Nederlanders moeten zichzelf beter verkopen

De 'zaak Duisenberg' lijkt in eerste instantie niet meer te zijn dan een meningsverschil tussen Frankrijk en Nederland. Maar door de opwinding in de Nederlandse media, juist op het moment dat Nederland het voorzitterschap van de Europese Unie bekleedt, wordt het ingewikkelde politieke spel van de Unie er alleen maar verwarrender op.

De werkelijke problemen raken op de achtergrond, de echte tegenstanders van Europa verdwijnen uit het zicht en de zo geliefde clichés, even onverwoestbaar als versleten, worden weer uit de kast gehaald. Na Ruding, na Lubbers, zou Wim Duisenberg het laatste slachtoffer zijn van de Franse 'streken' en de 'arrogantie' van Parijs, Parijs dat altijd klaar zou staan om het Europese welzijn op te offeren op het altaar van de Gallische en Gaulliaanse grandeur. De pruik van Lodewijk XIV wordt weer afgestoft en het is nu aan Chirac om hem te dragen.

Ik zal het nalaten hier mijn steentje bij te dragen aan de polemiek. Ik heb het liever over een onbetwistbaar Nederlandse eigenschap, een eigenschap die de Nederlanders verbazend genoeg - tezamen met hun koelbloedigheid - verliezen zodra het Frankrijk betreft: hun pragmatische houding.

Waar gaat het in dit geval om? De twee landen zijn het (blijkbaar) oneens over de keuze van de eerste president van de Europese Centrale Bank. De Nederlanders willen een Nederlander, de Fransen... een Fransman. Wat is er alledaagser, ja zelfs banaler in de handel en wandel van de Unie? Elkeen verdedigt dat wat men als het nationaal belang in een onderhandeling beschouwt; een onderhandeling die tot dusver volstrekt open is gebleven, want de benoeming van Duisenberg is door geen enkel akkoord tussen de vijftien lidstaten bevestigd.

Wat de bovengenoemde precedenten betreft, is het van belang te onderstrepen dat de kandidatuur van Lubbers voor het voorzitterschap van de Commissie stuitte op een Duits en niet op een Frans veto. Daarnaast heeft het Nederlandse falen in Maastricht in 1991 evenzeer gelegen aan de oppositie van Londen en Bonn als die van Parijs.

De essentie van het probleem ligt dan ook elders en de Nederlanders zuoden zich beter moeten beraden op de werkelijke redenen van al die politieke nederlagen. Nee, Jacques Chirac wordt - net zo min als zijn voorganger - heus niet elke ochtend wakker om zich af te vragen welke poets hij de arme Bataven nu weer zal bakken.

Waar het om gaat is de gebrekkige voorbereiding van de Nederlandse initiatieven. Diplomatieke gebreken - overduidelijk blijkend uit de gang van zaken rond 'Maastricht' - maar meer nog: communicatieve gebreken. We leven immers in een tijdperk waar men zijn imago en zijn politiek moet 'verkopen' aan de publieke opinie van zijn partners, en het is tijd dat men in Nederland zich bewust wordt van het feit dat Frankrijk geen Napoleontische dictatuur meer is, maar een mediagerichte democratie; dit zowel in positieve als negatieve zin.

Het heeft geen enkele zin zich te hullen in het rouwgewaad van het gekrenkte zelfrespect, een houding die gaat van wishfull thinking ('wij zullen winnen want we hebben gelijk') tot een mengelmoes van troost en ontgoocheling ('wij hebben verloren maar toch hebben we gelijk'), beide traditionele reflexen van het calvinistische goede geweten.

Of men nu wil of niet, Duisenberg zal niet benoemd worden zonder het jawoord van Frankrijk - en het gaat er om de Fransen hiertoe te overtuigen. Laten de Nederlanders, en in de eerste plaats Duisenberg, in Frankrijk zelf hun inzichten naar voren komen brengen. Niet alleen in de verborgenheid van de ministeriële kabinetten, maar ook in de openbaarheid, dat wil zeggen in de media. Nog nooit zijn de omstandigheden voor een dergelijke PR-operatie zo gunstig geweest.

Ten eerste door politieke factoren: de standpunten op het gebied van de institutionele hervormingen van de Unie, de gemeenschappelijke buitenlandse- en veiligheidspolitiek en die van de samenwerking inzake politie en justitie zijn duidelijk naderbij gekomen. Daarnaast is de polemiek rond de drugs (voor hoe lang?) enigszins gesust en hebben beide landen efficiënte en invloedrijke ambassadeurs. Maar het is vooral het imago van Nederland dat sinds enkele weken in Frankrijk in de mode is.

Het gaat hier niet om Nederland als drugsparadijs maar als sociaal-economisch model. Geen discussie of er wordt wel gewag gemaakt van de Nederlandse flexibiliteit; geen artikel of men prijst de verdiensten van de 'samenleving van vertrouwen' de hemel in; geen interview met politici, van Rocard tot Balladur, van Sarkozy tot Delors, of er komt wel een vraag in voor over het succes van Nederland.

Deze gelegenheid moet dus met beide handen worden aangegrepen - modes zijn in Parijs snel over! - door hier de redenen van het Nederlandse succes uit te komen leggen. Dit zal in Frankrijk veel belangstelling wekken, want 'le miracle hollandais' is tot stand gekomen zonder dat tot dusverre de sociale zekerheid is opgeofferd. En misschien is het wel dit resultaat dat, in combinatie met de persoonlijke kwaliteiten van Duisenberg, de beste garantie voor zijn kandidatuur zal zijn.

Kortom, de Nederlanders die zo goed hun boter en tulpen weten aan te prijzen, moeten eindelijk accepteren ook zichzelf 'te verkopen'.