Timmer heeft nog een jaar om spieren te kweken

HAMAR, 3 FEBR. Met Marianne Timmer heeft Nederland weer een vrouwelijke sprinter die zich kan meten met 's werelds besten. Razendsnel heeft de 22-jarige Groningse zich in de mondiale top genesteld. In haar debuutseizoen als sprinter eindigde Timmer afgelopen weekeinde bij de wereldkampioenschappen sprint in Hamar op de zesde plaats.

Annamarie Thomas won gisteren zilver op de tweede 1.000 meter, achter de nieuwe wereldkampioene Franziska Schenk. De allround-schaatsster werd na twee keer 500 en twee keer 1.000 meter tiende in het eindklassement.

Met een gerust hart ziet Marianne Timmer het toernooi tegemoet waar ze toppers als Schenk, de Chinese Xue Ruihong en de Amerikaanse Christine Witty definitief naar de kroon wil steken: de Olympische Spelen in Nagano. De tengere schaatsster die de afgelopen twee seizoenen deel uitmaakte van de kernploeg allround, heeft nog een jaar om meer spieren te kweken. In Hamar nomineerde ze zich voor de Olympische Spelen. Als ze vormbehoud toont, staat niets haar een succesvolle greep naar een olympische medaille in de weg.

Timmer deed in het Vikingschip wat ze van zichzelf had verwacht. Ze hoopte op een plaats bij de zes snelste vrouwen ter wereld en daar eindigde ze ook. Hoe tevreden ze ook met die notering was, de pupil van Leen Pfrommer wist dat er in Noorwegen meer in had gezeten. Timmers eerste mondiale sprintkampioenschap werd zaterdag ontsierd door een valse start op haar eerste 1.000 meter. Ze ging te snel weg maar had vervolgens niet in de gaten dat de starter direct een tweede schot loste. Pas nadat Timmer ongeveer 150 meter op volle kracht had afgelegd, schoot de starter opnieuw en reageerde ze wel.

Trillend van de zenuwen reed ze door naar de startstreep. “Je bereidt je erop voor om in die race meteen te knallen. Toen ik twee minuten later moest starten, zat ik niet in een lekkere slag en was ik een stukje felheid kwijt. Terwijl dat zo belangrijk is. Ik was helemaal de kluts kwijt.”

Troost vond ze eerst bij Leen Pfrommer, die schatte dat het incident Timmer een volle seconde had gekost. In het eindklassement bleek dat het verschil tussen de derde en de zesde plaats. “Mentaal zat ze er helemaal doorheen”, zegt Pfrommer. Haar gewestelijk trainster Sijtje van der Lende en Europees allround-kampioene Tonny de Jong spraken Timmer zaterdagavond telefonisch moed in voor de twee slotritten op zondag. “Ik had vandaag geen superbenen”, zei Timmer gistermiddag na afloop van het WK, “maar ik heb gewoon alles gegeven. Ik heb meer op kracht dan techniek gereden.”

Timmer, afkomstig uit Sappemeer en lid van IJsclub Borgercompagnie, rijdt dit jaar in het tweede team van de Nederlandse sprinters. Officieel heet Pfrommers team waarvan ze deel uitmaakt de 'kernploeg opleiding sprint', op papier de tweede keus achter de kernploeg sprint van bondscoach Peter Mueller. Nadat ze in 1994 was overgestapt van Jong Oranje naar de vrouwenkernploeg allround, maakte Timmer onder de hoede van toenmalig bondscoach Ab Krook twee vervelende jaren door. Haar eerste seizoen viel in het water doordat ze de ziekte van Pfeiffer kreeg. In het seizoen '95-'96 moest ze vaker dan haar lief was het ijs op van Krook.

Met de bondscoach had ze “niet een heel goed contact” en door Annamarie Thomas voelde ze zich “afgezeikt”. Thomas, op dat moment Nederlands beste allroundster, had in een interview gezegd dat sommige vrouwen niets te zoeken hadden in de kernploeg. Barbara de Loor en Timmer voelden zich aangesproken. Rancune tegenover Thomas na haar “trap na” is Timmer naar eigen zeggen vreemd, “maar het is wel gaaf als het lukt om haar er af te rijden”. Dat lukte in Hamar en vorige maand bij het NK sprint, waar Timmer de sprinttitel van Thomas overnam. In januari van 1996 liet Timmer de wereldbekerwedstrijd in Davos aan zich voorbijgaan en daarmee was haar lot in de kernploeg allround in feite bezegeld. Timmer wilde stoppen met schaatsen, maar na een gesprek dat Pfrommer in het bijzijn van haar ouders met Timmer had, kwam ze van haar voornemen terug. “Ik was bang dat er een talent verloren zou gaan”, zei Pfrommer gisteren. Toen vorig voorjaar duidelijk werd dat de geroutineerde trainer de kernploeg opleiding sprint zou gaan leiden, was Timmer zijn eerste keus. Ze had hem immers kenbaar gemaakt dat ze zich bij het voortzetten van haar schaatscarrière wilde toeleggen op de korte afstanden.

In het begin van het seizoen was Timmer een beetje geïrriteerd door Pfrommer. “Ik wist niet waar dat aan lag”, aldus de coach. Toen we een gesprek hadden, zei ze: 'Je leidt zo direct'.” Sindsdien voegt Pfrommer haar slechts “een paar woorden” toe en niet meer “de ellenlange gesprekken” die hij voorheen voerde. De samenwerking met conditietrainster Sijtje van der Lende verloopt uitstekend. “Ik stuur haar het trainingsprogramma dat ik voor Marianne heb en daar houdt ze rekening mee.”

Annamarie Thomas won gisteren zilver op de tweede 1.000 meter, de afstand waarop ze bijna een jaar geleden in Hamar bij de WK afstanden goud won. In het totaalklassement eindigde Thomas als tiende, vijf plaatsen lager dan vorig jaar in Heerenveen. “Van wereldschokkende resultaten kun je niet spreken”, zei KNSB-topsportcoördinator Ab Krook gisteren, “maar we zitten toch mooi met vier vrouwen bij de eerste twintig van de wereld. Met kleine stapjes gaan we de goeie kant op.” Sandra Zwolle werd zeventiende, Marieke Wijsman - in Hamar de enige sprinter op klapschaatsen, eindigde op de twintigste plaats.

Franziska Schenk werd in Hamar wereldkampioene sprint. De 22-jarige Duitse verzekerde zich zaterdag al van de wereldtitel. Ze schreef de 500 en de 1.000 meter op haar naam, nagenoeg onbereikbaar voor de concurrentie. Eindelijk kon Schenk brons voor goud verruilen. De afgelopen twee jaar kwam ze op WK's sprint niet verder de derde plaats. Op de Olympische Spelen in 1994, het jaar waarin ze als senior debuteerde, won ze brons op de 500 meter.

Gisteren maakte ze korte metten met de enige schaatsster die nog een bedreiging voor haar vormde, de Chinese Xue Ruihong. Dat gebeurde in twee rechtstreekse confrontaties. De 1.000 meter was nog slechts een formaliteit. “Die Eis-Franzi”, zoals ze in eigen land in navolging van de Duitse zwemster Franziska von Almsick wordt genoemd, bracht de wereldtitel sprint na zes jaar weer terug in Duitsland. Monique Garbrecht won de wereldtitel in 1991.

Schenk stootte de Amerikaanse Christine Witty van de troon. De regerend wereldkampioene maakte zaterdag een ongelukkige start. Bij de wissel op de 500 meter forceerde de Canadese Michelle Morton zich voorlangs Witty, die moest afremmen om een botsing te voorkomen en uit balans raakte. Morton werd gediskwalificeerd, Witty mocht een half uur later overrijden. Na deze tegenslag slaagde de wereldkampioene van vorig jaar er toch nog in om in het eindklassement als derde te eindigen.