Sociale partners voor half jaar 'opfrisverlof'

Werkgevers en werknemers hebben een unaniem akkoord binnen handbereik over voorwaarden rond loopbaanonderbreking. Maximaal zes maanden kunnen werknemers er tussenuit. “Beter dan wat er nu is. Dat is namelijk niets.”

EDE, 1 FEBr. Een manager bij verzekeraar Centraal Beheer heeft een overzichtelijk leven. “Als je jong bent heb je wel zin en tijd om er even tussenuit te gaan, maar is er geen geld”, heeft manager Han Noten geconcludeerd. “In het midden van je carrière heb je wel zin en geld, maar geen tijd. En aan het eind heb je geld, tijd, maar geen zin meer.” Halverwege het werkzame leven blijken mannen behoefte te hebben aan 'even iets anders', zoals de titel luidde van een FNV-conferentie over loopbaanonderbreking gisteren in Ede. “Dat is de periode dat mannen denken, is that all there is?”, weet Kamerlid Karin Adelmund (PvdA).

Vrouwen gaan er liever tussenuit als ze 25 tot 35 jaar oud zijn. “Dat heeft uiteraard alles te maken met het hebben van kinderen”, meent Gert Rasmussen, hoofd personeelszaken van de Deense provincie ß8Arhus. Van de 20.000 ambtenaren die hij onder zijn hoede heeft, hebben 13.000 verlof opgenomen, waarvan negentig procent vrouwen. De weinige mannen maakten in ß8Arhus vooral gebruik van de mogelijkheid om er zomaar even tussenuit te gaan. Gemiddeld deden ze twaalf weken over hun periode van reflectie, waarbij ze konden rekenen op een maandelijkse uitkering van zo'n 2.000 gulden bruto. Vrouwen kozen in meerderheid voor scholing (gemiddeld tien weken) en vooral zorg voor de kinderen (18 weken). Het Deense systeem van loopbaanonderbreking zorgt er voor dat ze 3.000 gulden per maand ontvangen.

De manier waarop in Denemarken en België de loopbaanonderbreking is geregeld, staat ver van het voorstel dat de Nederlandse minister Melkert (Sociale Zaken) voor ogen staat. Waar de Denen duizenden guldens krijgen, wil Melkert volstaan met een uitkering van 600 gulden. Een bedrag dat met vooraf flink sparen kan worden aangevuld tot een niveau waar mensen van kunnen leven. Weliswaar hanteren de Belgen ongeveer hetzelfde bedrag, maar daar kunnen werknemers als ze willen er vijf jaar tussenuit. Melkert staat een periode van twee tot zes maanden voor ogen, omdat zijn voorstel alleen werknemers tegemoet wil komen die hun onderbreking gebruiken voor scholing of de zorg voor kinderen of ouders.

Melkert vroeg de werkgevers en werknemers om advies via de Stichting van de Arbeid (STAR). Ze komen over een kleine maand met een advies waarover ze het nu al unaniem eens zijn. Het gaat verder dan het voorstel van de bewindsman. Naast zorg en scholing als reden voor verlof zijn de sociale partners het eens geworden over verlof wegens 'employability'. Het begrip staat voor alles wat een werknemer maar kan verbeteren om na het verlof in een verbeterde versie van zichzelf aan de slag te gaan.

FNV-onderhandelaar in de STAR, E. Vogelaar, liet nadrukkelijk doorschemeren dat ook de voorwaarde die Melkert stelt voor de vervanger van de loopbaanonderbreker ruimer door de sociale partners wordt geïnterpreteerd. De minister wil in het kader van zijn werkgelegenheidsbeleid alleen verlof verlenen als de verlofganger wordt vervangen door iemand met een uitkering. Zo houdt de overheid geld over, want de bespaarde uitkering is per definitie meer dan de 600 gulden die de verlofganger krijgt. Volgens Vogelaar is deze eis in het STAR-advies komen te vervallen, omdat het herintredende vrouwen geen kans geeft om werkervaring op te doen. Vrouwen die na jaren onbetaald huishoudelijk werk weer aan de slag willen, worden door Melkerts voorwaarde uitgesloten.

Aan een recht op loopbaanonderbreking is Nederland nog niet toe, menen Melkert en de sociale partners. Werkgevers en werknemers moeten het maar per CAO op bedrijfstakniveau regelen. Zo kunnen partijen een 'verlofspaarregeling' overeen komen, waarbij werknemers overwerktijd en atv-dagen opsparen. De werkgever kan een aantal dagen bijpassen en de overheid complementeert de overeengekomen verlofregeling met de 600 gulden netto-uitkering waar wettelijk een beroep op kan worden gedaan. Dit bedrag wordt echter maximaal zes maanden uitgekeerd. “Veel te kort, maar beter dan wat er nu is. Nu is er namelijk niets”, zei een van de deelnemers.

J. de Gersem, directeur personeelszaken van een koekjesfabriek in het Belgische Herentals heeft een groot aantal werknemers voor vijf jaar de poort uit zien gaan. “Dat is te lang, want als ze terugkomen is hun vervanger goed ingewerkt en zelf hebben de verlofgangers een achterstand.” Maar twee tot zes maanden is voor een werkgever weer te kort, meent De Gersem. “Voor zo'n korte periode iemand inwerken heeft geen zin.” Werkgevers zullen proberen met het overblijvende personeel de fabriek draaiende te houden. “Mannen hebben aan twee tot zes maanden zeker niet genoeg”, is de inschatting van Kamerlid Adelmund. “Een mid-life crisis duurt namelijk veel langer.”