Weg met het Casablanca-syndroom

De nieuwe media waarin de film zich aan het einde van haar honderdjarige bestaan manifesteert, worden door pessimisten bestempeld als 'het einde van de cinema'. De Britse filmregisseur Peter Greenaway gaat nog een stapje verder, door te beweren dat de cinema nog helemaal niet bestaan heeft.

Waar wij op terugkijken is 'honderd jaar geïllustreerde tekst'. Volgens Greenaway moet de hele cinema nog uitgevonden worden en wel door ons te bevrijden van het 'Casablanca-syndroom' - films met een goed geconstrueerd verhaal en een duidelijk uitgewerkte plot.

Het vorig jaar tijdens het Filmfestival Rotterdam groots aangekondigde programma-onderdeel Exploding Cinema, heeft dit jaar een meer in de rest van het festival geïntegreerde vorm gekregen. Greenaway hield gisteravond onder de titel Tulse Luper and the Future of Cinema de eerste lezing in een serie van vijf over de nieuwe gedaanten van de cinema.

Greenaway provoceerde en poneerde paradoxen met de onderkoelde pedagogische knipoog die hij aan het begin van zijn lezing al had aangekondigd. “Filmkijken is”, zo stelde hij, “een tegennatuurlijke bezigheid. Wie gaat er nou twee uur in het duister in één richting zitten staren?”

Wat Greenaway voor heeft op de andere sprekers deze week, is dat hij geen theoreticus is. De regisseur is een van de weinige pioniers op het gebied van digitale technieken en experimentele verhaalvormen. Dat zijn meest recente speelfilm The Pillow Book, te zien op het festival, bovendien een aantrekkelijke fílm geworden is, stelt gerust. De vier korte films van onder anderen Seoungho Cho en Pat O'Neill, uit het Exploding Cinema-programma The End Of Cinema As We Know It, vlogen als losse flodders alle kanten op.

The Tulse Luper Suitcase zal niet het langverwachte multi-media project worden waarin Greenaway alle verworvenheden van de 'exploding cinema' samenbrengt. Het is een reeks projecten, bestaande uit een film, een televisieserie, een cd-rom en een Web-site, ieder met hun eigen wetten. Het liefste zou hij eens een 'cd-rom op Omnimax-formaat' maken, want “het aantrekkelijke van film is dat het veel groter en luidruchtiger is dan de werkelijkheid.” En dat is op een computerscherm nu eenmaal niet te bereiken.