Werkende vrouwen

E.J. Bomhoff kan soms verbazend eigenaardig uit de hoek komen. In zijn column van 27 januari vergelijkt hij de percentages vrouwen met een baan in verschillende steden met elkaar. Zo heeft in Leeuwarden 42 procent van de vrouwen tussen 15 en 65 jaar een betaalde baan van minstens twaalf uur per week, in Emmen 34 procent, in Almelo 32 procent, enzovoort.

Na deze opsomming vervolgt Bomhoff: “De cijfers laten zien dat géén van deze elf plaatsen wat betreft de kansen op de arbeidsmarkt kan tippen aan de Amsterdamse situatie, waar 46 procent van de vrouwen kan werken.”

Is het nodig uit te leggen, dat hier aperte onzin wordt beweerd? 'Werken, (in de zin van een betaalde baan hebben) is iets anders dan kunnen werken'. Het percentage vrouwen dat in Amsterdam kan werken ligt ongetwijfeld veel hoger dan de 46 procent die werkt. Als in Almelo 32 procent van de vrouwen werkt, betekent dat niet dat de overige 68 procent niet kan werken. Het verschil in het percentage werkende vrouwen tussen Amsterdam en Almelo kan - en zal, naar alle waarschijnlijkheid - dus aan heel andere factoren liggen dan aan een verschil in kansen op de arbeidsmarkt.

Dat Bomhoff vervolgens concludeert dat het met de problemen van een grote stad als Amsterdam dus wel meevalt, maakt het betoog nog vreemder.