Toeval

Het vorig jaar verschenen boek achtxacht Zur Kunst des Schachspiels van de Oostenrijkse kunsthistoricus Ernst Strouhal is twee kilo zwaar en heeft 463 grote bladzijden. Het ziet er uit als de boeken die geringschattend 'koffietafelboeken' genoemd worden, maar Strouhal verkent afgelegen paadjes waar de koffietafelschrijvers niet komen.

Een van de noten bij de tekst brengt de Franse wiskundige Poincaré, de moderne chaostheorie en de Siciliaanse verdediging tegen de schaakzet 1. e4 met elkaar in verband. Zo'n boek is het, waarin alles met alles in verband gebracht kan worden.

Poincaré schreef over instabiele systemen waar onmerkbaar kleine veranderingen in de beginsituatie tot dramatisch grote gevolgen kunnen leiden. Het klassieke voorbeeld uit de latere chaostheorie is het weer. Een vlinder vliegt op in China en als gevolg daarvan steekt een paar dagen later in Amerika een orkaan op. Zulke systemen zijn onberekenbaar, daar heerst wat wij met ons gebrekkig rekenvermogen alleen maar het toeval kunnen noemen. “Iedereen die wel eens Siciliaans gespeeld heeft, weet waar Poincaré over spreekt“, schrijft Strouhal.

Hij overdrijft een beetje, maar er zit een kern van waarheid in, en het geldt niet alleen voor de Siciliaan. In de leerboeken wordt geschreven over oordeel en plan, en het resultaat van een schaakpartij is daar het logisch gevolg van een consequent uitgevoerde strategie. In de praktijk heerst vaak het toeval, het kleine detail met onberekenbare gevolgen.

Afgelopen zondag won Van Wely een mooie aanvalspartij van Timman. Wat ik er de volgende dag over in de krant schreef, kwam overeen met wat de spelers zelf hadden gedacht, tijdens de partij en ook nadat ze samen de partij hadden geanalyseerd. Maar dat klopte toch niet helemaal. Een paar dagen later kwamen andere deelnemers aan het toernooi die zich over de partij van Timman en Van Wely gebogen hadden, tot een heel andere conclusie. Het was helemaal niet zo'n logische en rechtlijnige overwinning van Van Wely geweest als het aanvankelijk leek. Tien zetten voor het einde, toen hij al bijna dood verklaard was, had Timman in feite voordeel gehad. Het lag aan een klein detail, dat de spelers bij het vormen van hun oordeel en het maken van hun plan onmogelijk hadden kunnen opmerken.

jmimMdlm mMmhmgmM gmgBMmgm mMbMmMmM MaGaGmMA mkmImGmM MAMEMmGm mHFJmMmJ Wit Timman-zwart Van Wely. Hier deed wit om 29...Pe5 te voorkomen 29. f3-f4 en na 29...Pd7-b6 30. f4-f5 Pb6-a4 31. Th1-h3 Db3-a2 32. Ld3-e2 Tf8-d8 stond zwart gewonnen. In de diagramstelling zou 29. Lc2 weerlegd worden door 29...d3, schreef ik. Dat dachten Timman en van Wely tijdens de partij ook, maar het is niet waar. De variant gaat zo: 29. Lc2 d3 30. Lxd3 Pe5 31. Lc2 Pxc4 32. Pxc4 Dxc4 (dit ziet er mooi uit voor zwart, er dreigt vooral 33...Pb3+) 33. De3 b3 (het lijkt of zwart een stuk wint) 34. Pa3 en wit redt zich. En meer dan dat, de zwarte aanval is uitgewoed en nu komt wit aan de beurt. Zijn eigen aanval die begint met h4-h5 zal snel heel gevaarlijk worden. Timman had de variant gezien, maar niet tot het eind. 34. Pa3 had hij gemist. Een klein detail, dat grote gevolgen had kunnen hebben. In zekere zin kun je het toeval noemen dat het in de stelling zat. Geen toeval was het dat Timman het miste. Niet alle details kunnen ver van tevoren gezien worden, maar ze missen als ze zich aandienen is een teken van slechte vorm. In de stelling van het diagram had Timman de variant tot het einde kunnen en moeten berekenen. In de tweede helft van het toernooi miste hij meer van zulke kleine details, net als in Groningen, met fatale gevolgen.

Wij letten bij het Hoogovenstoernooi vooral op de race tussen Piket en Sokolov, maar later zal het misschien vooral herinnerd worden als het toernooi van de veertienjarige Etienne Bacrot, die de tweede grootmeestergroep lijkt te gaan winnen.

Over jonge hoogbegaafde schakers wordt vaak een beetje verbaasd opgemerkt dat ze zo technisch spelen. Een beetje saai zelfs. Als een oude man, wordt er dan gezegd. We zien het wonderkind graag als een roekeloze hemelbestormer. Het is bijna altijd anders. Het wonderkind speelt de gewone zetten, de techniek, met een gemak alsof schaken zo natuurlijk is als ademhalen. Hij zoekt het ongewone niet, want hij heeft het nog niet nodig, dat komt pas later.

De volgende partij van Bacrot is niet uit het Hoogovenstoernooi, maar uit de match tegen Smislov van vorig jaar, die hij met 5-1 won. Het lijkt of er niets bijzonders gebeurt. Er gebeurt ook niets bijzonders. Wit heeft het voordeel van het loperpaar en wint het eindspel. Het bijzondere is, dat het Smislov is die hier zo geruisloos wordt weggespeeld.

Wit Bacrot-zwart Smislov

1. d2-d4 d7-d5 2. c2-c4 c7-c6 3. Pb1-c3 Pg8-f6 4. Pg1-f3 d5xc4 5. a2-a4 Pb8-a6 6. e2-e3 Lc8-g4 7. Lf1xc4 e7-e6 8. 0-0 Lf8-e7 9. Dd1-e2 Pa6-b4 10. Tf1-d1 0-0 11. h2-h3 Lg4-h5 12. a4-a5 Ta8-c8 13. Lc4-b3 c6-c5 14. Pc3-b5 Lh5xf3 15. g2xf3 a7-a6 16. d4xc5 Pb4-d5 17. Pb5-d6 Le7xd6 18. c5xd6 Dd8xd6 Wit heeft het loperpaar, zwart de betere pionnenstelling. Wit moet iets beter staan, maar zulke stellingen heeft Smislov vaker gehad en je zou verwachten dat hij met zijn troeven iets uit zou kunnen richten. 19. Ta1-a4 Tc8-c5 20. f3-f4 Dreigt 21. e4 Pxf4 22. Df3 met kwaliteitswinst. 20...Dd6-c6 21. Lc1-d2 Dc6-b5 22. De2xb5 Tc5xb5 23. Ta4-a3 Pf6-e4 24. Ld2-e1

Het lijkt alsof zwart met zijn actieve stukken heel prettig staat, maar de stelling is moeilijker voor hem dan het lijkt. Na het voor de hand liggende 24...Tc8 stelt 25. f5 hem voor problemen. 24...Pd5-f6 Dit is in ieder geval de oplossing niet. In de volgende paar zetten wordt zwart geheel teruggedrongen. 25. Td1-c1 Tf8-d8 26. f2-f3 Pe4-d6 27. Tc1-d1 Pf6-e8 28. Lb3-a4 Tb5-d5 29. Td1xd5 e6xd5 30. Ta3-d3 Pe8-c7 31. Le1-b4 Pd6-b5 32. Lb4-c5 f7-f5 33. Lc5-b6 Je zou niet denken dat Smislov hier de zwarte stukken voert. Harmonie is het woord dat altijd gebruikt wordt als de stijl van Smislov wordt gekarakteriseerd. De stelling waarin hij nu is gedrongen is een kras voorbeeld van totale disharmonie van alle zwarte stukken. Er dreigt 34. Lxb5 met stukwinst. 33...Td8-d6 34. e3-e4 Kg8-f7 35. e4-e5 Td6-c6 36. Lb6xc7 Tc6-c1+ 37. Kg1-f2 Pb5xc7 38. Td3-b3 De eerste pion van zwart valt en daarmee is het werk gedaan. 38...Pc7-e6 39. Tb3xb7+ Kf7-f8 40. Tb7-b8+ Kf8-e7 41. Tb8-b7+ Tc1-c7 42. Tb7xc7+ Pe6xc7 43. La4-c6 d5-d4 44. b2-b4 Zwart gaf op.