Geweld in Belgrado

HET HEEFT DE demonstranten in Belgrado allemaal niet geholpen: de aanmaning van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa aan het adres van het Servische bewind om de uitslagen van lokale verkiezingen te respecteren, het dreigement van president Clinton dat sancties zouden worden toegepast als er geen verbetering in de situatie kwam en de moed en de hardnekkigheid van de betogers zelf.

Gisteravond en vannacht sloeg de politie van Miloševic op de demonstranten in. Het regime heeft zijn geduld verloren en tracht in een uitbarsting van geweld het initiatief alsnog aan de straat te ontworstelen. Het Servische bewind staat te kijk voor wat het is: op macht belust, bereid tot iedere machinatie en verstoken van enig vermogen om de kloof in de Servische samenleving te dichten.

Wekenlang nu al wandelen dagelijks vele duizenden, op sommige hoogtijdagen zelfs honderdduizenden door de straten van Belgrado en van andere Servische steden om aan hun onvrede over het regime uitting te geven. Het is begonnen met betogingen tegen het onwettig verklaren van verkiezingen die de oppositie in een aantal belangrijke gemeenten, waaronder de hoofdstad, een meerderheid hadden verschaft. Aanvankelijk ging het de demonstranten erom de uitslagen alsnog erkend te krijgen, maar nu is hun doel zondermeer de verwijdering van het socialistische bewind.

DE VERWACHTING dat aanhoudende betogingen en druk van buitenaf Miloševic aan het wankelen zouden brengen, is niet bewaarheid. Het regime mag in een isolement zijn geraakt, zelfs de steun van de kerk hebben verloren, zolang de politietroepen de bevelen gehoorzamen trekt het aan het langste eind.

De buitenwereld staat erbij en kijkt ernaar. Natuurlijk, Miloševic is de belangrijkste partij geweest in de Akkoorden van Dayton die een einde maakten aan de oorlog in Bosnië. Dat was een reden om hem te ontzien zolang hem invloed kon worden toegeschreven op de machthebbers in de zogenoemde Servische Republiek van Pale. Maar inmiddels heeft de Servische president voor Bosnië zijn betekenis verloren. De Bosnische Serviërs voelen zich door Miloševic verraden, de droom van Groot-Servië is voor hen in een nachtmerrie geëindigd, voor de Servische vluchtelingen uit Kroatië en Bosnië niet in de laatste plaats.

DE ONMACHT VAN het Westen in voormalig Joegoslavië is spreekwoordelijk. Met gebonden handen tracht het hier en daar iets van een ordelijke samenleving overeind te helpen. Maar het wezenlijke vraagstuk wordt omzeild: de consequenties van de grootscheepse schending van de mensen- en burgerrechten in de afgelopen jaren zijn niet getrokken. Dat alleen al sterkt Miloševic in de overtuiging dat hij nog altijd ongestoord zijn gang kan gaan.