Lage opkomst in Pakistan illustreert afkeer politiek

LAHORE, 3 FEBR. Pakistan lijkt vandaag een kalme verkiezingsdag te hebben beleefd met een lage opkomst. De anders zo rumoerige straten van Lahore waren vanochtend vrijwel uitgestorven. Midden op de weg speelden jongens cricket. Halverwege de dag had pas naar schatting tien procent van de kiezers de moeite genomen zijn stem uit te brengen, al had iedereen daarvoor vrij gekregen.

“Het is de ramadan en dan blijven de mensen liever thuis”, zei vanochtend een functionaris in een stembureau in de oude stad, nabij het reusachtige fort uit de Moghul-tijd. “Bovendien hebben veel mensen genoeg van alle corrupte politici en verwachten ze niet dat deze verkiezingen iets zullen veranderen”, vulde een ander aan.

De gedoodverfde winnaar van de verkiezingen voor een nieuw nationaal parlement en nieuwe provinciale staten, Nawaz Sharif, leider van de Pakistaanse Moslim Liga, zit over zulke details niet in. In zijn riante villa stond hij gisteren vol vertrouwen enkele journalisten te woord. “Onze verkiezingscampagne is zeer succesvol verlopen”, stelde hij minzaam glimlachend vast. “Bij de gratie Gods zullen we morgen een comfortabele meerderheid behalen.”

Zal zijn programma erg afwijken van dat van zijn vorige termijn tussen 1990 en 1993? “Nee”, verklaarde de vermoedelijke nieuwe premier. ,We zullen onze agenda van toen afmaken. Die was erg populair bij de mensen in het land.”

Dat laatste is een nogal vrije interpretatie van de werkelijkheid. In het voorjaar van 1993 werd zijn regering door de president naar huis gestuurd op beschuldiging van corruptie. Weliswaar maakte het Hooggerechtshof dit besluit ongedaan, maar bij nieuwe verkiezingen die herfst boekte Benazir Bhutto een duidelijke zege. Afgelopen november gaf de huidige president, Farooq Leghari, op zijn beurt Benazirs regering haar congé, alweer op beschuldigingen van corruptie en wanbestuur.

Nawaz Sharif beseft terdege dat er ditmaal onder brede lagen van de bevolking ongenoegen bestaat met de toenemende corruptie. De leidende politici van het land hebben de afgelopen jaren vooral hun zakken gevuld op kosten van de gemeenschap, zo vinden velen. Daarom beloofde Nawaz Sharif onlangs plechtig voor de televisie dat hij, weer aan de macht, zijn familiebedrijf ditmaal geen speciale gunsten zou bewijzen. Ook zouden zijn ministers ditmaal slechts één dienstauto krijgen en hun departementen zouden niet degraderen tot baantjesbureaus voor familie en vrienden.

Een van de weinige nieuwe gezichten in de Pakistaanse politiek, het voormalige cricket-idool Imran Khan, veegde zaterdagavond tijdens zijn laatste verkiezingsbijeenkomst in Lahore de vloer aan met Sharifs schone beloften. Onder luid gejuich van zijn aanhangers riep hij vanaf een grote container dat het land een heuse revolutie nodig heeft om van al zijn corrupte politici af te raken en in één adem voegde hij er aan toe, dat de ergste daders zonder pardon moesten worden opgehangen. Hoewel Imran Khan en zijn knappe jonge vrouw Jemima, dochter van de Brits-Franse miljardair James Goldsmith, de nodige kleur aan de campagne hebben gegeven, is de kans dat hun nieuwe Tehrik-e-Insaaf (Beweging voor Gerechtigheid) werkelijk zal doorbreken gering. Hun partij bestaat pas enkele maanden en mist voldoende wortels in het land om het de gevestigde politici echt moeilijk te maken.

Ook heeft niet iedereen Imran Khan zijn huwelijk vergeven. “In mijn familie ben ik de enige die voor Imran zal stemmen”, zegt een student op de binnenplaats van de eeuwenoude Wazir Khan-moskee in de oude stad. “Mijn zussen en mijn ouders vinden het fout dat hij met een buitenlands meisje is getrouwd”.

Voor oud-premier Benazir Bhutto en haar Volkspartij (PPP) lijkt er ditmaal weinig eer te behalen. Half ziek bleef ze, vechtlustig als ze is, tot het laatste moment campagne voeren. Maar de doordringende stank van corruptie, die haar in november afgezette kabinet vooral dank zij haar inmiddels gearresteerde echtgenoot Asif Ali Zardari omgaf, maakt het onwaarschijnlijk dat ze buiten haar vaste aanhang veel stemmen zal krijgen. Dat geldt zeker voor Lahore, thuisbasis van zowel Nawaz Sharif als Imran Khan.

Van belang voor Benazir is vooral hoe ze het in haar eigen provincie Sind doet. Daar heeft ze veel prestige verloren na de dood van haar jongere broer Murtaza, die in september door de politie in Karachi werd doodgeschoten. Benazir leefde al enige tijd in onmin met Murtaza. Diens weduwe, de van oorsprong Libanese Ghinwa Bhutto, hoopt via de stembus wraak te nemen op Benazirs PPP. Ghinwa neemt het in Larkana, het traditionele bolwerk van de familie Bhutto, op tegen Nusrat Bhutto, de moeder van Benazir en Murtaza, en de echtgenote van de in 1979 door dictator Zia-ul-Haq opgehangen oud-premier Zulfikar Ali Bhutto.

Over programma's wordt nauwelijks door iemand in het land gesproken. Politiek is in Pakistan vanouds een kwestie van (hoge) personen en geld. Ideologische verschillen spelen daarbij slechts een ondergeschikte rol. Het hele verkiezingsproces wordt intussen door steeds minder Pakistanen serieus genomen en zo blijft vandaag de meerderheid van de kiezers gewoon thuis.