Amsterdam krijgt nieuwe, lange brug

Amsterdam kiest deze maand uit drie ontwerpen voor een nieuwe brug die het Java-eiland verbindt met de vaste wal. De maquettes zijn te zien in de Zuiderkerk. Favoriet is een brug die als een reptiel over het water kruipt.

Zo onstuimig en luidruchtig als de stad groeit in Rotterdam, zo ingetogen en stilletjes gebeurt dat in Amsterdam. Het lijkt wel of in deze stad alle nieuwe, stedelijke projecten onder een geluiddempend, donzen dekbed worden uitgebroed tot zij werkelijk toonbaar zijn. Ongetwijfeld zal de moeizame wijze waarop de Amsterdamse nieuwbouw doorgaans tot stand komt - geen vruchtbaarder bodem voor vertragende procedures dan hier - met de bescheiden presentatie en met het uitblijven van mediavuurwerk te maken hebben. Dat neemt niet weg dat vooral op het gebied van de woningbouw de stad heftig in beroering is.

De ontwikkeling van, bijvoorbeeld, het Oostelijk Havengebied is fenomenaal en in grootstedelijke ambitie wellicht te vergelijken met de Rotterdamse Kop van Zuid. De bebouwing van het KNSM-eiland naar een stedenbouwkundig plan van Jo Coenen nadert zijn voltooiing. Op het Java-eiland, dat aan het KNSM-eiland ligt vastgeschakeld en wordt ingericht volgens een met dwarsgrachten doorsneden masterplan van Sjoerd Soeters, schiet de woningbouw uit de grond. De afwisselende, acht verdiepingen hoge noordwand van het eiland, met hedendaagse grachtenhuizen van onder anderen de architecten Kees Christiaanse en Geurts & Schulze, is door de eerste bewoners betrokken. Deze moeten zich evenzeer pioniers wanen als de vroegste polderbewoners. Weliswaar is er een geregelde busverbinding, maar om aan het Elba-gevoel te ontsnappen is het bezit van een auto onontbeerlijk. De wegen uit de binnenstad naar KNSM- en Java-eiland zijn gebrekkig en wisselen om de haverklap van parcours omdat er steeds nieuwe gronden bouwrijp worden gemaakt.

Door het mislukken van een grootse, samenhangende aanpak van de IJ-oevers, geschiedt de bebouwing van dit ruige gebied bij stukjes en beetjes - pragmatische ontwikkeling wordt dat genoemd. Door deze werkwijze komen bouwprojecten soms in een niet erg logische volgorde tot stand. Zo had de brug die het Java-eiland op fiets- en zelfs op stevige wandelafstand van het Amsterdamse centrum moet brengen, er natuurlijk allang moeten zijn. De komende jaren zal het, nu al als woonoord zeer geliefde, Java-eiland in hoog tempo bevolkt raken. De oeververbinding met de Oostelijke Handelskade zal echter op z'n vroegst eind 1999 gereed zijn.

Deze maand zal de Amsterdamse gemeenteraad uit drie ontwerpen de Javabrug kiezen die in de volgende eeuw, in een architectonisch verrassend, schilderachtig panorama een prominente rol zal vervullen. De drie bruggen werden in gemeentelijke opdracht ontworpen door de architecten Quist-Wintermand, het duo Verburg-Hoogendijk en door de architect Ton Venhoeven. Maquettes en tekeningen van de drie totaal verschillende werkstukken zijn nog de hele maand februari te zien in de Amsterdamse Zuiderkerk. Het programma van eisen was helder en duidelijk. “Het gaat om een ongeveer 280 meter lange, symmetrische brug met een 7.10 meter brede rijweg voor gemotoriseerd verkeer, twee 2.10 meter brede fietspaden en twee 3 meter brede voetpaden.” De architectonische verlangens formuleerde de opdrachtgever als volgt: “Er is een lichte elegante brug gewenst die duidelijk herkenbaar is als een autonoom element t.o.v. de kades en bebouwing. Het gaat om een stalen brug die zijn expressie en vorm ontleent aan de wijze van construeren. De brug zal zichtbaar zijn vanuit een groot deel van het Oostelijk Havengebied en de IJ-oevers.” Voor de bouw is 30 miljoen gulden uitgetrokken.

Om verkeerstechnische redenen moet het landhoofd van de Javabrug op de Oostelijke Handelskade aansluiten bij de Kattenburgerstraat. Maar precies op deze plek staat het enorme pakhuis Willem de Zwijger. Aanvankelijk rekende men op sloop van het pakhuis, maar het mooi-norse gebouw werd gezichtsbepalend gevonden en zal gelukkig behouden blijven. Er is al geopperd om het jazzcentrum BIM-huis erin onder te brengen.

Het obstakel-probleem is opgelost door de uitloop van de Javabrug dwars door het pakhuis heen te leiden waardoor het hoekige gevaarte in een poortgebouw verandert. De aanlanding stelt bijzondere eisen aan het brugontwerp en zorgt al direct voor een eerste schifting. De als een Concorde gestroomlijnde brug van Quist-Wintermans vliegt zich duidelijk tegen Willem de Zwijger te pletter. Het is niet de enige reden waarom deze brug de minste van de drie is. De vormgeving is dermate radicaal en modieus supersonisch dat elke menselijke maat eruit verdwenen is. Wel fraaie futuristische tekeningen en een opwindend model, maar in werkelijkheid niet bepaald een brug om je op te verheugen.

Verburg en Hoogendijk ontwierpen een ontspannen ogende promenade-brug. Naast het wegdek van stalen roosters voor het snelverkeer legden zij een houten dek voor voetgangers en fietsers. Samen met een reeks bankjes en in paren opgestelde lantaarnpalen die, heel hoog en slank, vragen om er vlaggen in te hijsen, zorgt het brede houten pad voor een zomerse, zeepier-achtige stemming die wel uitnodigend is. De vraag is alleen of een brug van 280 meter met een karakter dat vooral op voetgangers is afgestemd, onder een gestage vloed van bussen en auto's niet snel schizofreen zal raken.

De buurt, de betrokken gemeentelijke diensten, de supervisoren van het Java-eiland en tenslotte de projectgroep Oostelijk Havengebied hebben allemaal hun keuze al kenbaar gemaakt. De brug van Ton Venhoeven is duidelijk favoriet en het moet wel heel raar lopen wil de gemeenteraad dezer dagen een andere voorkeur laten gelden. In een toelichting heeft de architect zijn brug met een hagedis vergeleken, de kop aan de kant van het Java-eiland en de lui hellende voetgangerstrappen aan de flanken als de poten. De naar buiten uitstaande pijlers geven het bruglichaam nog eens een aantal extra poten, waardoor de impressie wordt versterkt van een over het water kruipend reptiel. Venhoeven heeft gekozen voor een asymmetrische brug in de lengte-richting omdat het landhoofd aan de Oostelijke Handelskade en dat op het Java-eiland niet identiek zijn. Aan de beide uiteinden loopt de brug dan ook geheel anders af, maar de constructie behoudt overal eenzelfde stemming waarin het voormalige industriegebied en de nabijgelegen Mariniersbrug doorklinken. Het zijn vooral de elegant en intelligent verwerkte verwijzingen naar het havenverleden die de brug van Venhoeven zo geschikt maken voor uitgerekend deze plek. De keuze van de Amsterdamse gemeenteraad zal de juiste zijn.