Kinderdieven

Achter de deur heb ik een bijl klaar staan, voor als de kinderbescherming komt'', schreef de onvergetelijke kenner van kikkers en mensen, Dick Hillenius eens, ongeveer. Maar waar is Hillenius als je hem nodig hebt? Dood. En nodig is hij dezer dagen. In Hoorn is een kind geroofd, drie maanden vastgehouden en goddank vrijgelaten toen de ontvoerders er genoeg van hadden.

De daders lopen vrij rond en worden ongemoeid gelaten. De daders zijn namelijk zelf opspoorder, aanklager, rechter, bestraffer en cipier, alles tegelijk. Het is hier tenslotte België niet: als zoiets in Nederland gebeurt, dan zijn de kinderdieven zelf directe handlangers van de overheid.

Volgens een bericht in deze krant van jongstleden donderdag heeft de Raad voor de Kinderbescherming onverbiddelijk toegeslagen: “Die heeft vorig jaar juni van de ene op de andere dag [een] toen driejarig dochtertje in een kindertehuis geplaatst, nadat een vriendin van de moeder bij de kinderbescherming melding gemaakt had van ernstige vermoedens van seksueel misbruik.”

De ouders was niets gevraagd en niets verteld, het kind was al weggevoerd. “Nadat het kind in het kindertehuis drie maanden was geobserveerd en uitgebreid onderzocht werden de vermoedens 'ongegrond' verklaard.” De kleine heeft zich kennelijk goed gehouden onder een verhoor van negentig dagen: “geobserveerd en uitgebreid onderzocht”. Wat moet je je daarbij voorstellen als het gaat om een meisje van drie jaar? Was het soms dat frauduleus obscene poppenspel dat pseudopsychologen jarenlang met kleine kinderen mochten opvoeren tot de rechter het verbood? Wat wordt daar in die kindergevangenis uitgespookt met kleine mensen die worden vastgehouden zonder proces, zonder waarschuwing, zonder uitleg, tegen hun zin, buiten de voorkennis en zonder de toestemming van hun ouders? Eén verkeerd woord of één verkeerd gebaar van die driejarige, en kind en ouders hadden elkaar nooit meer teruggezien, de ouders hadden verder moeten leven zonder kind en met de ergste blaam die opvoeders kan treffen: kinderverkrachting.

Opgepast, deur op het nachtslot, alarm op scherp en de bijl gewet. Moeder ga voor je kindje staan, daar komen de kinderbeschermers aan.

Het krantebericht vervolgt: “'Achteraf gezien is er misschien toch wat te voortvarend gehandeld', aldus unitmanager P. Visser van de kinderbescherming Alkmaar.”

De unitmanager zit er kennelijk niet mee. Waarom zou hij? Ieder ander zou hiermee een hele reeks zware misdrijven hebben toegegeven: ontvoering, wederrechtelijke vrijheidsberoving, geestelijke mishandeling, althans enzovoort. Maar de unitmanager gaat vrijuit en hij weet het. Hij is van de Raad voor de Kinderbescherming.

De ouders, och arme, hebben de Ombudsman geschreven. Als het meezit wordt hun geval netjes geturfd voor het jaarverslag. Ze hebben ook een advocate benaderd: Zij “erkent dat het moeilijk is... schadevergoeding te krijgen of het handelen van de kinderbescherming aan de kaak te stellen.” Kom, mr C. Piepers, zet hem op.

Maar het zal niet meevallen.

Er waren bij dat kleine meisje thuis problemen: “De moeder (21) verbleef enige tijd in een psychiatrische inrichting”. Zie je wel. “De vader (22) kon de opvoeding alleen moeilijk aan.” Daar heb je het al.

Is er bij u thuis in de afgelopen drie maanden niet iets voorgevallen dat de Kinderbescherming streng zou hebben afgekeurd? Zat uw hand een beetje los, zei u daar niet iets heel verkeerds, is de keuken wel aan kant? Is het niet beter dat u zich alvast zelf aangeeft, voordat uw huisvriendin het voor u moet doen?

Wat wij hier observeren en uitgebreid onderzoeken is een tipje van totalitair Nederland. Het gaat om te beginnen om ieders eigen bestwil en ook nog om het algemeen belang. Wie is er niet tegen kindermisbruik? Niemand. Dan is dus iedereen vóór de kinderbescherming. Mooi zo. Maar weet u wel wat er kruipt en krioelt in de krochten en kieren van het Nederlands gezinsleven? Nee, daar heeft u geen idee van. De mannen en vrouwen van de Raad voor de Kinderbescherming wèl, die zijn dag en nacht op pad om met behulp van goede en gezagsgetrouwe Nederlanders de onverlaten uit hun holen te jagen en hun nakomelingen veilig weg te bergen. Zij doen dat niet zomaar, zij zijn daarvoor opgeleid en afgericht. Er is zelfs “een protocol ontwikkeld voor de intake van meldingen over seksueel misbruik”. Dus dat is ook geregeld.

Maar “wat nou de echt harde gegevens zijn op basis waarvan je zo'n besluit kunt nemen, dat moet nog eens opnieuw bekeken worden”, meldt de plaatselijk kommandant van de Kinderbescherming. Hij weet het dus ook niet.

Dat dacht ik al. Niemand weet het. Het is allemaal volksverlakkerij, quasi-geleerd gezwatel om een ongereguleerd en ongecontroleerd ingrijpen door de staat en zijn hulpverleners goed te praten.

Maar er worden toch werkelijk kinderen misbruikt? Nou en of, en niet zo zelden. Dat is een gruwel. Als daar niet tegen wordt opgetreden is dat een heel zwaar falen, een fout van de eerste categorie. Maar als er van misbruik geen sprake is en er wordt toch ingegrepen, dan is dat een even ernstig falen: een fout van de tweede categorie.

Tussen die twee tangen zit de hulpverlening gevangen. De eerste wandaad wordt door particulieren begaan, terwijl de overheid nalatig blijft. In het tweede geval hebben de ouders niets misdaan en begaat de overheid een misdrijf. Er bestaat kennelijk geen expertise die afdoende is om de ene fout te vermijden zonder in de andere te vervallen. Onder die omstandigheden is onafhankelijk toezicht vooraf en onafhankelijke beoordeling achteraf volstrekt onontbeerlijk.

Niet alleen de gehavende ouders, maar alle andere gezinnen en vooral de kinderbeschermers zelf, hebben er belang bij dat deze zaak voor de rechter komt.