland bediend.

Maar Hrabal is niet alleen maar de schrijver van sproeiend, bloezend en borrelend proza vol bier en worstjes. Het gaat hem in zijn boeken om het echte leven, zó beschreven dat de essentie ervan je meteen tegemoet springt. Daartoe maakt hij het absurd, vergroot hij details uit tot bergen en schuift grote gebeurtenissen naar de marge en vreemd genoeg wordt het echte door die vertekenende bril heel duidelijk. In geen van zijn boeken kan het blijven zoals het altijd was, iedereen en alles is almaar onderhevig aan een verandering die menigeen maar moeilijk aan kan en die de oorzaak is van een melancholieke stroom onder de bruisende beelden. Zoals 'papa' uit Het stadje waar de tijd stil is blijven staan het zegt: “Ik heb alleen de sleutel tot de oude tijden en tot de nieuwe wordt me die ontzegd, en in een nieuwe tijd leven gaat niet meer, want ik behoor tot de oude, die dood is”.

Toch wordt het vaak wel geprobeerd, om in de nieuwe tijd te leven, met een verbazende levenskracht die zich door het lelijke, onrechtvaardige, miezerige van het alledaagse leven in communistisch Tsjechoslowakije heenkraakt. Mensen gaan bijvoorbeeld verschrikkelijk van elkaar houden, zo zeer dat ze in de smerige en stinkende wc van een overvolle trein heel dicht tegen elkaar aan heel gelukkig staan te zijn: “Ik voel me altijd zo prima bij u, fluisterde de doctor in mijn oor. Ik ook, zei ik. Als ik namelijk samen met u ben, dan is 't net of u er niet eens bent, mompelde hij. Begrijpen doe ik 't niet, zei ik, maar ik snap u wel.”

Deze schrijver, die de wereld in zulke lekkere en overvloedige woorden heeft verpakt, die ons hoofd heeft volgestampt met 'gedachten en beelden die je een onbeschrijfelijke vreugde bezorgen en een nog groter verdriet', die is nu dood.

    • Marjoleine de Vos