'Europese industrie moet aanval inzetten'

DEN HAAG, 3 FEBR. Vijf dagen lag hij met 39 graden koorts in bed. Maar vrijdagmiddag was minister H. Wijers (Economische Zaken) weer voldoende opgekrabbeld om veertien collega-ministers uit de lidstaten van de Europese Unie (EU) te ontvangen voor een informele Industrieraad.

Onderwerp van gesprek: het concurrentievermogen van Europa. Dat laat nogal te wensen over, zo hebben de EZ-ambtenaren uitgerekend. Bewapend met sheets probeerde de Nederlandse minister zijn Europese collega's te overtuigen van de sense of urgency. Niets minder dan de toekomstige welvaart en werkgelegenheid van Europa staat op het spel.

De ministers van Economische Zaken, die doorgaans in de schaduw opereren van hun regeringsleiders en ministers van financiën, moeten hun stoffige imago maar eens van zich afwerpen, vindt Wijers, en zich manifesteren als “de bewakers van het Europese concurrentievermogen”. “Volgens mij is het hoog tijd dat de Industrieraad een meer offensieve en anticiperende aanpak kiest”, aldus Wijers zaterdagochtend.

Voor zo'n aanvallend spelconcept is team spirit en prestatiedrang vereist. Vandaar het initiatief om de ministers van Economische Zaken weg te trekken uit het Brusselse overlegcircuit met voorspelbare vergaderingen over steunverlening aan kwakkelende bedrijfstakken. In Den Haag is de blik twee dagen lang op de toekomst gericht.

“Het schort Europa aan vermogen om welvaart en werkgelegenheid te creëren”, houdt Wijers zijn collega's zaterdag voor. En hij toont de eerste van vijf sheets, die aan duidelijkheid niets te wensen overlaten. Tot begin jaren negentig liep Europa nog in op de Amerikanen, maar dat is nu afgelopen, aldus Wijers. Amerikanen, zo blijkt uit de gepresenteerde cijfers, zijn gemiddeld bijna anderhalf keer zo welvarend als Europeanen en lopen weer uit. De Japanners haalden Europa begin jaren tachtig in en hebben nu op de welvaartsladder een comfortabele en uitdijende voorsprong van 20 procent.

Met de werkgelegenheid is het nog treuriger gesteld. In de VS en Japan groeide het aantal banen respectievelijk vier en twee keer zo hard als in Europa. Voor de toekomst is het beeld ronduit somber. De EU groeit maar in één van de vijf snelst groeiende industriële sectoren (voedings- en genotmiddelen) harder dan Japan en de VS.

Wat tijdens de ochtendsessie nog tamelijk luchtig wordt gepresenteerd krijgt 's-middags het karakter van een woeste ruk aan de noodbel. Dan presenteert Wijers de resultaten van een vergelijkend landenonderzoek voor een met het oog op de toekomst cruciale sector: die van de informatie- en computertechnologie (ICT). Kommer en kwel alom. Van de twintig topspelers in deze competitie zijn er maar twee Europees: SAP en Software AG. “De Europese voortgang is langzaam of zelfs non-existent”, concluderen de onderzoekers van adviesbureau Booz-Allen & Hamilton. “In plaats van ondernemingsinitiatief, zijn het al te vaak regulering en bureaucratie die in Europa domineren”. De adviseurs pleiten voor meer competitie, deregulering en opleiding van meer bekwame software-specialisten.

Om de onderzoekstaal te verlevendigen met berichten uit de praktijk had Wijers ook een paar ondernemers laten opdraven, waaronder Philips-topman C. Boonstra en Nokia-baas Ollila. Zij onderstreepten de onderzoeksresultaten en drongen aan op haast, concrete plannen en “een juiste mentaliteit”.

Vergeleken met dit verbaal geweld was het lijstje met concrete maatregelen, dat tijdens een persconferentie werd gepresenteerd, maar een slap aftreksel. Voor de top in Amsterdam, in juni, zullen de Europese commissarissen Monti en Bangemann concrete actieplannen ontwikkelen. Dat van Mario Monti (interne markt) voorziet in de verdere vervolmaking van het vrije verkeer van goederen, diensten en kapitaal. Van de in 1985 in het zogeheten Witboek afgekondigde richtlijnen is nog maar 61 procent door alle EU-lidstaten uitgevoerd, aldus de Italiaan.

Commissaris Bangemann (industrie) komt met concrete actieplannen voor het aantrekkelijker maken van Europa als vestigingsplaats van high tech industrie.

De winst van de informele Industrieraad van afgelopen weekeind zit hem vooral in het onderlinge contact tussen de ministers. Om dat te verstevigen heeft Wijers voor zondag een bootreisje tussen Hoek van Holland en Rotterdam georganiseerd.

Ministers moeten elkaar vaker direct aanspreken (peer pressure), vindt Wijers, en niet alle heil van Brusselse richtlijnen verwachten. De weg langs Brussel is namelijk erg lang. Te lang voor de Europese industrie, die snakt naar adem en politiek initiatief. Anders dan in het verleden gaat het bij dat laatste niet meer in de eerste plaats om geld. “Ik houd niet van subsidies”, zegt Wijers tijdens de persconferentie. “Het ging hier vooral om een andere manier van denken. We gaan ons méér meten met de landen buiten Europa en zullen maatregelen nemen om het Europese concurrentievermogen te versterken”.