AOV en Unie 55+ gaan een fusie aan

DEN HAAG, 4 FEBR. De ouderenpartijen AOV en Unie 55+ gaan fuseren. De eerder afgescheiden fractie Senioren 2000, onder leiding van J. Nijpels, gaat zelfstandig deelnemen aan de volgende verkiezingen. Deze fractie is eerder al uit de fusiebesprekingen gestapt.

AOV en Unie 55+ sluiten morgen een overeenkomst die het fusiebesluit bekrachtigt. Volgens een woordvoerder gaat het in de eerste plaats om een gezamenlijke lijst bij de volgende verkiezingen. Uitgaande van de uitslag van de vorige verkiezingen (zes zetels voor het AOV, één zetel voor de Unie 55+) wordt dit lijst 5, ná D66 en vóór GroenLinks. De eigenlijke fusie zal waarschijnlijk na de verkiezingen plaatshebben.

De AOV-fractie is sinds zij in de Tweede Kamer is gekozen, in drieën uiteengevallen. Eerst scheidde het Kamerlid Th. Hendriks zich af, vervolgens verlieten fractievoorzitter Nijpels en twee andere leden het AOV. De partij wordt nu vertegenwoordigd door de Kamerleden Verkerk en Van Wingerden. Zij werken reeds nauw samen met Leerkes (Unie 55+).

Verkerk en Van Wingerden zullen morgen niet aanwezig zijn bij de ondertekening van de fusie-overeenkomst. “Dat is een zaak van de partijbesturen”, aldus Verkerk.

Over de lijsttrekker van de toekomstige, voorlopig AOV/Unie 55+ gedoopte partij is intussen onenigheid ontstaan tussen partijbestuur en AOV-fractietop. De woordvoerder zegt dat bij het samenstellen van de kandidatenlijst “de partijen met een schone lei willen beginnen”. “We streven er niet naar om mensen die worden geassocieerd met de ruzies, prominent op de lijst te zetten”.

De woordvoerder tekent daarbij aan “dat het laatste woord uiteraard aan de leden en de selectiecommissie” is.

Verkerk, onder meer bekend van de beschuldiging dat hij zijn voormalig fractieleidster “met fysiek geweld” zou hebben bedreigd, wat hij zelf ontkent, meent dat “besturen moeten besturen, en niet allemaal een plaats in de Tweede Kamer ambiëren”. Hij wijst erop dat “nog niemand mij is komen vragen wat je zoal in je mars moet hebben om Kamerlid te kunnen zijn”.