Slappe markt en sterke bonden breken EBS op

ROTTERDAM, 3 FEBR. Al bijna vijf jaar sjouwt Dirk 't Hooft, directeur van het Rotterdamse overslagbedrijf European Bulk Services (EBS), regelmatig langs de vele kantines in de Rotterdamse haven.

Hij begint zijn sessies 's morgens vroeg voor dag en dauw bij de ochtendploegen en doet soms pas na middernacht het licht uit als hij de nachtploeg van het bedrijf te woord heeft gestaan. Zijn boodschap is steevast dezelfde: EBS moet fors in de kosten snijden en het personeelbestand - vijf jaar geleden nog bijna 1400 man sterk - moet worden gereduceerd.

Het geduld van de banken met het al jaren sukkelende EBS, dat de afgelopen vijf jaar al vier grote reorganisaties heeft doorgemaakt, is inmiddels op. EBS' marktaandeel in de overslag van agribulk (granen, veevoeders) en mineralen (kolen, erts) loopt al jaren terug, de verliezen van het bedrijf lopen op en de beurskoers van houdstermaatschappij HES Beheer is verschrompeld tot iets meer dan een tientje, circa een derde van de intrinsieke waarde. EBS is het belangrijkste onderdeel van het beursgenoteerde HES Beheer, dat verder belangen heeft in kolen- en ertsoverslagbedrijf EMO/Ekom op de Maasvlakte, het Amsterdamse overslagbedrijf OBA, in Ovet Terneuzen en in overslagbedrijven in Bangkok en het Braziliaanse Antonia.

De banken dreigen EBS nu “de stekker eruit te trekken”. Ze eisen een nieuwe sanering: 276 van de nog 600 werknemers dienen te worden ontslagen. Voor 't Hooft leidde de oekaze van de banken tot een zware aanvaring met de vakbonden.

Die menen namelijk dat gedwongen ontslagen in de Rotterdamse haven niet mogelijk zijn. Daarbij grijpen de bonden terug op het zogeheten Havenakkoord uit november 1993, waarin ze dit met de havenwerkgevers overeengekomen zouden zijn. “De lont zit in het kruitvat”, dreigen de vervoersbonden van FNV en CNV, die vrezen dat ontslagen bij EBS precedentwerking krijgen bij andere bedrijven in financiële nood.

Hoewel de bonden zich verzetten tegen massa-ontslagen, ontkennen ze de noodzaak van een nieuwe sanering niet. De zwakke markt waaronder EBS lijdt lijkt vooralsnog ver van herstel verwijderd, en de zeven grootaandeelhouders van HES Beheer - waaronder de Nederlandsche Elevator Beleggings Maatschappij (32,7 procent) en ING - willen de houdstermaatschappij geen nieuwe overbruggingskredieten verstrekken.

In 1995 leed HES een verlies van 32,7 miljoen gulden op een omzet van 186 miljoen. Bijna de helft van dit verlies (16 miljoen gulden) kwam voor rekening van dochter EBS (150 miljoen omzet). Ook in 1996 heeft dit bedrijf weer “een groot verlies” geleden.

Gezien de teruglopende overslag van bulkgoederen - niet zelden ten gunste van het containertransport - besloot de directie van EBS al eerder tot ingrijpen. Onder meer de crisis in de Duitse staalindustrie, de verminderde kolenaanvoer en het Europese landbouwbeleid, dat de overslagtarieven in agribulk (granen, veevoeders) onder druk zette, gaven daartoe aanleiding. Maar telkens stuitten 't Hooft en zijn mede-directieleden bij hun reorganisaties op de machtige vakbonden, die in alle sectoren van de Rotterdamse haven riante arbeidsvoorwaarden voor hun leden hebben bedongen. Het kwam volgens betrokkenen op de kaden in Europoort zelfs voor dat overslagpersoneel in het graan collega's in de kolen niet wilde bijspringen omdat het daarvoor niet was aangenomen.

De verslechterde marktomstandigheden en de macht van de vakbonden, die niet over gedwongen ontslagen willen praten, zijn de belangrijkste oorzaken van EBS' huidige ademnood. Maar ook het management heeft niet alert gereageerd. Het heeft strategische fouten gemaakt die het bedrijf nu dreigen op te breken.

Om daarin een goed inzicht te krijgen moet worden teruggegaan tot begin jaren negentig, toen havenondernemer Jan Rijsdijk - in de ogen van veel havenwerkgevers een “eigenwijze, emotionele individualist” - zijn hoogtijdagen beleefde in de Rotterdamse haven. Begonnen op 14-jarige leeftijd als fietsjongen voor een cargadoorsbedrijf heeft de 53-jarige Rijsdijk zich via het stukgoed en de overslag opgewerkt tot een kleurrijke havenondernemer die zeker op de werkvloer bewondering afdwingt.

Rijsdijk maakte begin jaren negentig furore in de overslag van droge bulk. Hij had zijn bedrijf Interstevedoring getransformeerd tot een geavanceerd overslagbedrijf met ruim honderd man personeel, drijvende kranen, drijvende weegtorens en elevatoren. Met zijn moderne lostechnieken en concurrerende prijzen kon Rijsdijk in de Rotterdamse haven de strijd aanbinden met de gevestigde overslagbedrijven van HES Beheer: de Graan Elevator Maatschappij en Koninklijke Frans Swarttouw. Het leidde tot een tarievenoorlog die zowel vakbonden als politiek met lede ogen aanzag.

Velen haalden dan ook opgelucht adem toen Interstevedoring in 1991 werd ingelijfd door HES Beheer. Dat voegde het bedrijf samen met de twee eigen grote overslagbedrijven tot EBS. Rijsdijk verdween, 100 miljoen gulden rijker, even uit het zicht. Hij beheert nu in de haven een onderneming die in kranenbouw is gespecialiseerd.

Maar met het verdwijnen van Rijsdijk - die 't Hooft er in het heetst van de tarievenstrijd van beschuldigde midden in de nacht dectectives achter hem aan te sturen - waren de problemen voor EBS allesbehalve opgelost. Analist Cees Haasnoot van Effectenbank Stroeve: “Rijsdijk was de luis in de pels voor EBS. Toen Interstevedoring door HES was overgenomen, dacht men bij EBS een monopoliepositie te hebben waarbij HES zelf de tarieven op de markt kon bepalen. Maar juist op dat moment stortte de markt in en bleef er van alle mooie plannetjes weinig over.”

Rijsdijk had de bui zien hangen. Hij verkocht zijn bedrijf op het hoogtepunt van de markt, nadat hij eerst met steun van de investeringsgroep HAL HES Beheer had willen overnemen. Maar het voormalige straatjongetje uit Rotterdam West had een betere neus voor de markt dan de docterandussen van HES Beheer. “Ik zag de bureaucratie bij HES Beheer”, zegt Rijsdijk over zijn afhaken. “Ik zag de politieke en vakbondsbelangen. Toen ik dat allemaal goed had afgewogen, dacht ik: dit is geen haalbare kaart.”

Rijsdijk heeft zich bij de verkoop van Interstevedoring verplicht tien jaar lang geen overslagactiviteiten te ontplooien in de Rotterdamse haven. Maar door de gerezen problemen bij EBS jeuken zijn handen.

“Als EBS failliet zou gaan, zou ik dat concurrentiebeding aanvechten en morgen weer opnieuw beginnen.Ik zeg niet dat het me voor een tweede keer allemaal lukt, maar ik geef mezelf een goede kans. Want in tegenstelling tot de mensen die nu aan het roer staan bij EBS weet ik wél wat er in de haven leeft.”