Jarige Schubert in variërende vormen van 'authenticiteit'

Concerten: Residentie Orkest o.l.v. Ton Koopman en Anima Eterna o.l.v. Jos van Immerseel. Gehoord: 31/1, 1/2 Concertgebouw Amsterdam. Radio: Anima Eterna 4/2 20 uur Radio 4.

Schubert gedirigeerd door barokspecialisten zou zo'n tien jaar geleden nog bijna ondenkbaar zijn geweest. Nu poogde Ton Koopman dit weekeinde het Residentie Orkest te verleiden tot een Schubert zonder scherpe accenten, terwijl zijn Belgische collega Jos van Immerseel met zijn barokorkest Anima Eterna juist probeerde de contrasten en accenten in Schuberts muziek te optimaliseren.

Zo maakt de tweehonderdste verjaardag van Schubert nog eens duidelijk dat er onder de term 'authentieke uitvoering' een willekeur aan interpretaties mogelijk is, waarbij zelfs de bewuste keus voor het bespelen van oude instrumenten geen houvast meer biedt.

Volgens Ton Koopman is de befaamde 'lange adem' in Schuberts muziek een uitvinding van de negentiende eeuwse uitgevers, die de oorspronkelijke articulatiebogen lieten uitdijen volgens de romantisch getinte instructies van ondermeer Brahms, die nauw betrokken was bij de uitgave van de symfonieën in de Schubert-Gesamtausgabe. Koopman is ervan overtuigd dat ook de accenten en dynamische tekens, die Schubert op een hele persoonlijke manier noteerde, door de uitgevers nooit goed zijn begrepen.

Uit Koopmans interpretatie van de 'Mozartiaanse' Symfonie nr. 5 kwam dan ook een lichtvoetige, ongecompliceerde Schubert naar voren, strak in het tempo en zonder pathetiek. De zwelgende rubato's, de angstaanjagende donkere schaduwen en de dynamische contrastwerking die de Schubert van een dirigent als Furtwängler zo aangrijpend maakten, werden door Koopman vervlakt en vervaagd tot pure, onbekommerde musiceervreugde. De bassen leken braaf in de pas lopende kaboutertjes, die niet teveel herrie mochten maken, terwijl de poëtische lyriek van de melodieën werd teruggedronken tot aardse vrolijkheid.

Daarentegen klonk de Schubert van Jos van Immerseel, wiens orkest op authentieke en nagebouwde oud-Weense instrumenten speelt, strijdbaar, dramatisch en indringend. Als een muzikale Napoleon voerde de energieke Van Immerseel zijn muzikale stoottroepen door een fascinerend landschap vol contrasterende klankkleuren en tegenstrijdige gevoelens. In zijn Schubert herkende men het Oostenrijkse landschap bij winterstorm én stralend zomerweer, bij hem werd het oorlogvoeren afgewisseld met drinkgelagen en geminnekoos.

Opvallende elementen in Van Immerseels spannende en kleurrijke interpretaties van Schuberts symfonieën drie en negen vormden de dramatische expressie van de blazers, de flexibele transparantie van de strijkers en de spirituele retoriek van de fraseringen. Ook bij Van Immerseel was Schuberts lange adem naar de achtergrond verschoven, maar het uiteenrafelen en nuanceren van diens 'hemelse lengte' leidde tot een uitgeholde zeggingskracht.

In zijn geanimeerde lezing van delen uit Schuberts Rosamunde bracht ook Koopman een beetje meer pathetiek, terwijl soliste Marieke Blankestijn in het Rondo in A en het Konzertstück in D voor viool en orkest, met Hollandse degelijkheid en een ferme toon bewees dat Schubert wél mooie, maar niet erg dramatische stukken voor de viool heeft gecomponeerd.