Roep om nieuw onderzoek naar 'Bloody Sunday'

LONDEN, 3 FEBR. Bijna 20.000 mensen zijn gisteren in Noord-Ierland van de Creggan-buurt in Londonderry naar de stadswal rond het centrum getrokken om 'Bloody Sunday' te herdenken. Sprekers eisten een nieuw onderzoek naar het bloedbad.

De demonstranten liepen dezelfde route die de vreedzame burgerrechtendemonstratie op 30 januari 1972 had gevolgd. Die tocht eindigde in een bloedbad nadat de Noordierse politie de hulp inriep van het Britse leger. Soldaten van het Parachute Regiment openden het vuur op ongewapende burgers. Veertien mensen werden gedood.

Voor de nabestaanden is 'Bloody Sunday' een open wond die niet kan helen zolang hun overleden geliefden geen recht is gedaan: zolang niet officieel is vastgesteld dat ze nooit gedood hadden mogen worden. Voor de nationalistische partijen in Noord-Ierland is het een symbool van Britse onderdrukking dat 25 jaar na dato nog niets van zijn politieke explosiviteit heeft verloren. En voor de katholieke minderheid in Ulster is het een dag om te demonsteren voor de vrede. Een kwart eeuw nadat het oorlog was in Londonderry wordt de provincie opnieuw door een wederopleving van geweld bedreigd.Aan het hoofd van de stoet gingen gisteren kinderen die witte kruisen met daarop de namen van de slachtoffers droegen. Metershoge pasfoto's van de veertien doden keken vanaf een graswal op hen neer. Zoals de gezichten van de slachtoffers nooit meer waren verouderd, zo leken ook het verdriet en de woede gestold van hen die achterbleven. Ita McKinney die 25 jaar geleden haar man verloor en een week later van haar achtste kind beviel, zei gisteren dat het voor haar nog elke dag 'Bloody Sunday' was. “Ik voel me geamputeerd. Ik mis mijn andere helft.” En Michael McKinney wiens 17-jarige broer door de Britse soldaten werd gedood, waarschuwde dat de verontwaardiging over 'Bloody Sunday' nooit zal verstommen.

Leiders van Sinn Fein, de politieke vleugel van het verboden Ierse republikeinse leger (IRA), en van de Social Democratic and Labour Party (SDLP) riepen de Britse regering op het onderzoek te heropenen naar het bloedbad van een kwart eeuw geleden. Eerder onderzoek, onder leiding van rechter Widgery, wees uit dat de Britse soldaten niet onrechtmatig hadden gehandeld. Maar volgens Sinn Fein en de SDLP is de ware toedracht destijds in de doofpot gestopt. Nieuw bewijsmateriaal zou uitwijzen dat Britse militairen een aantal demonstranten doelgericht en in koelen bloede vanaf de stadswallen heeft vermoord.

SDLP-leider John Hume noemde 'Bloody Sunday' “de meest traumatische dag in het leven van elke burger van Londonderry”. Hij deed een hartstochtelijk beroep op de IRA om de doden op passende wijze te eren: door te besluiten tot een nieuw vredesbestand. Vertegenwoordigers van de protestantse unionistische partijen verweten Sinn Fein dat ze 'Bloody Sunday' voor partijpolitieke doeleinden misbruikt en daarmee nieuwe 'Bloody Sunday's' uitlokt.