'Pikmeer' dwarsboomt OM in vuile-grondzaak

DEN HAAG, 1 FEBR. Het openbaar ministerie wil wel, maar kan niets. De vuile-grondaffaire in Nijmegen, die deze week althans politiek werd afgesloten in de gemeenteraad, heeft niet geleid tot strafrechtelijke vervolging van de gemeente Nijmegen of betrokken ambtenaren. Zeven milieu- en bewonersorganisaties in Nijmegen hebben het gerechtshof in Arnhem inmiddels verzocht het openbaar ministerie te verplichten de gemeente alsnog te vervolgen.

De voornaamste dwarsligger voor het openbaar ministerie in deze milieuzaak is het zogenoemde Pikmeer-arrest dat de Hoge Raad een jaar geleden wees. Die zaak draait om een ambtenaar van de gemeente Boarnsterhim die door het gerechtshof in Leeuwarden is veroordeeld wegens het storten van vervuild slib in het Pikmeer. Hij deed dat namens de gemeente.

De Hoge Raad oordeelde eerder dat de ambtenaar niet kon worden vervolgd omdat de overheid strafrechtelijk niet aansprakelijk kon worden gesteld. Die uitspraak was gebaseerd op het Volkel-arrest (1994), waarin werd bepaald dat het algemeen belang het laten weglekken van grote hoeveelheden vliegtuigbenzine op de luchtmachtbasis Volkelrechtvaardigde.

De Hoge Raad verwees de Pikmeer-zaak terug naar het gerechtshof in Leeuwarden om de feiten opnieuw te laten onderzoeken. Na de uitspraak van het hof besloot de ambtenaar opnieuw cassatie in te stellen. Binnenkort valt dus het tweede Pikmeer-arrest te verwachten.

Opvallend is de manier waarop de landelijke top van het openbaar ministerie eind vorig jaar reageerde op de uitspraken van de Hoge Raad en het gerechtshof in Leeuwarden. Het college van procureurs-generaal vindt dat de immuniteit van de overheid moet worden opgeheven, zo bleek uit een advies aan minister Sorgdrager (Justitie). De PG's schreven Sorgdrager dat het “maatschappelijk ongewenst” is dat de mogelijkheden tot strafrechtelijke handhaving jegens overheden “zeer beperkt” zijn. Die immuniteit van de overheid geldt volgens de jurisprudentie voor het handelen van een ambtenaar voor zover het “een opgedragen overheidstaak” betreft, in dit geval het storten van slib van de gemeente. Een ambtenaar die de wet 'privé' overtreedt is wel persoonlijk strafrechtelijk aansprakelijk.

“Een overheid die zondigt tegen de milieuregels doet dat uit exact dezelfde motieven als een gewoon bedrijf”, zei de Amsterdamse procureur-generaal C.R.L.R.M. Ficq, binnen het openbaar ministerie verantwoordelijk voor de portefeuille milieu, eind vorig jaar in een vraaggesprek met deze krant. Hij doelde daarmee op het feit dat het nu eenmaal goedkoper is om vervuilde grond in het water of in de grond te laten verdwijnen dan het onschadelijk te laten maken via de officiële kanalen. “Dan dringt zich de vraag op of je de overheid niet op dezelfde voet aansprakelijk kan stellen als bedrijven of burgers”, zei Ficq toen.

De kritiek van de milieu-organisaties die het OM in de Nijmeegse affaire willen dwingen alsnog tot vervolging over te gaan, is in feite precies dezelfde. Zij vinden dat er een “onaanvaardbare rechtsongelijkheid” tussen overheden en burgers bestaat. Ficq pleitte voor een wijziging van de wet; later werd zijn pleidooi overgenomen door het college van procureurs-generaal.

Het college bleek zich in een brief aan minister Sorgdrager echter nog meer zorgen te maken over de handhaving van de milieuwetgeving. Volgens hen blijkt “het bestuurlijke en politieke toezicht in de praktijk tekort te schieten”. Controle en maatregelen blijven achterwege, concludeerden zij.

Minister Sorgdrager is nog niet zover dat zij de wet wil wijzigen om overheden op dezelfde wijze te kunnen aanpakken als particulieren. Zij ziet de ongelijkheid wel in, maar houdt, net als het openbaar ministerie, vooralsnog vast aan de bestaande jurisprudentie. Zij wil, omdat het een principiële rechtsvraag betreft, een onherroepelijke uitspraak van de Hoge Raad afwachten voordat zij haar eigen standpunt bepaalt en aan het kabinet voorlegt. Pas daarna is de weg voor wetswijziging, die de immuniteit van overheden bij dergelijke overtredingen opheft, vrijgemaakt.