ELLY ZWARTS OVER De Kleine Zaal

“De Kleine Zaal heb ik rond 1960 tijdens mijn Utrechtse studietijd voor het eerst bezocht. Sinds ik in 1962 naar Amsterdam kwam, ging ik regelmatig naar de Kleine Zaal, maar niet erg vaak, want ik wilde veel horen, zien en meemaken, vooral opera en symfonische concerten.

Ik had in mijn jeugd wel eens een liederenavond gehoord, maar een hele avond één man of vrouw bij de piano vond ik wel zwaar, tot ik in 1957 voor het eerst Dietrich Fischer-Dieskau hoorde. De concerten die ik zelf organiseer bezoek ik uiteraard, daarnaast nog veel concerten van andere impresario's. Ik ben verslingerd aan de Kleine Zaal, het is het mooiste dat er is.''

Mr. Elly Zwarts, als hoofd artistieke zaken vooral verantwoordelijk voor de programmering van de Kleine Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw, gaat deze week na ruim 31 jaar met de vut. De wit-blauwe Kleine Zaal met 478 stoelen oogt als Wedgwood-porselein en is een replica van de ellipsvormige concertzaal van het gebouw Felix Meritis aan de Amsterdamse Keizersgracht. Sinds de renovatie van 1988 is er een glazen omgang aan de achterzijde. Elly Zwarts wordt opgevolgd door Anneke Hogenstijn, contrabassiste en musicologe.

“Ik ben hier, na drie jaar bij een verzekeringsmaatschappij, begonnen als secretaris van het bestuur van het Concertgebouw NV, er was toen nog geen directeur. Ik was daarmee ook uitvoerend secretaris van de artistieke commissie, die de drie series in de Kleine Zaal organiseerde: vocaal, kwartetten en de Serie van drie, met concerten die we nergens anders konden onderbrengen. Ik had daar toch maar beperkt bemoeienis mee, want mijn secretaresse die er al jaren werkte, zei vaak: 'Nee, dat doe ik zelf.' In 1968 kwam de Schubertserie erbij, nu hebben we zestien series, muziek van barok tot en met eigentijds, masterclasses en kinderconcerten.

“Het publiek van de Kleine Zaal is zeer trouw en komt hier vaak jaren achtereen puur voor de muziek. Men luistert werkelijk aandachtig en er is een enorme wisselwerking met de musici. Door de ronde vorm is de sfeer gezellig en intiem. Regelmatig zit het publiek ook op het podium vlak naast de musici. Hier is het echt kamermuziek. De artiesten loven dit publiek, Fischer Dieskau wilde het Amsterdamse publiek wel meenemen op zijn tournees. Sommigen zijn wel eenkennig: een strijkkwartetliefhebber zei eens na een pianokwintet: 'mooie avond, jammer dat die piano erbij was.'

“Met de artiesten ben ik erg goed, al houd ik het persoonlijke en het zakelijke geheel gescheiden. Het is leuk als ik het optreden goed vind, maar beter is als het publiek dat vindt. Het beleid wordt ook bepaald door een artistieke commissie. Toen ik hier pas was, waren de verhoudingen afstandelijker. De hele sfeer was dat, ook in dit gebouw tutoyeerde men elkaar niet. Sommige artiesten zijn echt vrienden geworden, Elly Ameling en nog wel een paar, zoals Menahem Pressler van het Beaux Arts Trio.

“De kinderconcerten, een idee van directeur Martijn Sanders, zijn in 1982 begonnen in de schoolvakanties. Dan worden ze niet door de school gedwongen, maar komen ze uit eigen vrije wil. Ik wilde om half drie beginnen, Martijn om twee uur, want als het moest worden verdubbeld, dan kon het nog een keer om vier uur. Dat gebeurde ook onmiddellijk. Kinderen van drie, vier jaar vind ik hiervoor te klein. Ook grotere kinderen kunnen niet meer stil zitten. Maar het dochtertje van tweeëneenhalf van een van onze commissarissen, was wel doodstil en zei na een tijdje tegen haar vader: 'ik vind dit leuk.' ”