Patat, fantastisch lekker

In 1989 speelde Huissen een wedstrijd in Moskou. Ik was daar ook, als secondant van Gantwarg. Ik raakte toen aan de praat met Rob Clerc. Hij speelde voor Huissen, zo zijn mijn contacten met de club ontstaan. In die tijd kregen inwoners van de Sovjet-Unie meer bevoegdheden om te reizen, om naar het buitenland te gaan. Niet veel later ben ik voor Huissen competitie in Nederland gaan spelen.

Dat doe ik nog altijd. Gedurende een half jaar is er doorgaans eens in de veertien dagen een competitieronde. Daarvoor kom ik dan altijd een paar dagen over naar Nederland. Soms met het vliegtuig, dat gaat lekker snel. Soms ook met de trein, dan duurt het wat langer. Vanuit Minsk ben ik zo'n 24 tot 30 uur onder weg. Erg vind ik dat niet, ik weet de tijd altijd goed te besteden: een beetje rusten en slapen, een beetje lezen en schrijven en partijen analyseren.

In mijn land bestaat geen clubcompetitie, vandaar dat ik het prettig vind om regelmatig in Nederland te spelen. En zeker, het geld wat ik hier verdien is ook goed. Dammen is overigens niet echt populair in Wit-Rusland. Russisch dammen is veel populairder. Dat is dammen op een schaakbord, met 64 velden.

In Nederland verblijf ik altijd bij Paul Visser en zijn vrouw. Hij is betrokken bij de club. Ik ben dan zeg maar te gast in hun huis en eet ook mee met wat de pot schaft. Toen ik hier pas was, at ik graag patat. Dat was iets wat je in de voormalige Sovjet-Unie niet of nauwelijks had. Ik vond het echt fantastisch lekker. Nu eet ik het nog maar een enkele keer. Eigenlijk ben ik er achter gekomen dat ik toch het liefst echt Russische gerechten eet.

    • Paul de Lange