Low tech slimmigheden met een streng gezicht

Gebouw: uitbreiding belastingkantoor Enschede. Architect: Rijksgebouwendienst Directie Ontwerp en Techniek. Projectarchitect: Ruurd Roorda. Opdrachtgever: Rijksgebouwendienst Directie Oost. Ontwerp: 1994. Oplevering: 1996. Kosten: ƒ 20 miljoen

Groene architectuur is geen modegril. Bleef de groene bouwkunst in de jaren tachtig beperkt tot een paar milieuvriendelijke woonwijken voor mensen die 60.000 gulden extra over hadden voor een schoner geweten, tegenwoordig raakt het groene bouwen ook steeds meer ingeburgerd in kantoren, het gebouwentype dat bij uitstek wordt geregeerd door de harde wetten van het kapitalisme. Maar de inburgering van het groene bouwen eist wel haar tol: steeds vaker wordt gebruik gemaakt van de neutralere term 'duurzaam bouwen'. Toevallig is dit natuurlijk niet. 'Groen' wekt in de architectuur immers nog altijd associaties met dure plaggenhutten, terwijl duurzaamheid ook interessant is voor louter in winst geïnteresseerde projectontwikkelaars.

'Duurzame architectuur' in de kantoorbouw heeft dan ook weinig te maken met grasdaken of andere architectonische equivalenten voor geitenwollen sokken. Neem bijvoorbeeld de uitbreiding van het belastingkantoor in Enschede, die eind vorig jaar werd opgeleverd. In dit gebouw is geen spoor te bekennen van clichématige groene-architectuuresthetiek. En toch is het zo gemaakt, dat het vijftig procent minder energie verbruikt dan een gebruikelijk kantoor.

Het door Ruurd Roorda in samenwerking met de Rijksgebouwendienst ontworpen belastingkantoor, is het eerste Nederlandse gebouw dat is opgeleverd in het kader van Energy Comfort 2000, een voorbeeldproject waarmee de Europese Unie in 7 landen wil aantonen dat energiezuinige gebouwen mogelijk zijn zonder comfortverlies. De directe opdrachtgever is de Rijksgebouwendienst, die zich steeds meer ontpopt als een van de grote propagandisten van het duurzame bouwen. En het moet gezegd: het belastingkantoor is een overtuigend bewijs van het nut van duurzame architectuur.

Roorda zocht en vond energiezuinigheid voornamelijk in de koeling van het gebouw. Het is een gegeven dat niet de verwarming, maar de koeling van kantoorgebouwen de meeste overbodige energie vreet. Roorda's belastingkantoor wordt vrijwel zonder machines en dus zonder energieverbruik gekoeld. Het gebouw kreeg in de vorm van betonvloeren en stenen wanden een grote 'thermische massa', zodat het gebouw overdag slechts langzaam wordt opgewarmd, terwijl het 's nachts door extra ventilatie weer wordt gekoeld. Ook voor de ventilatie is afgezien van machines. Roorda heeft een geheel natuurlijk ventilatiesysteem in het gebouw geplaatst: hoog in elke kantoorkamer zit een met de hand bedienbaar ventilatierooster, waardoor binnenkomende lucht eerst tegen het betonnen plafond blijft 'plakken', zodat tocht in de kamer wordt voorkomen. De lucht verlaat de kamer via de gang en zoekt vervolgens door het hoge atrium een weg naar buiten.

Dit atrium op zijn beurt, is niet ingegeven door modieuze overwegingen, maar het gevolg van Roorda's gedachte dat een breed gebouw minder verdiepingen vereist en dus relatief goedkoop is. Na plaatsing van de kantoren langs de buitengevels bleef er plaats over voor een open ruimte, die naast ventilatie ook zorgt voor voldoende daglicht in de corridors en de deels open kantoren.

Zo zit dit belastingkantoor vol 'groene' slimmigheden, die niet bestaan uit ingewikkelde hoogstaande techniek maar uit eenvoudige weloverwogen middelen: geen high-tech, maar low tech. De ramen aan de zonnige zuidzijde bestaan bijvoorbeeld uit twee delen: een hoog strookraam met daarboven telkens een lage kijkspleet. De strookramen zijn voorzien van buitenzonweringen, de smalle spleten van warmtewerend glas, waarachter aan de binnenzijde reflecterende lichtplanken zijn geplaatst die zorgen voor weerkaatsing van het binnenkomende licht en zo de behoefte aan kunstlicht verminderen. En zo kan men nog wel even doorgaan bij dit gebouw: het regenwater wordt opgevangen in twee waterbassins en gebruikt om de wc's door te spoelen, de binnenwanden zijn met rood-bruin leem gestuct en behoefden dus niet te worden geverfd, kozijnen zijn van hergebruikt aluminium of van vurenhout, op het dak staan zonnepanelen die zorgen voor extra, eigen energievoorziening, enzovoort.

Maar het werkelijk knappe van dit gebouw is dat het meer is dan een optelsom van energiezuinige vondsten. Roorda heeft niet alleen voor energiezuinigheid gezorgd, maar ook voor een kantoor met een eigen karakter. Zijn uitbreiding van het belastingkantoor is niet het zoveelste gezichtloze en inwisselbare kantoorgebouw, maar een eiland van edele eenvoud dat, vooral door de strookramen en de pilotis waarop het rust, herinnert aan de Nieuwe Zakelijkheid. De gevelbekleding van bruine kleistenen, waarin hier en daar ronde gaatjes zitten voor nestelende vogels, zorgt niet alleen voor aansluiting bij het oude bakstenen belastingkantoor van rijksbouwmeester Bremer uit 1939, maar geeft het gebouw ook de ernst en het gewicht die passen bij belastingen. Het is duidelijk: hier wordt niet lichtzinnig, maar streng en zakelijk met belastinggeld omgegaan.