WICHELROEDE (2)

Rob van den Berg schrijft in zijn artikel 'De wankele Wichelroede' (W&O, 18 januari): “Nog nooit is wetenschappelijk aangetoond dat een wichelroede werkt. Vermeende successen blijken doorgaans terug te voeren op manipulatie van statistische gegevens”. Deze conclusie blijkt, na lezen van het artikel, voornamelijk te berusten op de discussie rond de statistische analyse van de Scheunen-experimenten.

Deze vormen een onderdeel van het onderzoek van de fysici König en Betz aan de universiteit van München, waarin de prestaties van zo'n 500 ervaren en onervaren wichelroedelopers experimenteel werden onderzocht. Om op basis van de discussie rond dit onderzoek de conclusie te trekken dat “de wichelroede niet werkt”, gaat mij te ver en verraadt onvoldoende kennis van de wichelroedeproblematiek. Dit onderwerp heeft een rijke historie en veel onderzoekers hebben zich hiermee beziggehouden.

In mijn boek 'Wetenschappelijk onderzoek wichelroedelopen en geopathie' (1993) heb ik getracht hiervan een overzicht te geven. Een opvallend punt is dat zowel voor- als tegenstanders tot de conclusie komen dat de meeste wichelroedelopers aan sterke zelfoverschatting lijden en hun beweringen in testsituaties niet waar kunnen maken. Op basis hiervan vind ik het gerechtvaardigd om in het algemeen serieuze vraagtekens te zetten bij de kwaliteit van de meeste wichelroedelopers. In die zin sta ik ook achter de opmerkingen van Van den Berg als hij het heeft over de bedenkelijke kanten van het artikel in het Smithonian Magazine. Toch meen ik dat men in de (veelal emotionele) reactie op dit soort zaken niet de fout moet maken 'om het kind met het badwater weg te gooien.' In het bijzonder wat betreft de opsporing van waterbronnen met behulp van de wichelroede, zijn er in het heden en verleden uitzonderlijk begaafde mensen bekend. James Randi mag hiervan dan wel beweren dat dit niet zo moeilijk is “omdat onder 94% van het aardoppervlak water te vinden is, zonder al te diep te hoeven boren”, maar ik geloof niet dat geologen veel waarde hechten aan deze bewering van goochelaar Randi. Ik laat mij liever leiden door vakdeskundige mensen, zoals de beroemde Zwitserse geoloog Heim.

In een artikel uit 1903 geeft hij voorbeelden van wichelroedelopers die met succes water hadden opgespoord op plaatsen waar zich dit volgens geologen onmogelijk kon bevinden. In onze tijd is het vooral de Duitse ingenieur en wichelroedeloper Hans Schröter die van zich doet spreken. Als projectleider van waterwinningsprojecten in onder andere Sri Lanka bleek het combineren van geologische en geofysische deskundigheid met wichelroedevaardigheden zo effectief, dat dit zeer kostenbesparend werkte. Binnen het Deutsche Gesellschaft für Technische Zusammenarbeit (GTZ) is hier positief op gereageerd en heeft inventarisatie plaatsgevonden van Schröters wichelroede-exploraties in andere projecten. Vooral Betz heeft hierover uitgebreid gerapporteerd en geeft aan dat gewerkt wordt aan een integratiemodel, waarbij gekwalificeerde wichelroedelopers samenwerken met geologen voor het bepalen van geschikte boorlocaties voor waterwinning.