Badmintonkampioene overwint haar weerzin

DEN BOSCH, 3 FEBR. Eind vorige week maakte zich een vreemd gevoel meester van Brenda Beenhakker. Aan de vooravond van de Nederlandse kampioenschappen badminton begon ze zowaar zin te krijgen in de titelstrijd. Dat had de 19-jarige speelster, die twee jaar geleden als junior verraste door kampioen bij de senioren te worden, nog nooit meegemaakt.

Behalve het sportieve element en de daarbij behorende spanning was het NK voor haar altijd een samenkomst geweest van veel te veel mensen - “vooral concurrentes en hun coaches” - met een nep-lach op het gezicht. Om van de jaloerse blikken nog maar te zwijgen. En als het daar nou bij zou blijven, oké. Maar nee, iedereen moest bij zo'n NK ook altijd zo nodig tegen haar aan praten. “Niet een beetje, maar het hele toernooi lang”, zegt ze met een diepe zucht.

Het is de enige zucht die ze slaakt kort na haar eerste, zaterdag gespeelde wedstrijd op het NK in Den Bosch. Een makkie, die partij van nog geen kwartier, “lekker om in het toernooi te groeien”. Over haar kansen om net als in 1995 kampioen te worden, wil ze zich daags voor de finale niet uitlaten. Sterker, ze doet het zelfs voorkomen of de titel bijzaak is. “Ik zie het allemaal wel. Dat ik er weer zin in heb, dat het gevoel weer goed is, dat ik zelfs zin heb in een NK, dàt vind ik nu eigenlijk het belangrijkste.”

Beenhakker heeft, zoals ze zelf zegt, een rot jaar achter de rug. Een jaar met niet één, “maar vele dips”. Een jaar waarin het talent zelfs even overwoog te stoppen met badminton. Dat Beenhakker een talent was, zagen de trainers van ESCA in Arnhem waar ze zich als tienjarige aanmeldde meteen. Daarvoor had ze jarenlang met vooral haar vader een shuttle op straat geslagen. Dat begon al op haar tweede, al noemde ze het toen nog tennis “omdat badminton zo'n moeilijk woord was”.

Op de club maakte vooral haar slagkracht indruk. Niet alleen op de trainers, maar ook op haar vaak veel oudere tegenstandsters. Met het grootste gemak mepte Beenhakker ze van de baan. Op haar elfde werd ze voor het eerst Nederlands jeugdkampioen, de eerste van een hele rits titels in haar of hogere leeftijdscategoriën. Enkele maanden na haar eerste kampioenschap bij de senioren in 1995 werd ze ook de beste jeugdspeelster van Europa. Als eerste Nederlandse in de geschiedenis van het badminton. “Ze heeft het in zich om een Europese topper te worden”, zegt oud-topspeelster en tegenwoordig bondstrainer Eline Coene. Coene en vooral haar vader Louis hebben Beenhakker bij ESCA jarenlang begeleid.

Na jaren van alleen maar successen en vooruitgang volgde vorig jaar echter een terugslag. Na het behalen van haar middelbare school-diploma wilde Beenhakker een opleiding tot kleuterleidster gaan volgen. Die opleiding bleek echter niet te combineren te zijn met badminton op topniveau. “Daar baalde ik enorm van”, aldus Beenhakker. “Badminton is heel belangrijk voor mij, maar het zou nooit het enige in mijn leven kunnen zijn. Ik moet er iets naast hebben. Niet alleen een avondje uit op z'n tijd met vriendinnen of lekker een potje voetballen met vrienden - ik ben goed in doelpunten zetten -, maar ook een leuke opleiding. 'Ga dan toch de MEAO of Schoevers doen, dat is prima te combineren met topsport', zei iedereen destijds. Maar ik wilde geen MEAO of Schoevers, ik wilde die opleiding tot kleuterleidster volgen. Even heb ik toen overwogen met badminton te stoppen.”

Uiteindelijk deed ze dat niet. Maar door “dat gedoe met een opleiding” liep een groot deel van 1996 sportief gezien uit op een teleurstelling. Het enthousiasme voor de badmintonsport kwam pas weer echt terug toen Beenhakker eind vorig jaar voor het eerst en met redelijk succes deelnam aan enkele toernooien in Azië. “Die trip was niet alleen leuk, maar ook leerzaam. Chinezen bijvoorbeeld spelen een heel ander spelletje dan ik gewend ben. Daarop kunnen anticiperen, dat was een nieuwe uitdaging.”

Alle twijfels die ze het afgelopen jaar had zijn inmiddels verdwenen. Dat Louis Coene, die na een verblijf in het buitenland weer terugkeert naar Nederland en haar binnenkort weer gaat trainen, speelt daarbij ook een rol, aldus Beenhakker.

Op het NK in Den Bosch loopt ze dan ook zelfverzekerd maar vooral ontspannen rond. Vindt ze het zelfs leuk om handtekeningen uit te delen aan klein grut. Ze kijkt ook al vooruit naar 2000. In dat jaar wil Beenhakker deelnemen aan de Olympische Spelen in Sydney. Voor het zover is, begint ze dit jaar nog met een opleiding tot sportmasseur. Een keus waar bondscoach Martijn van Dooremalen, die het talent kansen op een plaats bij de laatste acht in Sydney toedicht, mee kan instemmen: “Hebben we meteen iemand die de selectie kan masseren.”