Waarnemers wel degelijk zinvol

Activiteiten van internationale waarnemers bij verkiezingen hebben weinig zin, schreef Yasha Lange op 25 januari in deze krant. Rieks Smeets vindt dat ze wel degelijk een uiterst zinvolle functie hebben.

Waarnemers die van toeten noch blazen weten, komen wel voor, maar vormen geen meerderheid, al helemaal niet wanneer het gaat om Nederlandse waarnemers die door Buitenlandse Zaken worden uitgezonden. Voor Oost- en Midden-Europa beschikt BuZa over een min of meer vaste pool van mogelijke waarnemers. Krijgt Buitenlandse Zaken een verzoek om kortetermijnwaarnemers te leveren, en wordt daar gehoor aan gegeven (wat niet automatisch het geval is), dan worden mensen benaderd die daarvoor speciaal in aanmerking komen. Bij de verschillende missies naar Rusland zijn vrijwel alleen mensen gegaan die je over Russisch en Rusland weinig hoeft te vertellen.

Naar de presidentsverkiezingen in Georgië op 5 november 1995 werden drie Nederlanders gestuurd. Twee daarvan kennen Georgisch en Russisch, de derde wel Russisch, maar geen Georgisch. Die derde is onderhand al wel - net als nummer één en twee - een expert op het gebied van verkiezingen in Oost-Europa. Twee waren al herhaaldelijk, en ook wel eens voor langere tijd, in Georgië geweest. Een van hen volgt sinds jaar en dag de binnenlandse politiek van Georgië nauwkeurig, een ander is er ooit nog eens getrouwd. Het hele drietal was goed van de situatie op de hoogte nog voor aankomst in Georgië. Ik weet dat zo goed omdat ik een van die drie was.

Kortetermijnwaarnemers komen inderdaad vaak maar enkele dagen voor verkiezingen aan: in het echte Georgische geval kwamen we bijna een week van tevoren aan en hebben we de meeste grote politieke partijen bezocht, een redactie en de regionale kiescommissies in de gebieden waar we zouden worden ingezet.

Maar genoeg over het Georgische geval. Het borrelen en winkelen - door Lange nebenbei genoemd - valt over het algemeen wel mee. In een ander verband - tijdens een dag op Clingendael over verkiezingswaarnemingen - heb ik iemand eens horen zeggen dat die snoepreisjes niet zo'n zin hadden. Het gaat niet om snoepreisjes: je krijgt een dagvergoeding, waar je iets aan zou kunnen overhouden. We hebben het dan over misschien wel vijftig gulden per dag. Het is stevig werken en bij een recente missie naar Armenië hebben we twee nachten achter elkaar geen bed gezien - de ene nacht namen we het tellen waar op twee niveaus, en de tweede nacht dat was de terugvlucht.

Snoepreisjes zijn het wel in een andere zin: omdat BuZa zich in feite tot deskundigen beperkt bij het uitzenden van niet-politieke waarnemers, gaat het om mensen die een keer extra in het land van hun studie of speciale belangstelling komen, en wel op een andere manier dan anders. Dat doen zij graag. Ik heb het nadrukkelijk over verkiezingen in Midden-Europa en het GOS - ervaringen elders heb ik niet.

Verder dit: in de huidige praktijk zijn er ook al langetermijnwaarnemers. Eén of twee kwartiermakers komen naar het land enige maanden voor de verkiezingen. Een paar weken voor de verkiezingen komen dan langetermijnmensen, die vaak de regio's ingaan om daar de aanloop tot de verkiezingen mee te maken en de komst van de kortetermijners voor te bereiden. Meestal worden ook nog ter plaatse stevige aantallen niet-ingezetenen van het bewuste land als kortetermijners geronseld. Dat zijn dan mensen die daar werken bij ambassades, of bij NGO's (niet-gouvernementele organisaties). Zij zijn sowieso deskundig en kennen vaak de taal. Wie de taal niet kent wordt aan een tolk geholpen.

Wie niet altijd even deskundig zijn, en vaak ook die indruk niet proberen te wekken, dat zijn uit de politiek afkomstige waarnemers. Vaak zijn dat ultra-kortetermijnwaarnemers die, nauwelijks ingevlogen, een enkel stemlokaal in een hoofdstad bezoeken, een mening ventileren en weer weg zijn. Die mensen hebben nou eenmaal een jachtig leven.

Op de door Lange voorgestelde gang van zaken is nog wel meer af te dingen. Koppels van waarnemers bezoeken op de dag der dagen niet 'meerdere locaties', maar meestal een aantal dat ergens tussen de tien en twintig ligt. Het hoofd van de missie spreekt daags na de verkiezingen, of enkele dagen daarna, alleen een voorlopig oordeel uit. Meestal is het tellen zo kort na de verkiezingen nog niet voltooid, en verder kunnen er ook nog protesten lopen. Het is doorgaans een kwestie van een paar weken voor er een definitief oordeel over het verloop en het democratisch gehalte van verkiezingen wordt uitgesproken. Dat oordeel gaat in belangrijke mate, inderdaad, uit van de formulieren van de waarnemers, maar daarnaast ook van hun ervaringen zoals die mondeling, tijdens de debriefing naar voren komen. De ervaringen van de langetermijners, van de mensen die het werk van de Centrale en de Regionale kiescommissies van het land in kwestie hebben waargenomen, van degenen die de registraties van partijen, kandidaten en kiezers hebben gadegeslagen en de verslagen van de mensen die de media in de aanloop tot de verkiezingen gevolgd hebben - dat alles wordt ook meegenomen.

Kortetermijnwaarnemers vormen een belangrijk element bij de waarneming van het geheel van de verkiezingen in een land. Zij worden door de kiezer gezien en het is door hun aanwezigheid dat die kiezers merken dat er belangstelling is voor het reilen en zeilen van hun land. Van hun mogelijke aanwezigheid gaat een preventieve werking uit. Vaak wordt een dekking van boven de tien procent van de stemlokalen gehaald. Laten we ook niet vergeten dat verkiezingen alleen op uitdrukkelijk verzoek van het land zelf internationaal worden waargenomen. De rechten en plichten van waarnemers liggen ook altijd in de kieswet of in ad hoc regelingen vast.

Belangrijk is de aanwezigheid van internationale kortetermijners ook voor de lokale waarnemers: in veel democratieën in aanbouw bestaat er een uitgebreid systeem van waarneming door lokale waarnemers. Die lokale waarnemers zijn blij met de aanwezigheid van hun internationale collega's, consulteren hen en geven informatie aan hen door. Tenslotte, zien de waarnemers, ondanks Lange's bewering, helaas wel veel. (Helaas, omdat je natuurlijk hoopt niets te zien, althans niets onoorbaars). Bij de recente verkiezingen in Armenië bijvoorbeeld hebben kortetermijnwaarnemers grote aantallen flagrante schendingen van de kieswet geconstateerd - zowel tijdens de stemdag als gedurende de daarop volgende telnacht.

Gelijk heeft Lange met het betoog dat er altijd in ruime mate langetermijnwaarnemers zouden moeten zijn - als je waarneemt, moet je het goed doen. Want goede waarnemingen bij verkiezingen, inclusief voorspel en naspel, biedt een uitstekende methode om de democratische temperatuur van een land op te nemen.

De verkiezingen in Bosnië waren een geval apart: daar was sprake van een zeer speciale betrokkenheid van Europa, en ook van schuldgevoel; vandaar dat daar is waargenomen op een wijze die niet gebruikelijk is. Op grond van de waarnemerij daar kunnen beter geen conclusies worden getrokken ten aanzien van de waarnemerij in het algemeen.

Een problematische kant van de waarnemerij die Lange noemt wil ik graag onderschrijven. Dat zijn de voorlopige of eindoordelen die niet uitsluitend op waargenomen feiten berusten. Het lijkt er wel eens op of alom gewenste stabiliteit, te grote relativering, te veel gevoel voor een politieke context, of sterk mededogen met de zittende machten mede bepalend zijn voor de inhoud van het eindverslag. Dan wordt in feite ingegrepen in de binnenlandse politiek, de democratie niet gediend, en krijgen burgers en partijen - zowel zij die het goede als die het minder goede willen - een heel verkeerde boodschap. Waarnemingen waarvan de uitslag bij voorbaat vaststaat - om welke reden dan ook - zijn niet zinnig. Ook daarover kunnen we het eens zijn.