Hoger beroep asielzoekers deels hersteld

DEN HAAG, 3 FEBR. Staatssecretaris Schmitz (Justitie) komt binnenkort met een wetsvoorstel dat het hoger beroep voor asielzoekers in beperkte vorm herstelt. In het weekeinde zei Schmitz in het PvdA-vlugschrift dat “het hoger beroep binnen de Vreemdelingenwet niet afgeschaft had mogen worden”. Zij stelt zich daarmee op hetzelfde standpunt als het Tweede-Kamerlid Middel, net als Schmitz lid van de PvdA.

Regeringsfractie D66 is voorstander van herinvoering van het hoger beroep voor asielzoekers. Het Kamerlid Dittrich vindt wel dat Schmitz sneller met haar nieuwe wetsvoorstel had moeten komen, omdat volgens hem al lang bekend is dat een meerderheid van de Tweede Kamer voorstander is van een beperkt herstel van het hoger beroep. Een woordvoerder van de fractie noemde het vanochtend “hypocriet” dat Schmitz de hoop uitspreekt dat de regeringsfracties haar plan zullen steunen. “D66 is altijd tegen de afschaffing geweest.” De woordvoerder van Schmitz zei in een reactie dat de staatssecretaris had gedoeld op de inhoud van het wetsvoorstel, dat pas in maart klaar is.

Vorig jaar liet ook de VVD tijdens een overleg met Schmitz weten niet tegen een beperkt herstel van het hoger beroep te zijn. VVD'er Rijpstra heeft wel zijn bedenkingen. Hij vindt dat de procedure niet onnodig mag worden verlengd. Bovendien vraagt hij zich af of de werkdruk voor de rechterlijke macht niet wordt verhoogd. Oppositiepartij CDA heeft zich steeds op het standpunt gesteld dat herinvoering van het hoger beroep te veel extra tijd kost in de asielprocedure.

Het hoger beroep voor asielzoekers werd in de vorige kabinetsperiode afgeschaft. De nieuwe wet beoogde een vereenvoudiging van de asielprocedure om de groeiende stroom vreemdelingen te kunnen blijven verwerken. Deze aanscherping van de Vreemdelingenwet, waarmee het parlement eind 1993 onder zware druk van toenmalig minister Hirsch Ballin (CDA) en staatssecretaris Kosto (PvdA) akkoord ging, wekte veel commotie onder rechters, advocaten en organisaties voor vreemdelingen. Zij stelden dat het uitsluiten van toetsing door een hogere rechter indruiste tegen internationaal erkende beginselen van rechtsbescherming.

De Eerste- en Tweede-Kamerfracties van de PvdA waren destijds verdeeld over de afschaffing van de beroepsmogelijkheid. Toenmalig woordvoerder Van Traa diende talloze verbeteringsvoorstellen in, mede om het hoger beroep in stand te houden, maar kreeg uiteindelijk zijn zin niet.

Tijdens de formatie van het nieuwe kabinet, in de zomer van 1994, kwamen de 'paarse' fracties overeen dat zou worden gezocht naar een oplossing voor het gebrek aan beroepsmogelijkheden. Met name D66 had daar bij kabinetsformateur Kok op aangedrongen. In het regeerakkoord werd daarop een passage opgenomen waarin stond dat de Hoge Raad het kabinet zou adviseren over een eventueel herstel van het hoger beroep.

De Hoge Raad zag in april 1995 inderdaad mogelijkheden voor een beperkt herstel van het hoger beroep. Daarmee zouden de rechtseenheid en de rechtszekerheid worden bevorderd en zou de mogelijkheid worden gecreëerd dat 'misslagen' in eerste aanleg werden gecorrigeerd. De rechter zou zich in hoger beroep louter moeten buigen over de vraag of de asielzoeker al dan niet in Nederland mag blijven. Het gaat daarbij volgens een woordvoerder van Schmitz om “juridisch ingewikkelde zaken”. Een asielzoeker van wie is komen vast te staan dat zijn verzoek op economische gronden is gebaseerd, zal van hoger beroep worden uitgesloten.

Minister Sorgdrager en staatssecretaris Schmitz lieten de Kamer echter in september 1995 weten dat het te vroeg was om het hoger beroep te herstellen omdat nog niet te berekenen viel tot hoeveel procedures dat herstel zou leiden en hoeveel asielzoekers op grond van die procedures in Nederland zouden mogen blijven. Het kabinet besloot ruim een jaar geleden dat het hoger beroep voor asielzoekers in een beperkte vorm moest worden hersteld.

De aankondiging van het wetsvoorstel komt op het moment dat Schmitz zich de irritatie van een aantal grote gemeenten op de hals heeft gehaald met haar uitzettingsbeleid voor uitgeprocedeerde, afgewezen asielzoekers. Zij zei in het Vlugschrift dat zij naar mogelijkheden zoekt om de gemeenten bij te staan “in de meest schrijnende gevallen”. De gemeenten, waaronder Apeldoorn, zijn het er niet mee eens dat zij opdraaien voor het uit hun huis zetten van uitgeprocedeerde asielzoekers. Zij verzetten zich tegen Schmitz' beleid omdat het “inhumaan” en “onuitvoerbaar” zou zijn. Schmitz gaat de komende tijd met de gemeenten praten over een oplossing.