Het verdriet van moeders (en kinderen)

Moeders en kinderen, daar had de televisie het afgelopen weekeinde iets mee. Vaders bleven op de achtergrond, iets wat ze na de verwekking, bescheiden als ze zijn, wel vaker doen.

“Wij zijn in Nederland wereldkampioen oude moeders en waarschijnlijk ook oude vaders - geen land waar de leeftijd bij de eerste geboorte zó hoog ligt”, aldus demograaf G. Beets in een discussie in Buitenhof over de vraag hoe we vrouwen weer meer vóór hun dertigste aan het baren kunnen krijgen. Bij het CDA schijnen ze dat met een opvoedloon van 250 gulden per maand te willen oplossen, welk bedrag nog uit een periode moet stammen waarin veel CDA'ers een goedkope werkster hadden.

Geboeider dan naar deze warrige discussie had ik de avond tevoren bij Nova naar een moeder uit Enschede gekeken. Het was de moeder van de 13-jarige jongen die ervan verdacht wordt met twee vriendjes van vijftien en zeventien jaar een moord te hebben gepleegd op een vrouw. Ze zouden de vrouw naar een bos hebben gelokt en haar daar hebben gedood en begraven.

De moeder, overstromend van verdriet, vertelde een verontrustend verhaal. Ze bleek afkomstig uit een keurige 'slaapwijk'. Dat het met haar kind de verkeerde kant opging, had ze al op zijn twaalfde jaar onderkend. Hij spijbelde, had oudere vrienden en gebruikte drugs. “Ik kon het niet meer aan”, zei ze. Ze had aan de bel getrokken bij het maatschappelijk werk. Men probeerde het kind geplaatst te krijgen in een jeugdinternaat, maar overal waren overvolle wachtlijsten.

“Ik ben er boos over”, zei de moeder (van een vader werd niet gerept, wel van een vriend), “als mensen om hulp vragen, moet je ze helpen, je ziet nu hoe fataal dit kan aflopen.”

Kinderrechter C. de Groot uit Rotterdam vond dat de moeder op tijd had gewaarschuwd. “Er is een groot probleem: meestal is er in de inrichtingen alleen plaats als iemand een strafbaar feit heeft gepleegd.”

Wat moet er nu met zo'n kind gebeuren? Het zal in ieder geval tot zijn 21e naar een jeugdinrichting moeten, waar het nu dus met open armen zal worden ontvangen. “Er moet een hek omheen, maar wel een zinvol hek”, aldus De Groot.

Hij benadrukte dat het zelden voorkomt dat kinderen zulke gruwelijke misdaden met voorbedachten rade plegen. Dat is zeker waar, maar zware misdrijven, gepleegd door jongeren, zijn allang geen zeldzaamheid meer. Toevallig viel mijn oog op de Rotterdamse rechtbankrol van deze week. Op één dag staan daar drie jongens terecht: twee van zestien jaar voor poging tot moord en zware mishandeling, en een van twintig jaar (toch eigenlijk ook nog een jongen) voor het met een mitrailleur schieten op politieagenten.

Dan was er - in Spoorloos - nóg een moeder die het zwaar te verduren had. Ze woonde in Haïti en ze had negen jaar geleden drie zoons van twee, vier en zes jaar voor adoptie afgestaan aan een weeshuis. Via België waren de kinderen naar Nederlandse ouders gesluisd. De overdracht was in een kwartiertje op een vliegveld afgehandeld, vertelden de ouders die daar nóg beduusd van waren.

We zagen de Haïtiaantjes schaatsen in een Noordhollandse polder, wat een heel mooi gezicht was, maar het heimwee trekt zich niets aan van idyllische Hollandse winters. Ze wilden in contact komen met hun moeder. Met de oudste jongen ging het niet goed: hij was al overgeplaatst naar een pleeggezin.

Derk Bolt vond na veel inspanningen de moeder en ook de vader. De moeder vertelde voor de camera een aangrijpend verhaal over armoede, werkloosheid en het noodgewongen afstand doen van haar kinderen. “Ik heb geen spijt”, snikte ze, “want ik kon ze geen goed leven geven.”

De jongens hadden niet gewild dat hun ouders naar Nederland zouden worden overgevlogen. “Daarna moeten ze weer terug naar de armoede”, zei een van hen.

Als je het op papier zet, klinkt het misschien een beetje sentimenteel, maar dat was het zeker niet. Bij Spoorloos kun je tegenwoordig een traan laten zonder het gevoel te krijgen dat die er met nodeloos geweld uitgetrokken wordt.