Portretten van Marx en Lenin bij 'rode' mars België

CLABECQ, 3 FEBR. Ruim drie maanden na de 'witte' mars in Brussel had België gisteren in het Waalse dorpje Clabecq een 'rode' mars. De blijvende verontwaardiging over het falen van politie en justitie in de zaak van ontvoerde en vermoorde kinderen door de bende-Dutroux werd gisteren aangevuld met een protest tegen verlies van werkgelegenheid. De demonstratie van naar schatting 40.000 mensen was, net als de 'witte mars', vooral een protest tegen de regering en politici in het algemeen.

De vier kilometer lange stoet werd geleid door Roberto d'Orazio, vakbondsleider bij de plaatselijke staalfabriek Forges de Clabecq. Deze ging vorig jaar december falliet waardoor 1.800 arbeiders hun baan verloren. Maar het karakter van de demonstratie werd tevens bepaald door ouders van ontvoerde kinderen die naast d'Orazio liepen en van wie Paul Marchal en Gino Russo de demonstranten ook toespraken.

De vakbonden toonden weinig enthousiasme voor het initiatief voor de demonstratie. Maar aan de rode petten, sjaals en plastic jacks te zien hadden veel van hun leden uit zowel Vlaanderen als Wallonië gehoor gegeven aan de oproep van de zichzelf trotskist noemende d'Orazio om naar Clabecq te komen. Het leek een demonstratie uit de jaren zestig. Portretten van Marx, Lenin, Trotski en Che Guevara, slogans tegen kapitalisme, voor nationalisering van de staalindustrie, tegen premier Dehaene, tegen de 'dictatuur' van de 'rijken', van 'het grootkapitaal' en van 'Europa', tegen internationale concurrentie en voor werk. D'Orazio, de zoon van Italiaanse immigranten, riep vanaf een podium: “Wordt volwassen arbeiders, kameraden!”

Zijn vurige betogen over het vermoorden van 'kinderen en werk' werden luid toegejuicht door delegaties van arbeiders uit veel fabrieken, door gezinnen met kinderen, door leden van de kleine Belgische Communistische Partij met hun vlaggen met hamers en sikkels en door de zonen van na de Tweede Wereldoorlog geïmmigreerde Italiaanse mijnwerkers. Dezen zongen oude Italiaanse strijdliederen als Bandiera rossa en Ciao bella ciao alsof het een demonstratie van Italiaanse communisten van tientallen jaren geleden was.

“Actievoeren voor justitiële rechtvaardigheid is niet belangrijker dan strijden voor sociale rechtvaardigheid”, zei Gino Russo, vader van de door de bende van Marc Dutroux vermoorde Melissa. Tot nu toe hebben de ouders van de ontvoerde en vermoorde kinderen ondanks vele suggesties geweigerd om een politieke beweging te vormen. “Maar”, aldus Russo “als het steunen van mensen die hun werk verliezen politiek is, dan doe ik aan politiek!”

De Waalse minister-president, de socialist Robert Collignon, zei voordat de demonstratie begon in een vraaggesprek op televisie dat hij alles wilde doen om de staalfabrieken van Forges de Clabecq weer draaiende te krijgen. Maar hij hoedde zich er voor beloften te doen. De traditionele staalindustrie in Wallonië, ooit met de kolenmijnen een bron van welvaart, verkeert al decennia in crisis. Maar langzamerhand is het tot de Waalse regering doorgedrongen dat het kunstmatig instandhouden van de fabrieken geen oplossing is voor een regio die meer werkloosheid en een lager inkomen per inwoner kent dan Vlaanderen. Buiten de oude industriegebieden, bij de universiteit van Louvain-la-Neuve, bij Moeskroen en in de provincie Luxemburg, blijkt een beleid om nieuwe bedrijven aan te trekken en het midden- en kleinbedrijf te stimuleren overigens succesvol.

De Forges de Clabecq zijn daarentegen een voorbeeld van de traditionele aanpak van de door de Parti Socialiste gedomineerde Waalse regering. Bij pogingen om de fabriek in stand te houden is Wallonië voor zestig procent eigenaar geworden. In december wilde de Waalse regering opnieuw geld uittrekken voor een steunoperatie ten behoeve van de Forges de Clabecq. Maar de Europees commissaris voor het mededingingsbeleid, Karel van Miert, hield die operatie tegen. Vandaar dat ook 'Europa' door veel demonstranten gisteren de zwarte Piet kreeg toebedeeld.

Bij de demonstratie werd de ontreddering onderstreept waarin de Waalse Parti Socialiste zich bevindt. De partij is verwikkeld in een schandaal rond smeergeld. Het Waalse parlement moet beslissen of het de parlementaire onschendbaarheid opheft van parlementsvoorzitter Guy Spitaels, die er van wordt verdacht opdracht te hebben gegeven voor het incasseren van steekpenningen ten behoeve van de partij van de Franse vliegtuigfabrikant Dassault. De huidige partijvoorzitter, Philippe Busquin, zou ook van het smeergeld op de hoogte zijn geweest. Hij liep gisteren, “op persoonlijke titel” in de demonstratie mee en werd luid uitgejouwd. Binnen de Belgische federale regering neemt de druk op de Parti Socialiste toe om Spitaels en Busquin het veld te laten ruimen.

Demonstranten zingen oude strijdliederen