Bouterse

“HOE DURFT NEDERLAND met mij te praten over drugs”, zei Desi Bouterse bijna een jaar geleden in een televisie-interview. Dat ging over de naderende Surinaamse verkiezingen.

Maar de uitspraak van Bouterse had ook een meer directe betekenis. Nederland heeft tegen de voormalige legerleider een gerechtelijk onderzoek geopend wegens betrokkenheid bij drugshandel. Daarmee heeft de strafvervolging een aanvang genomen. De stukken zijn betrokkene in persoon betekend. Zijn reactie voor de tv-camera liet aan duidelijkheid niets te wensen over.

De officier van justitie die verantwoordelijk is voor het speciale CoPa-team van de politie dat op de Surinaamse connectie is gezet, sprak tegenover de parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden al van een “krankzinnig avontuur”. Dat sloeg niet alleen op de praktische problemen die zijn verbonden aan het rechercheren tegen verdachten in een ver land. Ook de politieke relaties met Suriname - zoals gesymboliseerd door een haperend rechtshulpverdrag - vormden van meet af aan een complicatie.

In Den Haag mag dat niet hardop worden gezegd. Woordvoerders van verschillende Kamerfracties hebben er juist de nadruk op gelegd dat de vervolging van Bouterse geen politieke zaak is. Hij is weliswaar leider van een politieke partij, maar geen staatshoofd. Het openbaar ministerie mag zich niet verschuilen achter de rug van de politiek, zo was ten tijde van de parlementaire hoorzitting de boodschap van woordvoerders van VVD, D66 en GPV.

MAAR NU BREEKT toch het moment van de waarheid aan. De rechtbank in Den Haag heeft de vervolging van een belangrijke verdachte in de CoPa-zaak beëindigd omdat het openbaar ministerie onvoldoende voortgang heeft geboekt. Daarmee komen ook de onderzoeken tegen andere hoofdrolspelers, zoals Bouterse, onder een mogelijk fatale tijdsdruk te staan. En dus de noodzaak van een beslissing.

Van hernieuwde verzoeken om rechtshulp aan de nieuwe Surinaamse regering valt voorshands weinig te verwachten, zo liet minister Sorgdrager (Justitie) twee weken geleden wel blijken in antwoord op Kamervragen. In de Kamer is al geopperd het bilaterale rechtshulpverdrag dan maar te beëindigen en het via andere - internationale - wegen te proberen. Er is natuurlijk ook altijd de mogelijkheid van berechting bij verstek in Nederland. Boze briefjes aan Brazilië wanneer het Bouterse ontvangt doen in elk geval alleen maar af aan de ernst van de zaak.