Een glazen hart

In een vitrine staat een menselijke schedel gemaakt van helder glas. Het bot rond de oogkassen, de kaak en de ronding van het achterhoofd, het volledige gebit, je kunt het allemaal in één oogopslag zien. Zodra je scherpstelt op de tanden en kiezen, zou je zweren dat die van doorzichtig glazuur gemaakt zijn. Dat komt omdat er van die echte ribbeltjes op de snijvlakken zitten.

Van Olst maakt de harten, longen en andere ingewanden in opdracht van chirurgen en ziekenhuizen. Ze worden gebruikt voor praktijklessen chirurgie. Ingewanden met een afwijking kunnen op bestelling gemaakt worden. Om de afwijkingen beter na te kunnen maken, heeft Van Olst eens een open hartoperatie bijgewoond. “De operatie zelf was niet griezelig”, zegt hij. “Het werd pas eng toen de groene doek weggehaald werd en er een menselijk gezicht tevoorschijn kwam.”

De ingewanden staan ook afgebeeld in de kunstcatalogus van Van Olst. Als kunst kunst is omdat het een andere kijk op de wereld biedt, zijn de ingewanden méér kunst dan de vazen die ook in de catalogus staan. Maar kunst wordt meestal niet in een laboratorium gebruikt. De ingewanden zijn vooral zo mooi omdat ze eigenlijk nergens thuishoren.

Het oppervlak van het glazen hart, dat naast de schedel staat, ziet er weer heel anders uit dan het bot. Onder de bobbelige, zachte buitenkant zit de onmiskenbare suggestie van spieren. Er is maar weinig voor nodig om dit hart te laten kloppen.

Cees van Olst wil in zijn glasmuseum, gevestigd in een voormalig klooster in Hoogeveen, laten zien hoe glas bewerkt kan worden en wat je ervan kunt maken. Hij bezoekt overal studio's en glasfabrieken om de technieken te leren van de meesterglasblazers. Op zijn beurt geeft hij het vak door aan zijn leerlingen. Hij heeft een bibliotheek met literatuur die teruggaat tot de zeventiende eeuw en video's over glasbewerking. De machines voor het boren, persen en gieten van glas redde hij veelal van de schroothoop.

Het museum is van kelder tot zolder volgezet met kunstwerken en gebruiksvoorwerpen van glas. Naast unica van Van Olst zelf staat er een kostbaar glasservies uit Murano, de bakermat van het bontgekleurde Italiaanse glas. Bij het raam staat een matgrijze vaas van de Leerdamse ontwerper Copier. Verschillende eigentijdse kunstenaars uit de hele wereld hebben er werk staan.

Het intrigerendst zijn de gebruiksvoorwerpen. Zo'n beetje alles wat je van glas kunt maken zit in de verzameling. Ook dingen waarvan je niet wist dat ze bestonden. Fietslampjes, ook de verduisterde exemplaren uit de Tweede Wereldoorlog, glazen landmijnen (niet te detecteren en zeer effectief), en de welbekende kerstballen met nepsneeuw en vogeltjes met glasvezelstaartjes uit de jaren vijftig. “In die tijd werd negentig procent van alle kerstballen in het Oostduitse Lauscha gemaakt”, zegt Van Olst.

Knikkers, zo blijkt uit een videofilm op de tentoonstelling, kunnen op vier verschillende manieren gemaakt worden. Staven gekleurd glas met blank glas er omheen worden in kleine klompjes geknipt en rondgedraaid tot ze afgekoeld zijn. Een knikkermachine maakt 395.000 knikkers per dag. Met de hand zijn dat er vier per uur: de knikkermaker laat de klompjes glas in houten bakjes vallen. Door met zijn knie tegen de tafel te duwen laat hij het glas ronddraaien tot het afgekoeld is.

Als we een tweede keer de vitrine met de ingewanden passeren, zie ik ineens waarom het allemaal zo levensecht lijkt. Naast het hart, de longen en de schedel staat een kleine cilinder, de tors van een vrouw, met twee borsten. Ze hebben allebei hun eigen richting, hun eigen spanning. De ene borst is een fractie kleiner dan de ander, de ene tepel zit een tikkeltje hoger dan de andere. De onregelmatigheid is niet overdreven, maar precies goed.