Vermist joods geld; Onderzoek bij banken begint snel

ZÜRICH, 1 FEBR. De Onafhankelijke Commissie van Eminente Personen (ICEP) die onderzoek doet naar slapende rekeningen uit de Tweede Wereldoorlog op Zwitserse banken, zal binnen enkele maanden beginnen met hoorzittingen bij diverse Zwitserse banken.

De voorzitter van de commissie, de Amerikaan Paul Volcker, toonde zich gisteren in Zürich bezorgd over de vernietiging van historische documenten door de Union Bank of Switzerland (UBS). Op een persconferentie na afloop van een reeks gesprekken met de Zwitserse overheid en met Zwitserse bankorganisaties, wees Volcker nog eens op de onlangs aangenomen wet in Zwitserland die vernietiging van papieren die betrekking hebben op de zogeheten nachrichtenlose rekeningen verbiedt. Volgens Volcker is het aan de Zwitserse justitie om eventueel maatregelen te nemen tegen de UBS. “De commissie kan niet optreden als politie-agent”, aldus Volcker. “Maar men moet zich realiseren dat wij bij ons onderzoek volledig afhankelijk zijn van de documenten uit die tijd.”

Volcker is zeer tevreden over de samenwerking met de Zwitserse bankencommissie. Die heeft de ICEP “ongehinderde toegang tot alle relevante documenten” toegezegd. In feite betekent dat een (tijdelijke) opheffing van het bankgeheim. In de praktijk zullen echter de leden van de drie teams die de hoorzittingen houden aan het bankgeheim gehouden zijn.

Het onderzoek van de ICEP, waarin ook joodse organisaties vertegenwoordigd zijn, heeft verschillende doelen. Het belangrijkste is de opsporing van zo mogelijk alle slapende rekeningen uit de nazi-tijd. Een eerste inventarisatie leverde tot nu toe 800 van dergelijke bankconto's op, met een totale waarde van ongeveer 52 miljoen gulden. De ICEP zal tevens onderzoeken of de banken alle gegevens volledig en naar waarheid hebben gemeld. En ten slotte wordt gekeken of particulieren die bij de bank aankloppen voor informatie over mogelijke bankrekeningen van (overleden) familieleden correct zijn behandeld.

De commissie-Volcker doet dus geen onderzoek naar de Zwitserse goudhandel in de oorlog, waartegen ook van verschillende kanten wordt geprotesteerd. Daarbij zouden mogelijk ongesmolten gouden sieraden van joodse Holocaust-slachtoffers hebben gezeten. Dit onderwerp zal wel aan de orde komen bij de onafhankelijke commissie van historici onder leiding van prof. Bergier, die werkt in opdracht van de Zwitserse regering. De ICEP zal veelvuldig met de commissie-Bergier samenwerken.

Volcker erkende dat onderzoeken naar de slapende rekeningen in het verleden niet naar wens zijn verlopen. In 1962, toen een soortgelijke inventarisatie werd gemaakt, werkten slechts 26 van de meer dan 500 Zwitserse banken mee. “Als een bank nu niet meewerkt, is dat slecht voor zijn reputatie, voor die van de Zwitserse banken in het algemeen en waarschijnlijk ook voor die van heel Zwitserland. Ik geloof dat de banken zich dat realiseren”, aldus Volcker.

Hij zei begrip te hebben voor de emoties - zowel aan de kant van joodse organisaties als van de Zwitsers - rond de affaire. “Maar dat maakt ons werk niet eenvoudiger”, aldus Volcker, die er alles aan wil doen om snel te werken, in verband met de leeftijd van veel slachtoffers. “Maar we staan aan het begin van een ingewikkeld en moeizaam onderzoek. We hebben tot nu toe zorgvuldig gesproken over de werkwijze, omdat we willen voorkomen dat we fouten maken.” Volcker wilde voorlopig niet zeggen welke banken in de steekproefsgewijze onderzoeken aan bod zullen komen.