Tina kijkt in de spiegel om zich te herinneren hoe haar zus er uitzag

Jeugdtheater: Ik mis je, ik mis je, door Hesp theatermakers. Regie/tekst: Rob Vriens. Spel: Marjolein Beumer, Jantien Koenders, Eric-Jan Lens. Vanaf 11 jaar. Gezien 26/1 Theater a/h Spui. Tournee t/m 7/4. Inl. 020-6929603.

Tussen twaalf sobere houten nachtkastjes zijn twee meisjes aan het klieren als in een schoollokaal. Af en toe lopen ze van elkaar weg, maar met een paar vlugge sprongetjes op hun identieke zwart-witte gympen snellen ze terug. Er is zoveel waarover gefluisterd en gegiecheld moet worden. De derde persoon in het decor bekommert zich intussen opvallend gretig om een plantje, een van de geheimen die de nachtkastjes blijken te bevatten (naast telefoons, schoenen, kleren en een pruik). Hij hoort er niet bij, zoveel is duidelijk.

Al voordat de voorstelling Ik mis je, ik mis je goed en wel begonnen is, leeft de zaal mee met de steelse, achterdochtige blikken die deze onbestemde jongen op de meisjes werpt. Wat is dat voor twee-eenheid? Kan er ooit iets tussen hen komen?

Net als de eerdere voorstelling We noemen hem Anna is dit stuk van Hesp theatermakers gebaseerd op een jeugdroman van de Zweedse Peter Pohl. Het boek over de identieke tweeling Cilla en Tina, waarvan er een sterft door een auto-ongeluk, is zwaar op de hand en drakerig van stijl. Maar op het toneel, laconieker en humoristischer gebracht, blijkt hun verhaal aangrijpend.

Voor het grootste deel is dat de verdienste van actrice Marjolein Beumer. Als Tina is zij aanvankelijk een soepele losbol, die alleen maar aan jongens kan denken en haar nuchtere tweelingzus (Jantien Koenders), ondanks al hun gelijkenissen, soms maar moeilijk kan volgen. Cilla bekommert zich niet om uiterlijkheden. Ze wil vooral schrijven, vult een heel nachtkastje met geheime schriftjes. Tina is jaloers. Ze ontfutselt haar zus een van de dagboeken. Het staat vol liefdesgedichten.

Met aandoenlijk jeugdig egoïsme roept Tina uit hoe fantastisch dat is: “Ik maak het allemaal mee en jij schrijft het op.” Duidelijk wordt hoezeer ze haar zus nodig heeft, al is ze de stoerste van de twee. Ze kroelt tegen haar aan, wil eindeloos dansjes oefenen - waarbij ze uitzinnig het tweelingenlied van Kinderen voor kinderen neuriet - en wil telkens horen hoe mooi zij is.

Als Cilla dood is, mompelt haar zus: “Ik moet in de spiegel kijken om me te herinneren hoe je eruit zag.” Ze kan het niet alleen, ze wil het niet alleen, het hoort niet zo te gaan. Tweelingen 'hebben alles altijd hetzelfde'. Alleen als ze een gek stemmetje opzet kan ze erover spreken: “We zullen noohooit meer een hele nacht doorpraten!” Ze probeert vol te houden dat Cilla er nog is, praat tegen haar, maar door haar eenzame dansjes, gefluister en gegiechel schemert subtiel de wanhoop. Met wijd opengesperde ogen, waar de schijnheiligheid uit druipt, imiteert ze haar klasgenoten: “Ti-na, ik-doe-nu-héél-gewoon-tegen-je.”

Jantien Koenders en Eric-Jan Lens bieden Beumers' onstuimige spel het nodige tegenwicht. Lens is zowel de onhandige vader, 'hoho, gekkigheid', als de buurjongen die Tina erop wijst dat ze niet het alleenrecht heeft op het missen van Cilla.

Het enige misverstand aan deze hele voorstelling is dat Hesp het stuk brengt voor kinderen vanaf negen jaar. De thematiek is niet te zwaar of te moeilijk. Maar Tina en Cilla zijn duidelijk pubers, met pubergedachten en puberproblemen. Tot een van de twee zo bruut en abrupt volwassen moet worden.