Ruud Borst ondervindt op de Weissensee dat alles went, óók pijn

TECHENDORF, 3 FEBR. Nog nooit had Ruud Borst een schaatswedstrijd over 200 kilometer gewonnen. Zijn primeur bewaarde hij tot een aansprekend moment: zaterdag op de Weissensee. Na 200 kilometer versloeg de 2.01 meter lange Borst in de eindsprint van de alternatieve elfstedentocht zijn medevluchter Jan Eise Kromkamp.

Voor Klasina Seinstra was de winst in de tocht over 200 kilometer niet de eerste. De Friese won eerder de echte Elfstedentocht. Dit keer hoefde zij er niet voor te sprinten. Haar trainingspartner Baukje Bron eindigde als tweede voor Marjan Mager.

Mannenwinnaar Borst, tweede bij het NK op natuurijs, had weinig mooie herinneringen aan de Weissensee. “Vorig jaar ben ik hier afgestapt. Het was me te ver. In de auto is het al een opgave, laat staan op schaatsen. Maar alles went. Ook pijn. Toen ik in de Friese Elfstedentocht als zesde eindigde, wist ik dat ik het aankon.” In de laatste ronde op de Weissensee - de schaatsers moesten er twaalf afleggen - voelden zijn spieren wel stram en pijnlijk aan.

Borst: “Kromkamp koos op dat moment niet voor de aanval. We hadden zes minuten voorsprong op elf achtervolgers. Ik blufte en zei tegen Kromkamp: 'we kunnen eerst wel een bakkie doen'. Hij zag gelukkig niet dat ik steenkapot zat. Dat was een grote fout.”

Favoriet René Ruitenberg was van de 104 deelnemers de eerste uitvaller. Hij hield het op een paar kromme schaatsen na zestig kilometer voor gezien. De rietkragen langs de Weissensee lagen bezaaid met andere slachtoffers. Ook Erik Hulzebosch, de nummer twee van de Elfstedentocht, sneuvelde. “Geestelijk kan ik het niet meer aan”, legde hij uit. “Vanaf 5 januari heb ik niet meer geschaatst. Ik heb nog nauwelijks tijd om naar het toilet te gaan. Ik treed als zanger veel op met mijn liedje Hulzebos, Hulzebos. Soms zes keer op een avond.”

Elfstedenwinnaar Henk Angenent hield het 120 kilometer vol op de bevroren Weissensee. Hij was de laatste weken geveld door griep en verkoudheid, maar werkt aan zijn herstel. “Het ging prima. Maar toen het peloton in tweeën uiteen viel, ging bij mij het kaarsje uit. Ik werk nu nog drie KNSB-etappes op kunstijs af. En dan zit het seizoen er voor mij op.”

Half koers maakten dertien schaatsers, onder wie Borst, Kromkamp, Stam, Huitema, Kramer en Kleine, de dienst uit. De strijd ontbrandde vijftig kilometer voor het einde. Kromkamp, Borst en Stam namen de benen. De drie sloegen razendsnel een fors gat. Stam wist zich uiteindelijk niet in de kopgroep te handhaven. De twee overgebleven vluchters reden vervolgens onbedreigd naar de finish.

Kromkamp maakte honderd meter voor de meet twee misslagen en leverde daardoor de overwinning in. Na afloop moest de 42-jarige rechercheur even diep slikken. “Ik ben oneindig vaak tweede geworden. Ik had in de finale vaker moeten aanvallen. Ik heb het een keer geprobeerd, maar Borst counterde heel gemakkelijk.”

Klasina Seinstra bleek nog steeds de snelste vrouw op de 200 kilometer te zijn. De 28-jarige postbestelster uit Sint-Johannesga finishte ruim 36 minuten na winnaar Ruud Borst. Vanaf 65 kilometer reed Seinstra verder met twee mannen: de Noord-Hollander Kaan en de Belg Vercampst. Seinstra: “Al met al was het zwaarder dan de tocht in Friesland. Ik miste het publiek. Met een tijd van 6.22,55 reed ik wel een persoonlijk record.” De Friezin reed de tocht met ingetapte enkels. Bij het finishen op de Bonkevaart had zij haar rechter-enkelbanden gescheurd.

De deelnemers aan de alternatieve Elfstedentocht maakten hun sanitaire stops op speciale schaatstoiletten aan de rand van het ijs. Er was nadrukkelijk gevraagd om niet op het ijs te plassen. Het zou het kwalitatief uitstekende water in de Weissensee onnodig vervuilen. De toerschaatsers van de 200 kilometer lange tocht dronken het zelfs. De voorzitter van het organisatiecomité, Aart Koopmans, liet na de wedstrijd weten dat het personeel van de koek-en-zopie-tenten het water voor de koffie en thee rechtstreeks uit de Weissensee haalde. (ANP)