Afdelingen VBO op brede scholen moeten fuseren

ROTTERDAM, 4 FEBR. De 2.258 afdelingen voorbereidend beroepsonderwijs (VBO) van brede scholengemeenschappen moeten fuseren of leerlingen voor bepaalde vakken onderbrengen bij andere VBO's in hun regio. Anders kunnen zij de nodige technische investeringen niet betalen.

Dit blijkt uit een onderzoek naar de VBO-afdelingen dat staatssecretaris Netelenbos (Onderwijs) heeft laten doen.

De meeste VBO-afdelingen hebben te weinig leerlingen per klas, zo blijkt uit het onderzoek van de projectgroep Mavo/VBO die is aangesteld door Netelenbos. Daardoor ontvangen ze onvoldoende geld van het ministerie van Onderwijs om te investeren in bijvoorbeeld machines, en zo het onderwijs op een goed peil te houden. In totaal zitten 131.000 leerlingen in de derde en vierde klas VBO.

De fusies en samenwerking tussen afdelingen zouden volgens de onderzoekers ook zinvol zijn omdat voor de hoogste klassen Mavo en VBO vanaf augustus 1998 een nieuwe onderwijsprogramma van kracht wordt. De oude niveaus binnen Mavo en VBO worden dan vervangen door drie richtingen waar leerlingen na de tweede klas uit kunnen kiezen: praktijk, theorie of een combinatie van beide. Per richting kiezen ze vervolgens één van de veertien vakken, bijvoorbeeld elektrotechniek of verzorging. De onderzoekers achten deze vernieuwing onhaalbaar voor kleine VBO-afdelingen, met weinig leraren en middelen. Uiteindelijk beoogt de vernieuwing leerlingen beter voor te bereiden op het vervolgonderwijs.

De helft van de VBO-afdelingen, zoals de 174 'mode en kleding'-afdelingen in het land, heeft slechts elf leerlingen per derde of vierde klas, zo blijkt uit het onderzoek. Een VBO-klas moet minimaal 22 leerlingen hebben om de kosten te dekken. Met name de technische afdelingen vragen kostbare investeringen. De afdelingen 'verkoop', waarvoor geen dure machines nodig zijn, zijn goedkoper.

Het hele onderwijs kampt sinds 1985 met een teruglopend aantal leerlingen. “Mavo's ontvangen daarom graag leerlingen, die vroeger naar het VBO zouden gaan”, zegt een woordvoerder van de projectgroep Mavo/VBO. Ouders kiezen tegenwoordig volgens hem ook steevast voor een zo hoog mogelijke onderwijsrichting. “Het VBO kan dus nergens nieuwe leerlingen vandaan halen, terwijl het aantal afdelingen even groot is gebleven.”

Het aantal VBO-afdelingen is van oudsher bepaald door de spreiding over het land - de bedoeling is dat leerlingen niet te ver hoeven te fietsen om naar zo'n school te gaan. “De kans is groot dat ze dat voortaan wel zullen moeten”, aldus de woordvoerder.