Italië ontdekt goud joodse slachtoffers

ROME, 3 FEBR. In kluizen op het Italiaanse ministerie van Schatkist zijn vijf kratten ontdekt met goud en andere kostbaarheden van joden die in de Tweede Wereldoorlog in een concentratiekamp in Triëst hebben gezeten.

De waarde van deze artikelen is nog onduidelijk, aldus Michele De Feis, de prefect van Triëst die de kratten heeft opgespoord. Het gaat onder andere om ringen, juwelen, horloges en gouden vullingen. Het is volgens De Feis vrijwel zeker dat een aantal van deze zaken heeft toebehoord aan joden die via het concentratiekamp San Sabba in Triëst naar andere kampen zijn gebracht of in het kamp zelf zijn omgekomen. Sommige kostbaarheden in de kratten zouden geplunderd zijn uit huizen van opgepakte joden.

De Feis was een onderzoek begonnen op aandringen van de joodse gemeenschap in Triëst. Door de controverse over het joodse goud in Zwitserse banken werd ook deze zaak weer opgerakeld. Volgens documenten die De Feis in de archieven van Triëst en elders heeft gevonden, zijn de kratten met kostbaarheden in 1945 door het terugtrekkende nazileger meegenomen naar Klagenfurt in Oostenrijk. Begin jaren vijftig werden ze weer teruggebracht naar Triëst. Waarschijnlijk staan de kratten sinds 1962 in kluizen op het ministerie van Schatkist in Rome.

Volgens documenten uit de gemeente-archieven in Triëst zijn in 1958 een paar artikelen teruggeven. In de jaren zestig had de toenmalige regering teruggave van andere kostbaarheden geweigerd, omdat in haar ogen niet bewezen kon worden wie daarvan de eigenaar was geweest of er recht op had.

Triëst is, net als de rest van Noord-Italië, van september 1943 tot het einde van de oorlog, in 1945, bezet geweest door nazi-troepen. Het concentratiekamp in San Sabba, een voormalige rijstpellerij, was het enige kamp in Italië.