Spel voor hoge heren in Pakistan

Maandag worden er voor de vierde keer in acht jaar verkiezingen in Pakistan gehouden. Officieel is Pakistan een democratie, maar in de praktijk valt daar heel wat op af te dingen.

BOOTA, 1 FEBR. Geen sterveling in Boota, een boerendorp in het district Attock in het noorden van Pakistan, koestert de illusie dat de verkiezingen van maandag voor een nieuw parlement in het verre Islamabad enig verschil zullen maken voor het dorp. “Het is alleen een spel voor hoge heren, voor grootgrondbezitters en industriëlen”, zegt een gepensioneerde onderwijzer grimmig in zijn uit leem opgetrokken woning. Hij gaat zeker niet stemmen.

Anderen zien hun stem meer als een nuttig relatiegeschenk. Gulam Gilani, een half verlamde voormalige landarbeider van een jaar of vijftig, kondigt aan dat hij wacht op de instructies van zijn landheer. “Mijn pir (heilige man) zorgt goed voor me en ik doe daarom wat hij verder van me wil”, zegt hij zittend in zijn stoel met rechts van hem een waterpijp, ter linkerzijde een bak met vochtige tabaksresten en vooruit een gezicht op bloeiende koolzaadvelden.

Ook de meeste vrouwen in het dorp, die in grote meerderheid niet kunnen lezen of schrijven, zijn niet van plan zelf een geschikte kandidaat uit te zoeken. Dat is mannenwerk, vinden ze op het door en door conservatieve Pakistaanse platteland. “Ik weet nog niet op wie ik zal gaan stemmen”, zegt de 65-jarige Gulab Banno. “Dat moet ik nog horen van mijn man.”

Het is overigens wel zaak voor de mannen om de juiste partij te kiezen. “Ik bepaal thuis op wie we moeten stemmen”, zegt Mahmoud Khan, een jonge radiomonteur, “maar als na een tijdje de voedselprijzen plotseling weer omhoog gaan, dan begint mijn vrouw op me te mopperen dat ik de verkeerde kandidaat heb uitgezocht.”

Het is een vast gegeven in het district Attock dat een gekozen afgevaardigde altijd allereerst voor zichzelf zorgt. De huidige man, Sheikh Aftab Ahmed, vormt daarop geen uitzondering. Bewoners van het provincieplaatsje Attock, niet ver van de machtige rivier de Indus, herinneren zich nog levendig hoe Aftab een bescheiden handeltje in kerosine dreef. Veel mensen in Pakistan koken daarop hun eten. Toen hij echter in 1985 ten tijde van de dictatuur van generaal Zia Ul-Haq de politiek inging, nam zijn welstand zienderogen toe.

Tegenwoordig bewoont hij een riante villa, is de trotse bezitter van enkele benzinepompen en van een steengroeve met bijbehorende fabriek om de steen te vergruizen. Die laatste lagen nogal geïsoleerd, maar daar wist Aftab raad op: uit een openbaar fonds dat bestemd was om de sterk verouderde infrastructuur van Attock, die nog grotendeels uit de Britse tijd stamt, te verbeteren, viste hij enkele tientallen miljoenen rupees om een weg en zelfs een nieuwe brug naar zijn groeve en fabriek te bouwen.

Hoe speelde hij dat alles klaar? Aftab zelf wil er niet met vreemde journalisten over praten. “Ze zeggen dat de politiek de meest lucratieve vorm van zaken doen is van allemaal”, zegt een jonge eigenaar van de enige kantoorboekhandel van Attock veelbetekenend. “De dieven zitten op het pluche, de eerlijke mensen worden in de gevangenis gestopt”, luidt het bondige commentaar van de onderwijzer in Boota.

Pagina 6: 'Liever een corrupte kandidaat'

PAKISTAN

In de groeve denken ze er anders over: “Alle politici zijn corrupt behalve meneer Aftab”, houdt een arbeider vol.

Vrijwel iedereen in Pakistan is het er over eens dat de samenleving ernstige schade ondervindt van de almaar oprukkende corruptie in het land. Een instituut in Berlijn, dat onlangs onderzoek deed naar corruptie in de wereld, kwam tot de conclusie dat Pakistan op Nigeria na het meest corrupte land ter wereld is. De machtigen van het land geven in dit opzicht het voorbeeld. De kroon spande Asif Ali Zardari, de echtgenoot van de in november afgezette premier Benazir Bhutto. Binnen enkele jaren groeide deze naar verluidt op staatskosten uit tot een van de rijkste mannen van het land. Op het ogenblik zit hij weliswaar gevangen, maar slechts weinigen nemen aan dat dat voor langere tijd zal zijn.

Andere politici zijn erin gespecialiseerd vorstelijke leningen op te nemen bij staatsbanken zonder ook maar de geringste bedoeling die ooit terug te betalen. Veel politici aarzelen verder geen moment om voor geld van standpunt of zelfs van partij te wisselen. Een politicus heeft altijd geld nodig om blijvend serieus genomen te worden. De grootgrondbezitters, van wie velen steenrijk zijn, dragen er intussen zorg voor dat ze geen of zeer weinig belasting hoeven te betalen. Zowel Benazir Bhutto als president Farooq Legahri, die haar een paar maanden geleden haar congé gaf, is grootgrondbezitter. De leider van de Pakistaanse Moslim Liga, Nawaz Sharif, is telg uit een rijke industriële familie.

Ook de ambtenarij is doordrenkt van corruptie. “Voor letterlijk elke dienst die je nodig hebt, moet je extra betalen”, aldus een bosbouwambtenaar, die anoniem wil blijven.

Geen wonder dat sommige burgers, vooral armen, de verkiezingen daarom zien als een kans hun stem te gelde te maken. “Ik wil mijn stem aan de hoogste bieder verkopen”, zegt Sharwar Jan, een 60-jarige weduwe uit Boota. “Niemand doet verder iets voor me. Waarom zou ik dan m'n stem gratis aan een partij of aan een leider geven?”

Ranaf Afsar Ali, een 49-jarige veteraan van Benazir Bhutto's Volkspartij in Attock, die in de jaren tachig nog enige tijd gevangen zat onder generaal Zia, stelt treurig vast dat de meeste kiezers inmiddels ook geen eerlijke kandidaat meer willen. “Ze hebben liever een corrupte, die levert hen misschien nog wat op.” Zelf komt zijn naam ditmaal niet op de lijst voor: hij was niet rijk genoeg. Alvorens een politicus kan oogsten, moet hij eerst zaaien door bussen te bekostigen om aanhangers voor partijbijeenkomsten aan te voeren en andere extratjes.

Pakistan staat door de jarenlange plundering van zijn schatkist aan de rand van de financiële afgrond. Met veel moeite heeft het Internationaal Monetair Fonds een reddingspakket opgesteld met de huidige overgangsregering van Meraj Khalid. Het is echter zeer de vraag hoeveel hiervan terecht komt, wanneer de nieuwe regering aantreedt.

De meeste kiezers hebben bijzonder laag gespannen verwachtingen van de verkiezingen. De partijen stellen weliswaar elke keer braaf programma's op, maar die gaan vervolgens bijna altijd de vuilnisbak in. Het gerespecteerde maandblad Herald haalde een recent onderzoek aan, waaruit bleek dat de regeringen van Nawaz Sharif en Benazir Bhutto slechts 18 en 8 procent van hun verkiezingsbeloften waren nagekomen.

De meeste kiezers in Pakistan stemmen ook niet in de eerste plaats op partijen en hun programma's maar op personen. Belangrijke factoren daarbij zijn verwantschappen van stammen en etnische en religieuze groepen. Oude feodale loyaliteiten op Pakistans achterlijke platteland, al dan niet afgedwongen door de landheren, zijn een andere belangrijke factor.

Favoriet voor de zege is ditmaal de Pakistaanse Moslim Liga van Nawaz Sharif, wiens weinig indrukwekkende regeringstermijn van 1990 tot 1993 de meeste Pakistanen alweer enigszins vergeten zijn. In elk geval staat die minder in het geheugen gegrift dan de net afgesloten periode van volstrekte stagnatie onder Bhutto. Doordat Nawaz Sharif al in een vroeg stadium als favoriet gold en hij vanouds veel steun in de ambtenarij geniet, had hij ook wat te bieden.

De enige die het huidige corrupte systeem omver wil gooien, is de voormalige cricketheld Imran Khan. Maar die mist een krachtig partijapparaat, dat het de partijen van Bhutto en Sharif echt lastig zou kunnen maken. Zolang hij de Pakistanen niets tastbaars heeft te bieden, lijken de meesten daarom niet in hem geïnteresseerd, populaire cricketster of niet.