Aanval op sociaaldemocratie

Hollands Maandblad. No 1 - 1997. 38ste jaargang nummer 590. Uitg. L.J. Veen. Verschijnt 12 keer per jaar. Prijs per jaargang ƒ 99,50. Losse nummers ƒ 9,90.

Een van de aardige bij-effecten van de door Salvador Bloemgarten geschreven biografie van Henri Polak (1993) is dat deze nogal wat Amsterdammers met wortels in het diamantvak een onverwacht aanknopingspunt blijkt te geven voor de reconstructie van verloren gewaande familiegeschiedenissen. Zo trof Ischa Meijer in het register vele verwijzingen aan naar Isidore Voet, familie van moederszijde, die lid was van de bondsraad van de diamantbewerkersbond ANDB.

In het jongste nummer van Hollands Maandblad is het pièce de résistance een artikel van Max Pam over zijn grootvader Mozes Abrahamsz Pam, van wie hij tot voor kort slechts wist dat hij in 1943 in Sobibor is omgebracht.

Mozes Pam, geboren in 1867, vond na een afgebroken rabbijnsopleiding werk in de diamantslijperij. Een aantal jaren was hij voorzitter van de Nederlandsche Diamantbewerkers Vereniging. In die hoedanigheid heeft hij meegeholpen bij de oprichting van de ANDB en was hij een naaste medewerker van Henri Polak en Jan van Zutphen. Zijn kleinzoon Max Pam gebruikt deze ingrediënten voor een smakelijke scheldpartij tegen de huidige sociaaldemocratie die glad vergeten is waar het zijn grootvader en diens vrienden om begonnen was: de verheffing van de arbeider.

Het is duidelijk, zegt hij, 'dat de moderne vakbeweging, in feite de hele sociaaldemocratie, deze ambitie heeft verloren. Zeg maar gerust: totaal heeft opgegeven. De gedachte dat kunst en cultuur onmisbaar zijn om de arbeider, in feite ieder mens, tot een beschaafd wezen te maken, wordt tegenwoordig moralistisch en een beetje belachelijk gevonden.'

Om zijn aanklacht te adstrueren haalt hij het PvdA-jongeren-pamflet Niet Nix aan. 'In de negentig pagina's die het pamflet telt, wordt geen enkele pagina, zelfs geen enkele alinea gewijd aan kunst en cultuur.'

Zo socialistisch en verheffend als grootvader Mozes was, zo kleinburgerlijk en benepen gedroeg diens zuster Eva Pam zich. In de naaiateliers waar ze de scepter zwaaide, was ze de schrik van de leden van de socialistische naaistersvakbond.

Max Pam vond een mooi citaat over haar in een artikel van Roosje Vos, oprichtster van de naaistersvakbond: 'Eva Pam! O, schrik! Eva Pam! Elke naaister, die dat mensch heeft bijgewoond als zoodanig (bij Hirsch, De Vos, Meijers en de Bonnetrie) weet wat dat zeggen wil.'

Vlak voor de oorlog was Eva geschmatzt, fijn christelijk geworden en Max Pam (ik hoop dat hij zijn familiekroniek gaat voortzetten) heeft daar weinig goede woorden voor over.

Het christendom, of liever het geloof in het algemeen en het modieuze reli-gedoe in het bijzonder is ook het thema van een column door Hollands Maandblad-redacteur Bastiaan Bommeljé.

Hij hekelt 'de nieuwe religiositeit in kringen van hoger opgeleiden', die volgens hem in wezen stoelt op 'het even oude als idiote uitgangspunt dat er zonder God geen moraal kan zijn, of althans geen grondslag voor een menselijke samenleving.'

Een verfrissend geluid tegenover de golf commerciële nep-religiositeit, compleet met heiligenbeelden en bidprentjes, die nu al is losgebarsten in de voorbereiding van de boekenweek waarin, ter meerdere eer en glorie van de boekhandel, God centraal zal staan. Een andere column, van Bommeljé's mederedacteur Maarten Doorman, is gewijd aan de receptie in de dag- en weekbladen van Ronald Gipharts jongste roman Phileine zegt sorry.

Het is duidelijk dat Doorman weinig op heeft met Giphart. Volgens hem zou het van ruggengraat getuigen als de kritiek aan zo'n boek voorbij ging. Maar wat blijkt: noch De Volkskrant, noch NRC Handelsblad, Vrij Nederland en De Groene Amsterdammer hebben ruggengraat. Allemaal hebben ze aandacht besteed aan Gipharts roman.

Veelbetekenend voegt Doorman eraan toe dat al deze bladen 'jonge critici' een recensie hebben laten schrijven. Waarom? Omdat Giphart bekend staat als een schrijver voor jongeren, en daarvan wordt men volgens Doorman op menige redactie 'een beetje zenuwachtig'. 'Want jongeren mag je niet laten lopen - de toekomst van de literatuur staat hier op het spel! En jonge abonnees die zich vast herkennen in de wereld van Giphart, zijn van levensbelang voor elk periodiek.'

Het irritante aan deze column is niet alleen dat Doorman er volledig naast zit - er bestaat geen 'periodiek' dat zo instrumenteel aan literatuurkritiek doet maar dat hij kennis voorwendt (een kijkje in de keuken van literatuur-redacties) die hij evident niet heeft. Gelukkig bevat Hollands Maandblad ook vier gedichten van Elisabeth Eybers.